Cees Nooteboom leest: Proust, Cervantes en Shikubu

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Cees Nooteboom sluit de rubriek af.

Het reizen heeft Cees Nooteboom (1933) altijd al in het bloed gezeten. Al in zijn jeugd trok hij liftend door Europa – in zijn debuutroman Philip en de anderen (1955) schrijft hij over deze omzwervingen. Een jaar later begon hij aan zijn carrière als reisjournalist. Eerst voor Het Parool, toen voor Elsevier en vanaf 1968 voor het tijdschrift Avenue. In 1980 brak Nooteboom pas echt door bij het grote publiek met zijn roman Rituelen. Zijn poëzie, gebundelde reisverhalen en romans werden in meer dan dertig talen vertaald. In 1992 ontving hij de prestigieuze Constantijn Huygens-prijs voor zijn gehele oeuvre, gevolgd door de P.C. Hooftprijs (2004) en de Prijs der Nederlandse Letteren (2009).

/Nachtkastje
Op mijn dag- en nachtkastje ligt de nieuwe Thucydides-vertaling van Wolther Kassies, De Peloponnesische oorlog. Toen Borges bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog aarzelde of hij tegen zijn gewoonte in toch maar kranten zou gaan lezen, besloot hij uiteindelijk om Tacitus te lezen, ook over een oorlog, maar beter geschreven.

Iets dergelijks geldt voor Thucydides. Nu beweer ik niet dat er een oorlog komt – er zijn er al genoeg – maar als je iets over oorlog, conflicten en onderhandelingen wilt weten, dan is dit boek van ruim tweeduizend jaar geleden nog steeds helder. Niet alleen omdat de wezenlijke aard van conflicten niet verandert (Oekraïne, Israël enzovoort), maar ook omdat de omstandigheden in de loop van de tijd misschien wel veranderen, maar de essentie van menselijk gedrag niet. Ik lees het ook graag omdat het boek vertaald is op een  manier waardoor je denkt dat het nu geschreven is, en dan ook nog in het Nederlands.

Het volgende boek is van een jonge Engelse auteur, Adam Thirlwell. Hij is geobsedeerd door vertalingen omdat een boek, als het veel vertaald wordt, een multiple wordt, een aantal versies van hetzelfde boek die nooit helemaal hetzelfde kunnen zijn. In zijn boek komt een hele reeks schrijvers aan de orde. Proust, Sterne, Tolstoj, Flaubert, Habral, Kundera, Nabokov, Diderot… allemaal schrijvers die ik op mijn lijstje gezet zou hebben, als ik in lijstjes geloofde. Het boek heet Miss Herbert, een al dan niet geliefde van Flaubert, veel jonger dan hijzelf. Volgens onbewezen verhalen zou zij samen met Flaubert Madame Bovary vertaald hebben, een vertaling die spoorloos verdwenen is.

/De Grote Drie
Wat zijn volgens u de drie beste romans ooit geschreven?

À la recherche du temps perdu – Marcel Proust (1922)

> Don Quijote – Miquel de Cervantes (1605)

> Het verhaal van Genji – Murasaki Shikubu (begin elfde eeuw.)

/De Grote Een
Je voorbeelden, en dus eigenlijk je voorgangers als schrijver, vind je voor mijn gevoel niet op lijstjes, maar bij toeval. In boekwinkels zolang die nog bestaan, op de tafels en in de bedden van vrienden en vriendinnen. De ene schrijver stuurt je naar de andere. J.L. Borges bleef zijn hele leven trouw aan Rudyard Kipling, Vladimir Nabokov aan Aleksandr Poesjkin, Remco Campert aan F. Scott Fitzgerald. Voor mij was Marcel Proust de belangrijkste leeservaring. Maar als ik dan met het mes op de keel nog wat namen en titels moet noemen, dan Italo Calvino (vooral ook zijn Zes lessen voor het nieuwe millennium) de jonge Chileen Alejandro Zambra (Het verborgen leven van bomen), de Mexicaanse Valeria Luiselli (Valse Papieren) en Don Delillo (Underworld). Maar ik herhaal, er zijn geen regels. De boeken der kleine zielen van Louis Couperus zit net zo goed in mijn geestelijk archief als Van de koele meren des doods van Frederik van Eeden, de verhalen van Remco Campert en de poëzie van Hugo Claus, Fernando Pessoa en Eugenio Montale.

/Leeslijst

Beste Nick Muller,                                                            Missen, 20.1.14

Ik vraag mij af wat U aan mijn gebrekkige lijstje heeft, want ik ben een atypische, chaotische en onmodieuze lezer. Maar hierbij dan toch:

Leeslijst (handschrift) van Cees Nooteboom, Nick Muller, HP De Tijd

Algemene, niet gevraagde raad aan de jonge schrijver: ga op reis. Neem een goedkoop vliegtuig naar een armzalige hoofdstad, ga naar het busstation en begin maar ergens. Ooit vroeg ik in een vlaag van jaloezie aan Rüdiger Safranski, die mij steeds verbijstert door zijn enorme belezenheid: ‘Wanneer heb je dat allemaal gelezen?’ Zijn antwoord: ‘Toen jij met al je reizen in het boek van de wereld gelezen hebt.’ Lees trouwens zijn biografieën van Nietzsche en Schopenhauer, daar kun je heel wat eigentijdse glorieboeken voor laten liggen.

Tweede ongevraagde raad: lees poëzie. Poëzie waagt zich verder in het domein van de taal dan het meeste proza, daar kun je je voordeel mee doen. Ik las in de lijst van Joost Zwagerman: stijl is alles. Ik las ergens bij mezelf: ‘Stijl is het eerste dat bederft.’ Ook ik vind dat stijl belangrijk is. Maar stijl is niet alles. Schrijven is organisatie. En er is ook zoiets als ervaring van de wereld. Niet iedereen heeft daar evenveel van nodig. Volg je instinct.

Kijk maar wat U ermee doet. Ik ben nu nog in Duitsland, volgende week ben ik terug in Amsterdam, maar in de loop van de week naar New York en dan door naar Cartagena de Indias in Colombia.

Dag,

Cees Nooteboom

Dit portret van Cees Nooteboom (grote afbeelding) is exclusief voor deze rubriek vervaardigd door Rik Reimert (1985). Wilt nu meer werk van Reimert zien of dit portret aanschaffen? Kijk hier.

Dit was de laatste editie van WritLit. U kunt hier alle voorgaande edities teruglezen.

____

  Download deze gratis app om ons maandblad op uw tablet te lezen
  Volg HP/ De Tijd en Nick Muller op Twitter
  Volg HP/ De Tijd en Rik Reimert op Facebook

Meer leuke content? Like ons op Facebook