Diplomatie
In een lang artikel van de hand van een anonieme collega van mij staat een klaagzang over het werken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken (HP/De Tijd, 12 december). Er is daar sprake van intimidatie en machtsmisbruik, no less, en verder werken er allerlei incompetente mensen op dossiers die ze niet interessant vinden en die ze op een achternamiddag kunnen doen. Ze zijn niet geïnteresseerd in resultaten, alleen in hun loopbaan, liefst te genieten waar je een zwembad en veel huispersoneel hebt.
Ik schrijf u vanuit een gepantserde container met een binnenmaat van vijf bij twee meter, die ik deel met nog twee collega’s. Samen met een elftal andere BZ’ers werk ik hier een half jaar met de Nederlandse militaire eenheden in de provincie Uruzgan. Ik werk elke dag van 07.30 tot ongeveer 20.30 ’s avonds, met uitzondering van de zondagochtend en van een gestolen fitness-uurtje. Ik red het dus niet in twee dagen per week. Dat komt niet doordat we Afghanistan van de grond af aan het opbouwen zijn, maar doordat ik niet zo competent ben als de collega die tijd had om zijn lange artikel te schrijven. Mijn collega, een themadeskundige die iets met onderwijs doet, maakt zich ondertussen druk over het feit dat van de 80.000 kinderen in Uruzgan slechts 4400 meisjes (en 45.500 jongens) naar school gaan. Hobbyisme natuurlijk, niet echt belangrijk.
En wat vind ik van wat ik hier doe? Ik heb vanmiddag naar een projectvoorstel zitten kijken van een aantal Nederlandse organisaties die Afghaanse organisaties willen steunen. In de komende jaren willen ze bijvoorbeeld 700 straatkinderen een beroepsopleiding geven en 160 drugsgebruikers laten afkicken. En zorgen dat 75 procent van de boeren hier toegang krijgt tot goede veeartsen en nog veel meer. Kost veertien miljoen euro. Is veel geld, en ik ga met mijn collega’s op de Nederlandse ambassade in Kaboel bespreken of het goedkoper kan. Dan krijgt u ‘more bang for your buck’ en kunnen die Nederlandse organisaties toch hun goede werk doen. En morgen ga ik kijken of we met trucks of helikopters de laatste 60 van 2200 ton graanzaad en kunstmest kunnen verspreiden voor de winter invalt.
Lijkt mij allemaal wel nuttig. Maar ik ben dan ook aan het vechten tegen echte intimidatie en machtsmisbruik, niet tegen spoken die alleen voorkomen in het hoofd van bange mensen die anonieme stukjes schrijven. Bange ambtenaren zullen uw belastinggeld niet op een slimme manier investeren, geen meisjes naar school helpen en geen graanzaad geven aan arme boeren. Bange mensen hebben in de ambtenarij dan ook niks te zoeken, niet bij BZ en niet ergens anders bij de overheid.
Gerard Lucius, Tarin Kowt, Afghanistan
Diplomatie (2)
Tja, wat moet een lezer met uw anonieme en ongedocumenteerde artikel over de diplomatie? En wat moet je als diplomaat ermee? Eigenlijk niet op reageren, zeggen intuïtie en ervaring, maar de inhoud kan echt niet. Ik ben al meer dan 24 jaar werkzaam bij BZ, voorheen als ambassadeur in Riga en nu als consul-generaal in Hongkong, en ik zie een heel andere organisatie. Misschien dat sommige zaken in het artikel ooit zijn voorgekomen, maar dit is hooguit incidenteel en niet structureel. Op uw wijze kan van elk beroep met enig extern profiel een karikaturaal beeld van de werkelijkheid worden geschetst en dat lijkt me de eer van HP/De Tijd te na. Ik kom bij BZ in het algemeen hardwerkende collega’s tegen, met hart voor het Nederlandse belang en een betrokkenheid waar menige beroepsgroep jaloers op zou zijn. Mij hoeft u niet te geloven, maar wendt u zich tot de grote creatieve missie uit Nederland die met 287 man in Hongkong was van 7-14 december jl. Elk delegatielid, denk ik zomaar, zal zich een hardwerkende diplomatieke staf herinneren, van de vroege ochtend tot in de late avond. Regel, geen uitzondering. En ja, ik woon in een prachtig huis. Neerlands eigendom, al decennia, dat gemiddeld twee keer per week wordt ingezet voor netwerkbijeenkomsten.
Robert Schuddeboom, consul-generaal, Hongkong
Diplomatie (3)
De foto bij het artikel wekt de suggestie dat ik hetzij betrokken ben bij de schrijver van dat artikel, hetzij iemand die bevoorrecht is geworden door de in het artikel beschreven praktijken. Ten aanzien van deze suggesties geldt een categorisch quod non!
Mr. Eric F.Ch. Niehe, voormalig ambassadeur te New Delhi, Den Haag
Volkskrant
Joop Visser zong ooit een liedje met als belangrijkste tekst ‘de Volkskrant is een kutkrant’, en als conclusie ‘en daarom lees ik Trouw’. Die ontboezeming was me uit het hart gegrepen, maar sinds een jaar of zo is mijn liefde voor Trouw sterk bekoeld. Want tegenwoordig probeert Trouw door selectieve en tendentieuze berichtgeving de lezer ervan te overtuigen dat de problemen met allochtonen en met de islam grotendeels imaginair zijn. Na lezing van het artikel over ‘ruzie bij de Volkskrant’ (HP/De Tijd, 12 december) snap ik opeens hoe de vork in de steel zit. De beste journalisten van Trouw (op misschien een enkeling na) zitten inmiddels bij de Volkskrant. Het kan verkeren!
Jacob Swager, Voorschoten
Godsdienstles
Fleur Jurgens pleit voor godsdienstles op de openbare basisschool, gegeven door een overtuigd atheïst om zo indoctrinatie te voorkomen (HP/De Tijd, 5 december). Waarom alleen op het openbare onderwijs? Het gaat juist om de ongecontroleerde indoctrinatie die op het (bijzonder) religieus onderwijs plaatsvindt. Daar zou Fleur haar pijlen op moeten richten want daar wringt de schoen (om ook maar eens wat uitdrukkingen te gebruiken).
Jim Grigoleit, Amsterdam
Jonge jaren
Nummer 49 bezorgde mij een aangenaam winters leesweekend (HP/De Tijd, 5 december). De welnessindustrie nader belicht, piraterij (wat ik daar nog niet over wist…) en een zeer compleet overzicht van visgespecialiseerde restaurants. Daarnaast de vertrouwde rubrieken en columns. En tot slot het cryptogram. Tot zover prima. De rubriek ‘Jonge jaren’ trof mij evenwel als nietszeggende bladvulling. Die biedt een kijk op iemands jeugdjaren. Wat ik te weten kom over – in dit geval – de jeugd van Susan Smit – overigens een mooie en respectabele vrouw – biedt mij als lezer niets nieuws of extra’s. Ter vergelijking: ik ben niet iemand van naam (alhoewel ik een naam heb en vele mensen mij kennen). Ook mijn vader had een beroep, dat mijn kijk op de wereld vormde. Ook mijn ouders hadden een huwelijk en een huwelijkscrisis, waarbij ik mijn eigen positie moest herdefiniëren. Ook ik had hobby’s en kreeg levenslessen en doorliep en doorloop een carrière. Ook heb ik een pakkend levensmotto. Bijster weinig interessant voor een groot lezerspubliek, lijkt me. Mijn advies: bedenk ook voor de laatste pagina’s in uw blad (Kuitenbrouwer is boven die twijfel verheven) nog één goed verhaal zodat ik bij het dichtslaan voor het héle nummer kan verzuchten: fijn blad…
Marina Klis, Sprang-Capelle
Suezkade
In HP/De Tijd van 17 oktober is de recensie te lezen van het boek Suezkade van Jan Siebelink. Het boek dat ik momenteel lees. Het boek draait om hoofdpersoon Marc Corsesius. In de voorlaatste alinea van de recensie is te lezen dat Marc zelfmoord pleegt. Dat is erg fijn om te weten wanneer je nog aan het begin van het boek zit en het hele verhaal zich nog moet ontvouwen. Niet dus. Ik ben gestopt met lezen, want nu ik weet dat de hoofdpersoon toch doodgaat, boeit het verhaal niet meer. Zonde van het geld en zonde van de energie die de schrijver erin gestoken heeft.
Arnold van Vliet, Den Bosch






