Het tralala-gehalte van ex-Rabotopman Herman Wijffels

In een reconstructie die Nieuwsuur maakte met Het Financieele Dagblad over de situatie waarin de Rabobank op dit moment verkeert, komt de alom gelauwerde ex-topman Herman Wijffels ruimschoots aan het woord.

Anders dan de meesten van u plaats ik Wijffels in de categorie ‘Wat zit er eigenlijk in als je hem openmaakt?’ Van buiten ziet het er imposant uit, en zo klinkt het ook. Mensen als Wijffels floreren enorm in het huidige mediatijdperk waarin de feiten nog weleens naar de achtergrond willen verdwijnen. We zoeken leiders, en iedereen die brutaal genoeg is om als veronderstelde visionair zijn hand op te steken hijsen we op het schild.

In diezelfde categorie had ik het al eens eerder over Alexander Rinnooy Kan. In het zakenleven past ook Hans Wijers er naadloos. Als u – net als bijna iedereen – dacht dat hij AKZONobel krachtdadig heeft groot gemaakt, verdiept u zich dan maar eens in de feiten.

Terug naar Herman Wijffels. In de Nieuwsuur-reconstructie mag hij als wijze oude man zijn licht laten schijnen over de oorzaken van de huidige crisis binnen de bank, dit jaar gesublimeerd in de Libor-fraude.

Ik moet zeggen: als zakelijke brutaliteit niet bestond, zou Herman Wijffels het hebben uitgevonden. Nog net met droge ogen vertelt hij over het verlies van lokale, regionale en culturele waarden als je al die Rabo-vestigingen in het land langs de centralistische lat van het Utrechtse hoofdkantoor zou willen leggen.

En over het type mensen dat je binnenhaalt als je je inlaat met de praktijken die de Rabobank in zijn Londense vestiging bleek te herbergen.

Wijffels weet – ook al omdat geen journalist van Nieuwsuur hem ook maar iets in de weg legt, laat staan ook maar één van feitenkennis getuigende kritische vraag durft te stellen – weg te komen met zijn ogenschijnlijk wijze praatjes.

Had zo’n journalist zich wél in de feiten verdiept, dan had hij geweten dat Herman Wijffels van 1986 tot en met 1999 voorzitter van de hoofddirectie van de Rabobank was.

En dat zo ongeveer alles waarop hij nu afgeeft, onder zijn ‘bezielende’ leiding begon. De Rabobank moest omhoog in de vaart der volkeren en volgde de grootbanken met een eigen vestiging in Londen, de leeuwenkuil van de internationale financiële wereld. Wanneer was dat? In 1996. Inderdaad, onder Wijffels. Bracht de Rabobank daar vervolgens z’n eigen mensen onder? Welnee, de Rabobank winkelde onder het type financieel specialisten dat in Londen goed gedijt. Omdat daar bijna alles kan en je er krankzinnig goed verdient.

Bij zo’n wereldbank als Wijffels voor ogen stond, paste zeker ook geen gehobby van lokale Rabobankbestuurders; steeds meer bevoegdheden gingen naar het hoofdkantoor.

Onder Herman Wijffels begon zo ongeveer alles wat de Rabobank nu opbreekt. Maar niemand legt het verband. Nou ja, bijna niemand.