“Wat doe jij eigenlijk voor de kost?” vroeg een collega van mijn neefje met Twentse tongval. “Ik ben media-analist,” zei ik. “Ik schrijf nieuwssamenvattingen voor grote bedrijven,” voegde ik eraan toe om de immers bekende vervolgvraag voor te zijn. “Nou, prachtig voor je. Mijn naam is Heiko en ik ben visboer op de markt.” Heiko begreep er niets van dat ik in Amsterdam op een appartement wil wonen.Te druk, geen tuin en vooral: ver weg van de Duitse autobahn waar je zo lekker kunt doorgassen. Voetballen (voor mietjes) en lezen (saai) had hij niks mee, hij bokste liever en sleutelde graag aan zijn auto. Nee, we hadden anders dan trek in bier (’Grolsch bier is gezond, Heineken smekt noar stront’) weinig gemeen. Desondanks worden we regelmatig op een hoop gegooid. Door mensen die stukken over millennials schrijven en diegene die zich daar tegen verweren. En door marketeers en HR-mensen die de millennial als uniek diersoort beschouwen.
Onzin natuurlijk. Alle mensen in een leeftijdscohort van 20 jaar – alleen in Nederland al zo’n 3,5 miljoen mensen – dezelfde eigenschappen toedichten heeft net zoveel waarheidswaarde als de overtuiging dat de aarde plat is. En toch gebeurt het aan de lopende band. De millennial (20-40 jaar) is lui, beschermd opgevoed, kan niet omgaan met autoriteit, is snel verveeld en wil daarom alleen flexen, kijkt de godganse dag op zijn iPhone, drinkt ingewikkelde lattes met amandelmelk en eindigt de dag met een gin-tonic. Het is veilig beledigen.Wanneer je in de media zou schrijven dat ‘alle moslims lui zijn’, ‘alle mannen verkrachters zijn’, ‘elke vrouw liegt’, ‘iedere Brit alcoholist is’ of ‘elke blanke een autoriteitsprobleem heeft’ word je niet serieus genomen. En terecht. Maar generaliserend gelul over een door twee Amerikanen verzonnen generatie is prima. Waarschijnlijk omdat niemand zich aangesproken voelt.De meeste millennialschetsen hebben betrekking op hoogopgeleide stadsjongeren of beter gezegd, een slap aftreksel daarvan. Vandaar dat, naast een paar columnisten, niemand zich al teveel aan lijkt te trekken van de beschuldigingen. En die jonge columnisten grijpen het onderwerp vaak aan om uit te leggen dat babyboomers de schuld zijn van de financiële crisis, onbetaalbare huizen, flexibilisering van de huizenmarkt, een kapot milieu en de malaise bij het Nederlands elftal. En hoewel dat gehakketak tussen generaties soms vermakelijk is, lost het natuurlijk geen enkel vraagstuk op en leidt het af van relevante vraagstukken.





