Jongens zijn het, ergens in de twintig, maar ik ben er niet zo zeker van het ook aardige jongens zijn,want hun Nederlands is gebrekkig, evenals hun Engels, en dat maakt dat hun ware bedoelingen enigszins in het duister blijven. Voortvarend zijn ze over het algemeen wel, ze lopen erg hard van stapel, maar op een directe vraag komt zelden een antwoord waar je houvast aan hebt.“Hey, you have nice smile, I like…” is bijvoorbeeld hoe Ahmed A. onlangs het gesprek opende, waarna hij me toevertrouwde dat hij een voorspoedige carrière aan de universiteit voor zichzelf in het verschiet zag en wilde weten of ik hem aan de benodigde inschrijvingsformulieren kon helpen.“Daarvoor moet je bij de studentendecaan zijn,” tikte ik behulpzaam terug, want zeker toen ik pas begon met Facebook dacht ik dat je overal antwoord op moest geven – beleefdheidshalve.
Maar zo gemakkelijk kwam ik niet van hem af. Of ik gescheiden was en alleen woonde was het volgende punt op zijn agenda, en of ik zin had in een afspraakje bij mij thuis. Morgen, of overmorgen. En liefst op het eind van de middag, want dan ging hij uitgebreid voor me koken, allemaal kleine hapjes uit de Afrikaanse keuken, ik zou versteld staan.
Het werd dus hoog tijd om klare taal te spreken, en dat deed ik door hem erop te wijzen dat ik dit jaar zeventig werd, dat ik twee zonen en vier kleinkinderen heb, en niet zit te wachten op intieme dineetjes met wildvreemde mannen. En al helemaal niet met iemand die niet alleen mijn zoon maar zelfs met groot gemak mijn kleinzoon zou kunnen zijn.“Jij nog steeds mooi vrouw!” was zijn ontstelde reactie.
En na een denkpauze van anderhalve minuut kwam daar vol daadkracht achteraan: “I like you! I want you!”“Sorry,” tikte ik terug, “daar ben ik echt te oud voor geworden.” Maar hij blijft hopen dat ik tot inkeer kom en zet dringende oproepen op mijn pagina.
Hij is inmiddels de enige niet meer, zo heb ik er nog een paar, en ze doen me levendig denken aan Slim, de Nigeriaan met wie een sociaal voelende vriendin van mij ooit getrouwd is om hem aan de benodigde verblijfspapieren te helpen. Binnen de kortste keren kwam de hele mannelijke tak van zijn familie in Lagos regelmatig logeren, voorzien van ‘handel’ waar geheime plekken voor moesten worden gezocht in haar driekamerflatje, terwijl de woonkamer werd bezet met veldbedden en haar keuken eruitzag alsof er een hogedrukpan met een mengsel van Brinta en erwtensoep in was ontploft.“Emma, why not write me back?!” was de laatste noodkreet die ik van Ahmed A. ontving, maar ik zwijg in alle talen.






