Als je in Haren, villadorp onder Groningen, vierde bent in de rij voor het stoplicht wachtende auto’s en het stoplicht springt op groen, vergeet het dan maar. Het gaat niet lukken om deze ronde voorbij het stoplicht te komen, voor het weer rood wordt.
Het duurt kostbare seconden voor de voorste in de gaten heeft dat het groen is. Dan volgt: schakelen, het gaspedaal intrappen en tergend langzaam in beweging komen. Je kunt het wandelend bijhouden. Dan komt auto nummer twee. Oeps, jongens, er beweegt wat, zo daalt langzaam in de bestuurder neer. Volgt eenzelfde sequentie van handelen. Het is oranje als auto drie stapvoets optrekt.
De inwoners van Haren, zeker degenen die overdag bij pad zijn, zijn ouder dan gemiddeld. Ze zijn ook rijker, en ze hebben alle tijd. Ik niet, ik heb altijd haast. Geduld is geen sterk punt. Ik ben een keer bijna flauwgevallen toen ik vierde was in de rij bij de bakker, ook in Haren. Ik woon gelukkig niet in Haren, maar ik ga er weleens naar de bakker, en sta er ook wel eens voor het stoplicht.
In 2040 is een kwart van de Nederlanders 65-plus. Bijna vijf miljoen mensen. Op iedere twee ‘werkenden’ is er dan één die zijn werkpak dan wel toetsenbord aan de wilgen heeft gehangen. Er komen meer oude mensen, en ze worden ouder: dat is de ‘dubbele vergrijzing’: twee tinten grijs, de tweede dieper, grijzer.
Wat wordt dat voor een maatschappij?
Een maatschappij die geduld vraagt van 65-minners, denk ik. Met een lager tempo, sowieso, zoals je je kunt voorstellen dat de doorstroom in een warenhuis of een pretpark vertraging oploopt door drukte bij de uitgang. De bezoekers hebben allerlei dingen te doen, inkopen doen, vaart maken in de achtbaan des levens, maar ze worden opgehouden door een toenemend aantal alle-tijd-mensen, die pas hun portemonnee gaan zoeken nádat de caissière een bedrag heeft genoemd – hè waar is-ie nou, gutje, helemaal onder in de tas. En dan het bedrag uittellen, contant, tot het helemaal gepast is. Een uitgebreid gesprek met de caissière mag ondertussen natuurlijk niet ontbreken, want menselijk contact is zó belangrijk.
Het merkwaardige is dat discriminatie helemaal niet mag, maar dat leeftijdsdiscriminatie algemeen geaccepteerd lijkt.
Van die bijna vijf miljoen 65-plussers in 2040 is volgens deskundige schattingen ruim 2,5 miljoen 75-plus. Die mensen behoeven zorg, die het vitalere deel der natie niet of nauwelijks kan leveren. De hardwerkende Nederlander, die de samenleving op zijn vermoeide schouders torst, moet het allemaal ophoesten. Dat wordt lastig. Gehoest wordt er wel meer, in de oudere, ziekere samenleving van straks.
Afgezien van de betaalbaarheid, welke gevolgen heeft de vergrijzing in sociologisch opzicht? De samenleving krijgt een grijs waterhoofd, in heel Europa. Welke gevolgen heeft dat voor de dynamiek en de vitaliteit van de samenleving? Het is voorstelbaar dat niet alleen het huishoudboekje ervan verandert, maar ook het karakter. Dat het land in zijn geheel meer op Haren gaat lijken, op de Drentse gemeente Westerveld of op Bergen, Noord-Holland, met 34 procent 65-plussers de meest vergrijsde gemeente van het land.
Wie over vijf jaar – in 2030 – 65 wordt, heeft volgens een prognose van het CBS nog gemiddeld 21 jaar voor de boeg. In de hoop dat je ze in relatieve gezondheid mag doorbrengen, hoe vul je die jaren op een leuke, zinvolle, bevredigende manier?
Niet alleen in een stoel voor het raam, mag je hopen. Maar volgens het Nationaal Ouderenfonds is bij die oudere achter dat raam niet alles wat het lijkt. Volgens de definitie van socioloog en demograaf Jenny Gierveld, geciteerd op de site van het Ouderenfonds, is eenzaamheid een kwestie van ervaren, niet van tellen. Je kunt je eenzaam voelen onder de mensen, en heel tevreden in een stoel bij het raam zitten.
Maar volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau is het beter als ouderen in beweging blijven. In het vorig jaar verschenen rapport Investeren in vitale ouderen stelt het Planbureau dat ‘het activeren van ouderen om te participeren de kans verhoogt op het behoud van welbevinden in latere levensjaren’. Behalve dat kan zodoende ‘de druk op de samenleving verlicht worden’.
Ouderen zijn actiever dan vroeger. Ze kunnen tot op hogere leeftijd meer. De gemiddelde levensverwachting (mannen: 80,3, vrouwen 83,3 jaar) stijgt nog altijd, maar belangrijker voor de mobiliteit van de grijze golf is het feit dat het aantal jaren zonder ernstige beperkingen eveneens toeneemt. We schuifelen langer en fitter door. Paradoxaal lijkt dat het aantal jaren zonder chronische ziekte juist daalt. Verborgen gebreken worden eerder ontdekt en effectiever behandeld, zodat we weliswaar blijvend ziek zijn, maar toch relatief fit blijven.
De gegevens komen uit de publicatie De toekomst is niet zwart of wit, maar verschillende tinten wit of grijs van de Vereniging Reable Nederland, waarin zorginstellingen nadenken over de toekomst van de ouderenzorg. Het beschrijft ‘het andere verhaal over onze ouder wordende samenleving’.
Het andere verhaal: dat grote grijze hoofd boven aan de bevolkingspiramide is geen steeds zwaardere last die 65-minners moeten dragen, maar een economisch profijt en plezier brengende lust, die bij het aanstaand overlijden aan zijn vaak te druk voor mantelzorg zijnde nageslacht een reusachtige bruidsschat nalaat, in de vorm van de grootste collectieve erfenis ooit. Dus dat nageslacht heeft weinig reden tot klagen.
Mooiste Contact Cup, een toernooi voor Walking Football-teams
De samenleving kan het zich niet permitteren om een kwart ervan af te schrijven, vindt Atie Schipaanboord (66), hoofd belangenbehartiging van ouderenbond ANBO-PCOB. Toch is dat wat er gebeurt, voortdurend, massaal en achteloos, en al met mensen van ver vóór 65. Solliciteren is voor een vijftigplusser al een bijna kansloze onderneming. Het merkwaardige is dat discriminatie helemaal niet mag, maar dat leeftijdsdiscriminatie algemeen geaccepteerd lijkt, vrolijkheid veroorzaakt zelfs. Die ouwetjes, hahaha! Wij begrijpen elkaar!
De ouderenbond bepleit de financiële belangen van ouderen en beijvert zich voor de toegankelijkheid van de maatschappij. Minder tastbaar, maar net zo belangrijk en moeilijker te veranderen, is het imago van ouderen. Dat is niet goed. Als mediaredacties ‘vergrijzing’ of ‘ouderen’ illustreren, verschijnt als vanzelf het fietsende seniorenstel in beeld, liefst met dezelfde jassen aan. Associatie: traagheid, truttigheid, een oceaan van tijd.
De stereotypen zitten evenzeer in de hoofden van onbekommerd generaliserende en discriminerende 60-minners als in het gedrag van ouderen zelf. Zoals je je in een gezelschap dat jou toch al stom vindt vanzelf stom gaat gedragen, ga je met het klimmen der jaren misschien deels ouwelijk doen om gekoesterde lage verwachtingen niet teleur te stellen. Anderzijds is het gepruts met knopjes van de nieuwe afstandsbediening en het feit dat je je betaalpas of -scherm steeds vaker op de verkeerde plek van de ontvangende apparatuur houdt authentiek, net als de meewarige blikken van omstanders.
De 65-plusser van nu is niet meer die van dertig, veertig jaar geleden. Toen was oma van 62 al een echte bejaarde, een boomstam in een bloemetjesjurk. De senioren van nu – de term ‘bejaarde’ is in het openbaar in onbruik geraakt, maar nog niet in ons hoofd – zien er anders uit, gedragen zich anders, zijn anders. De zeventigjarige van nu is cognitief vergelijkbaar met een 53-jarige van een kwarteeuw terug, beargumenteerden de NRC-journalisten Marike Stellinga en Maarten Schinkel laatst in hun podcast.
Begin 2020, net voor corona, presenteerde de Raad Volksgezondheid en Samenleving het adviesrapport De derde levensfase: het geschenk van de eeuw. “Er gaat veel aandacht uit naar kwetsbare, eenzame en afhankelijke, veelal oudere ouderen,” schrijft de Raad bij wijze van inleiding op zijn site. “Tegelijkertijd is er het beeld van de genietende, consumerende en vitale jonge oudere die net met pensioen is: reizen, concertbezoek, lekker eten, samen fietsen. Deze clichébeelden dienen vervangen te worden door een realistischer en vollediger beeld van de diverse groep jonge ouderen die onze samenleving rijk is.”
‘Ouderen zijn economisch zo interessant en relevant. En denk eens aan het vrijwilligerswerk.’
Atie Schipaanboord, ouderenbond ANBO-PCOB
“We investeren met z’n allen enorm in ouder worden,” zegt Schipaanboord. “Medicijnen, technologie, noem maar op. Het is vreemd dat nu ons dat lukt, mensen vanaf hun 55ste, 60ste nog steeds naar de marges van de samenleving worden bewogen.”
Zijn er grenzen aan het streven om steeds ouder te worden? Moeten we wel willen dat iedereen stokoud wordt?
“ANBO-PCOB heeft daar geen standpunt over. Maar persoonlijk weet ik niet of dat zo wenselijk is, nee.”
Wat verandert er aan de maatschappij als straks een kwart ervan 65-plus is?
“Als we daar nu niet echt mee aan de slag gaan, krijgen we grote problemen. Denk alleen al aan de arbeidsmarkt. Iedereen kijkt naar de gezondheidszorg, maar er komen ook personeelstekorten bij bedrijven, in de horeca, bij de politie, noem maar op. In alle sectoren van de economie gaat het piepen en kraken.
“De naoorlogse woonwijken zijn gebouwd als woonwerkwijken, terwijl de ouder wordende bevolking vraagt om wijken met veel meer voorzieningen en ontmoetingsplekken. We moeten de maatschappij anders inrichten, bereid zijn om te investeren in welzijn. Je wilt dat mensen in staat zijn om voor zichzelf te zorgen.
“Een ingewikkelde vraag is hoe jongere mensen zich straks tot de grotere groep ouderen verhouden. Tijdens corona kwamen die verhoudingen op scherp te staan. Er vielen toen termen als ‘dor hout’. De ouderen moesten maar binnenblijven.”
De samenleving werd gegijzeld door de oudjes, vond men.
“Precies. We moeten oppassen dat we niet in de valkuil lopen waarin generaties tegenover elkaar komen te staan. We moeten juist zorgen dat generaties elkaar vinden en aanvullen. Ouderen met een schat aan werkervaring kunnen jonge mensen coachen in een vakgebied, bijvoorbeeld. Er zijn tal van aanknopingspunten, maar je moet ze wel zien.”
Een 65-jarige heeft binnenkort nog gemiddeld 21 jaar in het verschiet. Hoe breng je dat laatste kwart van het leven prettig en zinvol door?
“De meeste mensen vinden het op zeker moment best fijn om te stoppen met werken, maar ze vinden het ook fijn om zich op een andere manier toch nuttig te blijven maken. Je moet er als samenleving over nadenken om daar kansen voor te creëren. Het leven is nu heel lineair: je wordt geboren, gaat naar school, studeren, gaat aan het werk, met pensioen, en uiteindelijk ga je dood. Daar zou je veel meer in kunnen variëren. Rustiger aan doen als je kinderen krijgt, een carrièresprong maken als de kinderen zelfstandig worden, weer een opleiding volgen. We moeten van dat lineaire denken af.”
Waarom ergeren mensen zich aan ouderen, denkt u?
“Het helpt niet dat oudere mensen a priori negatief in de beeldvorming zitten. Denk aan een verjaardagsfeestje. Als daar een opa of oma van de jarige zit: wie gaat daar uit zichzelf een praatje mee maken?”
Ze worden niet voor vol aangezien.
“Dat is het. Dat is een van de dingen die we horen van ouderen. Ze worden soms genegeerd. Er wordt soms heel paternalistisch tegen ze gepraat. En er wordt vóór ze gedacht.”
Alsof het kinderen zijn.
“Ja. De houding tegenover ouderen is voor een deel te verklaren doordat je er niet mee geconfronteerd wil worden hoe je zelf over dertig jaar bent. In de meeste gevallen zijn ouderen niet de aantrekkelijkste mensen. Mensen kijken liever naar jonge mensen. We moeten kijken hoe we ouder worden anders kunnen portretteren. Alle kenmerken van ouder worden, van rimpels tot grijs haar, worden natuurlijk het liefst weggewerkt.”
Heeft de vergrijzing gevolgen voor het tempo van de maatschappij, denkt u?
“Je zult rekening moeten houden met een grotere groep ouderen. Bijvoorbeeld op het fietspad. In de steden word je er van de sokken gereden. Het is belangrijk dat ouderen blijven bewegen. Steeds meer ouderen fietsen. Je moet elkaar de ruimte geven. Je kunt denken aan stroken voor langzaam- en snelverkeer op fietspaden.”
Een 65-plus-strook?
“Een jongere die het rustig aan wil doen mag er ook op. Nu fietst alles dwars door elkaar heen. Ik kan me voorstellen dat de infrastructuur van de stad door de vergrijzing verandert.”
Nationale Rollatorloop in het Olympisch Stadion
Vergrijzing wordt vooral als een probleem gezien. Zijn er ook voordelen te bedenken? Ik kan me voorstellen dat de vergrijzing bijvoorbeeld voor musea een zegen is.
“Zeker, voor veel onderdelen van de culturele sector is het een zegen. Maar ook voor reisorganisaties, de horeca. Ouderen zijn economisch zo interessant en relevant. En denk eens aan het vrijwilligerswerk. Ik vraag me af hoeveel verenigingen in de problemen komen als oudere vrijwilligers massaal zouden stoppen.”
Hoe kan de samenleving vriendelijker worden voor oude mensen?
“Ik denk dat het op dezelfde manier moet als met de multiculturele samenleving, die ze ook veel positiever aan het laden zijn in reclames. Als je ouderen laat zien als ondernemende, grappige, leuke mensen, dan kan dat veranderen.”
Zoals we Zwarte Piet niet meer willen, moeten we ook van plaatjes van bejaarden met een scootmobiel of een rollator af? En van gelijkgeklede fietskoppels?
“Of van oudere vrouwen met een kort pittig kapsel. Die beelden, daar moeten we inderdaad een beetje vanaf.”
“Goeiemorgen, ouwe rotkop,” zingt Raymond van het Groenewoud. “Schuif die spiegel maar opzij/ Geef het leven maar een rotschop/ Sluit het boek van ijdelheid/ Hoor de vogeltjes toch fluiten/ Ze fluiten voor ons allebei/ Kan je horen wat ze zingen/ Je bent vrij.”
Met het ouder worden gaat er veel verloren. Jeugdigheid, schoonheid, lenigheid, gezondheid. Familie, vrienden. Toekomst. Je leven is een bizarre hoeveelheid foto’s op je iPhone geworden, net als je verleden opgegaan in de nevelen van de cloud. Af en toe krijg je een blik op een flard ervan, in de vorm van een fotoherinnering waarin je het verstrijken van de tijd hardhandig voelt. God ja, de kinderen ‘op deze dag’, in 2012. Nog dertig jaar misschien, ‘als we het mogen beleven’, zoals mijn vader zegt. Dan ben je er helemaal niet meer.
Maar ouderdom kan, zoals Van het Groenewoud zingt, ook een gevoel van bevrijding geven. Je hoeft niets meer, of veel minder, en mag nog van alles, als je het nog kunt. Je hoeft niet meer te werken, maar het mag nog wel (niet meer met een blocnootje achter mensen aan rennen, alleen nog ‘leuke dingen’). Je doet niet meer mee op het slagveld der liefde, maar loopt er dus ook geen krassen en butsen meer op (en wie weet wat er in het flatteuze licht van het gouden uur nog kan gebeuren). Je hoeft niet meer te winnen bij tennis, het is al leuk dat je überhaupt nog ‘op de baan staat’. Je hebt alle tijd, meer geld dan vroeger, kunt overal heen.
Iedereen wil oud worden, niemand wil oud zijn. Het cliché geeft perfect het bitterzoete van het klimmen der jaren weer. Wat prevaleert, de lusten of de lasten van het ouder worden, voor jezelf en anderen?
“Het ligt eraan wie je dat vraagt,” zegt Rudi Westendorp, hoogleraar ouderengeneeskunde in Leiden en Kopenhagen, en een van de twee directeuren van de eerdergenoemde Vereniging Reable Nederland. “Het hangt ervan af in hoeverre iemand de eindigheid van het leven heeft geaccepteerd.”
Dat doet denken aan de discussie rond corona, vijf jaar geleden. We accepteren de eindigheid van het leven niet meer, zei filosoof Marli Huijer.
“Als je de eindigheid van het leven accepteert, wordt het ten principale lichter. Dan weet je dat je van het nu iets moet maken, en dat je er iets moois van kunt maken, en dat je er ook van kunt genieten. Als je niet geaccepteerd hebt dat het eindig is, zit je in de ratrace, dat het voort moet. Volgens Seneca (Romeins stoïcijns filosoof – BN) leef je in het nu. Over Fortuna heb je niks te zeggen. Dus als je niet in het nu leeft, waar ben je dan mee bezig? Dan ben je eigenlijk alleen maar bezig met iets wat ongrijpbaar is.”
Niets is meer waard dan vandaag, zingt zanger Daniël Lohues.
“Daar komen ze allemaal bij elkaar. Dat heeft alles te maken met: heb je geaccepteerd dat het leven eindig is? Als je dat niet hebt, worden mensen daar in een vroeg stadium heel grumpy van.”
Je moet niet denken aan de dood?
“Nee. Pluk de dag.”
Gemiddeld worden mensen nog steeds ouder. Waar ligt het natuurlijke einde van die ontwikkeling?
“Dat weten we niet. We worden per decennium twee tot drie jaar ouder. De een zegt dat er een evolutionair bepaalde stop is. Dat klopt niet. De anderen zeggen: als je maar blijft repareren, net als een auto, dan worden we wel duizend jaar. De waarheid ligt ergens in het midden. Ik zie geen grens voorlopig.
“Door vroege diagnose neemt het aantal ziektevrije jaren af. Het beeld dat daaruit ontstaat is dat Nederland steeds zieker wordt. Maar het is toch wel bijzonder dat we steeds zieker worden, maar ook steeds ouder. Ergens klopt daar iets niet.
Ouderdom kan ook een gevoel van bevrijding geven. Je hoeft niets meer, of veel minder, en mag nog van alles, als je het nog kunt.
“Als je gezond oud wilt worden, moet je niet naar de dokter gaan. Dan ben je nooit ziek! Dan zeggen ze: hij is gezond doodgegaan. Hij is nooit bij de dokter geweest!
“Ziekte is een ander ding geworden. Laatst vroeg ik in een zaal aan een dame van een jaar of vijftig, zestig: bent u ziek? Nee, ze was niet ziek. Nou, zeg ik, ik weet wel zeker dat u ziek bent. U heeft osteoporose.
“Vroeger bestond dat helemaal niet. Dat was gewoon aan de leeftijd gerelateerde botontkalking, maar dat is nu een ziekte. Omdat we ingrijpen, gaan die lijven langer mee. Daarom neemt het aantal levensjaren zonder beperking juist toe. De gang naar het verpleeghuis wordt per decennium twee tot drie jaar verlaat.”
Dat verpleeghuis, dat wil niemand hè?
“Nee. 87 procent van de Nederlanders zegt: niet naar het verpleeghuis. Dan maar liever dood.”
De vergrijzing wordt vooral in termen van economie en zorg beschreven. Denkt u dat het karakter van de samenleving ook verandert?
“Waarom denkt u dat?”
Oudere mensen hebben een ander ritme en tempo en andere behoeften dan jongere mensen.
“Hou nou toch op zeg! Je bent gewoon zelf bang om 65 te worden. Mensen van zeventig willen gewoon werken, ze willen leuk uit, ze willen barbecueën, ze willen seks. Het zijn gewoon hele normale mensen! Ze willen omgaan met leuke mensen in de buurt, ze willen af en toe op vakantie.”
Ik ben het niet met u eens. Jongeren en ouderen zijn groepen met andere sociologische kenmerken.
“Het zijn mensen met een andere levensgeschiedenis. Het zijn mensen die een andere cultuur hebben.”
Andere verlangens, dus.
“Andere voorkeuren misschien. Je muziekvoorkeur bijvoorbeeld wordt gevormd in je tienertijd, daarna verandert hij niet zoveel meer. De muziekkeus van oude mensen is anders dan die van de jeugd van nu. Maar het feit dat mensen van muziek houden is voor iedereen hetzelfde. De behoefte aan de geneugten des levens blijft hetzelfde. Dat ze anders eten, drinken, anders seksen, oké. Maar de verlangens van ouderen zijn precies hetzelfde als van jongeren. En de variëteit in oudere mensen is even groot als die in jonge mensen.”
Hoe zit het met de waardering van ouderen in Nederland?
“Slecht. Dat is onoplosbaar. Dat is niet iets typisch Nederlands, dat is overal zo. Dat was vroeger zo, dat is nu zo, het is hetzelfde in Duitsland, Amerika, Japan. Je moet blijven hameren op de emancipatie van ouderen, anders delven ze het onderspit.”
Je moet iedereen in zijn waarde laten, maar om bejaarden mag je lachen.
“Reden één is dat oude mensen niet meer meedoen aan het dagelijkse spel om middelen en macht. Ze zitten er voor spek en bonen bij. Twee is: die oude mensen confronteren jou. Een jong mens denkt: hé, daar fietst de dood. Een oud mens is de spiegel van de eindigheid van het leven. Zolang je daar niet overheen bent, blijf je pissen en zeiken over oude mensen. Die wil je bashen. Je wilt die oude mensen gewoon niet zien. Je ontkent het, je discrimineert het, je mishandelt het. Het bestaat gewoon niet.”
Je bent bang om jezelf te zien.
“Je bent bang om te erkennen dat jij ooit ook zo bent. Je wilt het niet zien. Daarom lach je erom. Op het moment dat je je realiseert dat je daar zelf ook gaat komen, komt er iets van barmhartigheid. Tot dat moment blijf je discrimineren. Het is onuitroeibaar. Het leven gaat over macht, groei, kinderen krijgen. Daarmee kun je vooruit. Het is economie. Oude mensen dragen niet meer bij.”
Als je kinderen op eigen benen staan, zit je rol er biologisch gezien op.
“Volstrekt. Ik ben bijna 66, ik heb twee dochters, ik ben net opa geworden. Als ik nu doodga, vindt het zijn weg allemaal wel. Biologisch gezien ben ik gewoon nutteloos.”
Statistisch heeft u nog 21 jaar voor de boeg.
“En het aantal jaren dat we in die periode zitten, neemt alleen maar toe. Ik begrijp wel dat de samenleving zegt: wat moeten we toch met die jaren? Dan kom je bij de redenatie van Marli Huijer: moeten we allemaal zo oud worden? Waarom? Of wat de Belgische psychiater Dirk De Wachter zegt: het leven is zinloos. Maar jij bent degene die zin geeft aan het leven.
“Als je vanaf je 65ste gaat zitten wachten, duren die 21 jaar nog heel lang. Mensen realiseren zich niet hoe lang ze nog verder moeten. Als je 21 jaar in een stoel gaat zitten, komt de eenzaamheid je heel snel opzoeken. De andere optie is: ik leef in het nu, carpe diem, ik maak iets van de dag. En de tijd zal leren of het één dag wordt, een jaar, of dertig jaar.
“Met het idee dat het steeds slechter gaat en we steeds zieker worden, praten we elkaar enorm in de put. Als je naar de getallen kijkt, wordt het alleen maar beter. Mensen dragen langer bij aan het bruto nationaal product. Het aantal jaren dat je kunt bijdragen aan het bruto nationaal geluk, in cultuurdeelname, mantelzorg, vriendschappen, feesten, neemt ook toe. Wat zitten we dan te somberen? Het is nog nooit zo mooi geweest als nu.”






