De pilot komt van de beroepsverenigingen van gynaecologen en abortusartsen. Deelnemende ziekenhuizen breken komend jaar elk maximaal vier zwangerschappen af bij vrouwen met een sociale indicatie: een reden die niet medisch is, maar bijvoorbeeld voortkomt uit geldzorgen, een ongewenste zwangerschap of het niet aankunnen van een kind. Tot 22 weken kunnen vrouwen terecht bij een abortuskliniek; daarna kan het alleen nog in het ziekenhuis, tot nu toe vrijwel uitsluitend bij een ernstige afwijking van de foetus. Wie het om andere redenen wilde, week uit naar Spanje, Groot-Brittannië of delen van de Verenigde Staten. Dat vrouwen daarvoor het land uit moeten terwijl het hier wettelijk mag, noemen de verenigingen een lacune tussen wet en praktijk. In 2024 vonden in Nederland ruim 39.000 abortussen plaats, waarvan 331 tussen de 22ste en 24ste week.
Bij Nieuws van de Dag op SBS6 noemde Wierd Duk de ingreep pure moord en stelde hij dat medici die zich eraan schuldig maken uit hun beroep gezet moeten worden. Van Fenema worstelt vooral met die toon en met de manier waarop het nieuws de wereld in kwam. Dit is een medisch-ethisch dilemma van de zwaarste soort, en juist zulke kwesties horen volgens haar niet als los bericht in de zomerse hitte te belanden. ‘Er is maar één vonk nodig en de boel ontploft gewoon,’ zegt zij. Tegenstanders roepen dat het moord is, voorstanders spreken over zelfbeschikking en vrouwenrechten, en iedereen staat weer lijnrecht tegenover elkaar terwijl de werkelijke afweging peilloos ingewikkeld is. ‘Ik vind het gewoon echt niet respectvol naar alle gevoeligheden aan beide kanten.’
Van Dijk vindt het juist goed dat de kwestie naar buiten komt. Rond de 24 weken kan een foetus levensvatbaar zijn. In de ene kamer van het ziekenhuis wordt een prematuur kind met alle middelen in een couveuse in leven gehouden, terwijl in de kamer ernaast bewust niets wordt gedaan om een vergelijkbaar kind te laten leven. ‘Waarom heeft dat ene kind nou recht op redding en wordt het andere kind door de artsen in de steek gelaten, en heeft dat alleen maar te maken met de sociale situatie van de moeder?’
‘Ik ben ook voor abortus. Maar niet als het 24 weken is en levensvatbaar. Dan heb je echt het idee van: wat zijn we aan het doen?’
Ton F. van Dijk
Was zijn dochter van vijftien met een zwangerschap thuisgekomen, zegt Van Dijk, dan was hij zonder aarzelen met haar naar een kliniek gegaan. Maar bij 24 weken en een levensvatbaar kind raakt de kwestie voor hem aan iets groters: een sterk geïndividualiseerde samenleving waarin iedereen het recht opeist over zichzelf te beschikken, zelfs waar dat het leven van een ander betreft.
Waar de twee elkaar vinden, is dat de wet gerespecteerd moet worden. ‘Ik vind het afschuwelijk, vanuit mijn eigen persoonlijke morele intuïtie,’ zegt Van Fenema. ‘Maar dat is niet hetzelfde als dat ik kan zeggen: je mag de wet niet meer uitvoeren.’ Als de tijd en de medische mogelijkheden zijn veranderd, is voor haar de zuivere route om opnieuw en in alle rust naar die wet te kijken, niet om via een opgeklopt bericht de loopgraven te vullen. Van Dijk gaat verder: een wet uit een andere tijd kan op grond van voortschrijdend inzicht worden herzien, en hij vindt niet dat je die altijd zonder meer moet blijven uitvoeren.
Aan het slot benoemt Van Dijk de spanning die in Van Fenema zelf zichtbaar wordt. De mens in haar voelt morele afschuw en zou willen dat het kind een kans krijgt; de arts in haar wil zorgvuldig blijven en de eigen beroepsgroep niet afvallen. ‘Klopt,’ beaamt zij. ‘Dat is het dilemma, en ik vind dat ook een heel terecht dilemma.’ Het is te reëel, vindt zij, om plat te slaan tot een kwestie van voor of tegen.
Wekelijks bespreken Ton F. van Dijk en Esther van Fenema de meest spraakmakende kwesties van de week. De X! Factor is een podcast over politiek, media en menselijk gedrag.






