Populieren aan de macht

In de laatste dagen van het jaar blikt schrijver Gerjon Gijsbers (1983) op droogkomische wijze terug op het afgelopen jaar. Vandaag: de politiek.

Ik ben geen politicoloog, maar kort door de bocht, links- dan wel rechtsom, durf ik te stellen dat 2016 het jaar is waarin de gevestigde politieke orde het definitief moest afleggen tegen de dwingelandij van het oprukkende populisme. Om dat te zien hoef je niet doorgeleerd te hebben, geen kranten te volgen of inspraakavonden bij te wonen.
In Amerika overwon die gozer wiens naam me momenteel ontschoten is. Volgens mij vernoemd naar een toren, al ben ik er vrij zeker van dat het niet Ryan Babel is, want dat is een voetballer van Deportivo la Coruña, waarover later waarschijnlijk meer onder het kopje sport, maar waarschijnlijker niet. Ook in Nederland krijgt het populisme een steeds bredere voet aan de grond, dankzij iemand die beweert dat het land ziek is. Ik heb geen doktersdiploma, dus ik kan dat ontkennen noch bevestigen, al zou het me niets verbazen dat, wanneer je het land in een petrischaaltje propt en onder een microscoop bekijkt, je waarneemt hoe de rode, witte en blauwe bloedlichaampjes aangevallen worden door geblondeerde cellen.
Ik hoor het zelfs op straat roepen: ‘Populisme hoezee, het populisme aan de macht!’
Mensenkinderen, denk ik dan, kalm, kalm, doe eens een paar stapjes terug. Bijvoorbeeld drie stapjes terug op pagina 982 van Kramers Nieuw Woordenboek – redactie onder leiding van drs. H. Coenders, twintigste druk – waar we in plaats van populisme het woord populier aantreffen.

po۰puˈlier (< Oudfrans) m (-en) slanke, hoge boom met beweeglijke driehoekige bladeren (Populus)

‘De populieren aan de macht!’ Zie je ze al zachtjes wiegen aan de einder? Is dat niet meteen een rustgevender en vertrouwder beeld, zoals een touwtje uit de brievenbus? Met hun wortels diep in de grond en die toppen waarmee ze veel wind vangen en richting de hemel reiken. Sterk en standvastig. Deze oer-Hollandse bomen zijn daarop gemaakt. Mensen niet. Te nietig.

Ik dacht dat we na Hilbrand Nawijn, Herman Heinsbroek en Dion Graus de diepste afdaling wel achter de rug hadden, maar inmiddels staan schertsfiguren als Jan Roos, Jan Dijkgraaf en Thierry Baudet te popelen om het blauwe pluche te bevuilen.
Vroeger stemde ik weleens blanco, een minder gevaarlijke manier om je onvrede te uiten. Komende verkiezingen stem ik niet blanco, maar gaat mijn voorkeur uit naar Lisa Westerveld, nummer 14 op de kandidatenlijst van GroenLinks. Niet alleen omdat we bij haar in mijn herinnering door populieren omgeven ouderlijke huis eens een welopgevoede kitten ophaalden – een koddig beestje dat zeventien jaar deel uitmaakte van ons gezin, toch de hoeksteen van de samenleving -, maar in de eerste plaats omdat ze zich al jarenlang sterk maakt voor de kwaliteit van het onderwijs.
Als we weer willen floreren als in voorbije dagen dan is het van groot belang dat jongeren leren zich verstaanbaar te maken in een vreemde taal zonder in tongen te spreken, te pas en te onpas een strofe van Hendrik Marsman te citeren, hoe ze een microscoop en een woordenboek moeten hanteren en dat er geen blauwe bloedlichaampjes bestaan.