Op mijn zeventiende ben ik weggelopen van huis en sindsdien heb ik alleen maar in het centrum van Amsterdam gewoond. Ik wil er ook nooit meer weg. Ik kan mezelf niet voorstellen zonder Amsterdam. De parken zijn prachtig, de gevels schitterend, de grachten onbeschrijflijk. Alles is anders aan Amsterdam. Ook de kroegen. Op de hoek van de Vijzelgracht en de Prinsengracht zit bijvoorbeeld café Mirabel. Daar zit ik vaak te genieten van de stad.
Amsterdam heeft iets vriendelijks over zich heen. Waar je ook woont, je hebt altijd contact met de buren. Alle buren doen aan buurten. Ik ken iedereen en dat zou ik na zoveel jaar nergens anders meer kunnen vinden.
Naast mijn mooie huis aan de Prinsengracht heb ik ook een volkstuintje. Daar woon ik de helft van het jaar. Mooie afwisseling vind ik dat. Ik ben in een kwartiertje alsnog in het centrum hoor, de afstand moet niet te groot zijn. De ruimdenkendheid, eerlijkheid en het aardige van Amsterdam, dat is voor mij uniek. Amsterdam is mijn alles. Mijn geboortestad. De stad waar ik leef, werk en plezier heb. Ik adem Amsterdam in en adem Amsterdam uit.”

