Fabers eigen ambtenaren beschuldigden hun minister van stemmingmakerij en van graaien naar argumenten. Zij vonden de juridische onderbouwing voor het noodrecht ondeugdelijk. In de podcast De X! Factor bespreken Ton F. van Dijk en Esther van Fenema de zaak. Voor hen gaat het niet alleen om de fouten van Faber, maar vooral om wat deze kwestie zegt over de verhouding tussen minister en ambtenaren en over hoe Nederland zichzelf bestuurt. ‘Er is sprake van een systeemcrisis en dan kun je oplossing niet van ambtenaren verwachten,’ stelt Van Dijk.
Het staatsnoodrecht was het paradepaardje van Faber en het kabinet-Schoof. Met een crisisbepaling in de Vreemdelingenwet wilde het kabinet delen van die wet buiten werking stellen, zodat het zonder voorafgaande goedkeuring van Kamer of Eerste Kamer kon ingrijpen in de asielketen. Een zwaar middel, dat politiek uiterst gevoelig lag.
NSC eiste tijdens de formatie een ijzersterke juridische onderbouwing: aantoonbaar een noodsituatie, met feiten en cijfers die ook bij een rechter overeind zouden blijven. Faber zei in het najaar van 2024 herhaaldelijk in de media dat die onderbouwing zo goed als rond was. De nu openbaar gemaakte stukken tonen echter aan dat haar topambtenaren intern al maanden het tegenovergestelde schreven: de motivering was “niet toereikend” en zou sneuvelen.
‘Je kunt zeggen: Faber was een hele domme minister en haar ambtenaren zijn heel slim, maar je kunt er ook anders naar kijken.’
Ton F. van Dijk
Uiteindelijk liet de coalitie het noodrecht vallen. De maatregelen werden in gewone wetgeving gegoten. De asielnoodmaatregelenwet sneuvelde op 21 april in de Eerste Kamer, nadat de PVV had tegengestemd tegen een aanvullende wet die hulp aan mensen zonder papieren uit de strafbaarheid moest halen. Die aanvulling was voor CDA en SGP een voorwaarde om de hoofdwet te steunen. Geen aanvulling, geen wet.
De dominante interpretatie deze week is voordehandliggend: Faber was te licht voor het dossier, haar ambtenaren zagen scherp, en de feiten kregen gelijk. Van Dijk vindt die conclusie te gemakkelijk. “Je kunt zeggen: Faber was een hele domme minister en haar ambtenaren zijn heel slim,” zegt hij. “Maar je kunt er ook anders naar kijken.” In een vastgelopen systeem heb je volgens Van Dijk juist iemand nodig die niet alles wat ambtenaren zeggen voor zoete koek slikt. Ambtenaren vormen niet voor niets vaak de ‘vierde macht’: zij bedenken regels, controleren ze en houden hun eigen apparaat in stand.
Wie dertig jaar aan asielbeleid werkt, ziet de grenzen van het systeem op den duur niet meer. Een PVV-minister die het radicaal anders wil doen, loopt dan tegen een muur op. Van Dijk benadrukt dat hij de ambtenaren niets verwijt. Hij gaat ervan uit dat zij te goeder trouw handelen en oprecht geloven in hun eigen analyse, juist omdat zij het systeem zelf hebben gebouwd. Van Fenema is het er niet geheel mee eens. Het ambtelijk apparaat is er volgens haar nu eenmaal om de politiek te controleren en te corrigeren, en ambtenaren wantrouwen omdat zij deel ut maken van een dominante cultuur, noemt zij ‘een hele boude stelling’.
Achter de discussie over Faber schuilt volgens Van Dijk een groter probleem: Nederland zit in een systeemcrisis. Woningnood, stikstofcrisis, problemen bij UWV en Belastingdienst, tanend politiek vertrouwen en kabinetten die om de anderhalf jaar struikelen over dezelfde dossiers. Het zijn geen losse incidenten, maar symptomen van een bestuursapparaat dat vastgelopen is. In zo’n situatie heb je volgens Van Dijk geen ambtenaren nodig die het bestaande beleid wat bijschaven, maar mensen die ambtelijke tegenstand naast zich neer durven leggen en buiten de gebaande paden durven denken.
Wekelijks bespreken Ton F. van Dijk en Esther van Fenema de meest spraakmakende kwesties van de week. De X! Factor is een podcast over politiek, media en menselijk gedrag.






