Pek en veren
Toch raar. Natuurlijk zijn journalisten opportunisten en zullen Ajax’ vier opeenvolgende kampioenschappen (2011-2014) hun beeld van hem roze hebben gekleurd. Maar dan nog. Met deze successen en met dit spel — met het al jaren slaapverwekkend voorspelbare, trage, impotente spel en uitzonderingen daargelaten — zou Martin Jol al lang met pek en veren Amsterdam zijn uitgedragen. De van iedere bravoure gespeende houding die Ajax sinds 2011 zo vaak in de Champions League liet zien, zou De Boers voorganger Jol zwaar zijn aangerekend. Het slappe verweer, de kinderlijk naïeve speelwijze in Europa zou ‘Ajaxonwaardig’ zijn genoemd. De uitschakelingen in de Europa League door clubjes als Steaua Boekarest zou tot hoon bij Johan Cruijff in De Telegraaf hebben geleid; talloos veel journalisten zouden Cruijff hebben nagesproken. Eruit met die man!
Verantwoorden
Maar De Boer zit waar hij zit. Let op mijn woorden: als Ajax zondag wint van Feyenoord dan schrijft de pers veel over hem; verliest Ajax, schrijven ze veel over de spelers. Niet toevallig waren het juist de spelers die zich deze week bij de supporters moesten verantwoorden voor het vertoonde spel. Aardig van De Boer om mee te praten, maar opnieuw waren het de spelers die beterschap moesten beloven. Zo gaat dat steeds. Geslaagde doorbraken van Ajaxtalenten stralen af op De Boer. Ontpoppen diezelfde talenten zich na enkele jaren spelen onder De Boer tot vroegoude schaakvoetballers, dan worden zíj uitgefloten, niet de systeemcoach met zijn looplijnen.
Prettige ervaringen
Hoe dit allemaal komt? De publieke figuur De Boer profiteert van zijn immer toegankelijke, eerlijke, openhartige, nuchtere, soms grappige, zelden onredelijke, geduldige, duidelijke, ongecompliceerde, respectvolle houding tegenover de media. Ook ik heb uitsluitend prettige ervaringen met hem gehad. Het is gewoon een sympathieke kerel, een voorbeeld voor de rest. En dat maakt het dat ik dit stukje tot aan de laatste alinea met tegenzin schreef. Maar wat daar staat, zo is het natuurlijk wel.






