Column Emma Brunt: Duistere jongens

De Haagse Post bestaat 100 jaar, en ter gelegenheid van dit unieke journalistieke jubileum werd 9 december in De Balie in Amsterdam de HP-Eeuwprijs uitgereikt. De deelnemers aan deze columnistenwedstrijd moesten zo treffend mogelijk een ‘Verhaal van alledaagse waanzin’ beschrijven, naar een rubriek die begin jaren tachtig een stilistisch memorabel onderdeel was van de Haagse Post. De komende weken publiceren we op onze website de inzendingen. Na de bijdrages van Hans Jansen en Ton van Dijk, nu Emma Brunt.

Sinds ik na het leveren van taai verzet toch nog gezwicht ben voor de charmes van Facebook, zit ik vaak tot diep in de nacht de post van andere oudere dames te beantwoorden, meestal naar aanleiding van een deksels avontuur dat wij hebben beleefd met onze poezen. Want zo gaat dat nu eenmaal: hoe ouder, hoe tuttiger, ook al doe je nog zo je best om geen buitenissig kattenvrouwtje te worden en elk rampgebied je volle aandacht te geven bij het kijken naar het Journaal. Maar de laatste tijd komen er via deze achteringang ook figuren over de vloer, virtueel dan altijd, die minder vlot te plaatsen zijn en me voor heel andere epistolaire problemen stellen.

Jongens zijn het, ergens in de twintig, maar ik ben er niet zo zeker van het ook aardige jongens zijn,want hun Nederlands is gebrekkig, evenals hun Engels, en dat maakt dat hun ware bedoelingen enigszins in het duister blijven. Voortvarend zijn ze over het algemeen wel, ze lopen erg hard van stapel, maar op een directe vraag komt zelden een antwoord waar je houvast aan hebt.

“Hey, you have nice smile, I like…” is bijvoorbeeld hoe Ahmed A. onlangs het gesprek opende, waarna hij me toevertrouwde dat hij een voorspoedige carrière aan de universiteit voor zichzelf in het verschiet zag en wilde weten of ik hem aan de benodigde inschrijvingsformulieren kon helpen.

“Daarvoor moet je bij de studentendecaan zijn,” tikte ik behulpzaam terug, want zeker toen ik pas begon met Facebook dacht ik dat je overal antwoord op moest geven – beleefdheidshalve.

Maar zo gemakkelijk kwam ik niet van hem af. Of ik gescheiden was en alleen woonde was het volgende punt op zijn agenda, en of ik zin had in een afspraakje bij mij thuis. Morgen, of overmorgen. En liefst op het eind van de middag, want dan ging hij uitgebreid voor me koken, allemaal kleine hapjes uit de Afrikaanse keuken, ik zou versteld staan.

Het werd dus hoog tijd om klare taal te spreken, en dat deed ik door hem erop te wijzen dat ik dit jaar zeventig werd, dat ik twee zonen en vier kleinkinderen heb, en niet zit te wachten op intieme dineetjes met wildvreemde mannen. En al helemaal niet met iemand die niet alleen mijn zoon maar zelfs met groot gemak mijn kleinzoon zou kunnen zijn.

“Jij nog steeds mooi vrouw!” was zijn ontstelde reactie.

En na een denkpauze van anderhalve minuut kwam daar vol daadkracht achteraan: “I like you! I want you!”

“Sorry,” tikte ik terug, “daar ben ik echt te oud voor geworden.” Maar hij blijft hopen dat ik tot inkeer kom en zet dringende oproepen op mijn pagina.

Hij is inmiddels de enige niet meer, zo heb ik er nog een paar, en ze doen me levendig denken aan Slim, de Nigeriaan met wie een sociaal voelende vriendin van mij ooit getrouwd is om hem aan de benodigde verblijfspapieren te helpen. Binnen de kortste keren kwam de hele mannelijke tak van zijn familie in Lagos regelmatig logeren, voorzien van ‘handel’ waar geheime plekken voor moesten worden gezocht in haar driekamerflatje, terwijl de woonkamer werd bezet met veldbedden en haar keuken eruitzag alsof er een hogedrukpan met een mengsel van Brinta en erwtensoep in was ontploft.

“Emma, why not write me back?!” was de laatste noodkreet die ik van Ahmed A. ontving, maar ik zwijg in alle talen.