Oorlog! Het trollenleger tegen de deugguerilla

Ook ik stond ooit tussen een paar honderd zeer bekende Nederlanders die via een paginagrote advertentie in de dagbladen protesteerden tegen stemmingmakerij tegen buitenlanders. Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.

Het was in 1991 en de precieze details herinner ik me niet meer. Er speelde in ieder geval iets binnen de Partij van de Arbeid, ik meen dat Felix Rottenberg de discussie wilde openbreken over de multiculture samenleving. Er brak paniek uit bij de Main Stream Media (MSM), al heette dat toen niet zo.

Het woord deugen hoorde je amper in die tijd. De term werd hoofdzakelijk gebruikt door de joodse gemeenschap: “Die en die deugt, daar kan je onderduiken.”

Iemand die niet deugde, stond gelijk aan de NSB’er die voor drie knaken onderduikers verried aan de Duitse bezetter. Nou was dat een heel bedrag in die barre tijd maar toch…

Ik was net afgestudeerd op het islamitisch fundamentalisme in Algerije en had daar reportages gemaakt die gretig werden afgenomen door dag- en weekbladen.

Martin van Amerongen, de legendarische hoofdredacteur van de Groene Amsterdammer, vond dat ik een vlotte pen en een springerige geest had. Na een sollicitatiegesprek met Stephan Sanders en Anil Ramdas (lees: twintig vaasjes bier de man bij café Oosterling aan de Utrechtsestraat) mocht ik aan de slag bij de Groene.

Om een kort verhaal lang te maken: een paar mensen bij de VPRO wilden die advertentie tegen de hetze tegen buitenlanders gaan plaatsen in de landelijke media. Via Martin van Amerongen kwamen ze bij mij terecht, de krullenjongen van de Groene.

Ik ging met mijn broodtrommeltje naar de VPRO-villa’s aan de ‘s Gravelandseweg 63 tot en met 73 in Hilversum, het walhalla voor de beginnend journalist, en moest daar de hele dag bekende Nederlanders bellen of ze mee wilden betalen aan die peperdure advertentie. Hun namen en telefoonnummers had ik van Martin van Amerongen gekregen.

Nou ben ik eigenlijk niet zo goed in telefonisch colporteren maar nadat ik de flink gevulde ijskast van de VPRO had geledigd (al het bier plus een kruik jenever) liepen de zaken gesmeerd. Bovendien deed ik het samen met Stanja van Mierlo, de allercharmantste dochter van HAFMO. Die zat toen helaas in een relatie met een van de broertjes Ekkel, destijds hét aanstormend talent van de VPRO. Later ben ik nog wel getrouwd op Blijburg, de strandtent die Stanja uitbaat maar dat is een héél ander verhaal.

Enfin, laat op de avond had ik heel bekend Nederland bij elkaar geronseld en op zaterdag zou er paginagrote advertentie komen in de dagbladen. Stop de hetze tegen buitenlanders, iets in die geest. Ik wilde de laatste trein naar Mokum halen en vroeg mijn honorarium. Dat bleek er niet te zijn, tot mijn stomme verbazing. Iemand riep nog: “Je hebt de hele ijskast leeggezopen, is dat niet voldoende?” Ik heb toen geëist dat mijn naam in de advertentie zou komen.

Heel bekend Nederland vroeg zich die zaterdag af wie die Arthur van Amerongen toch was.  Ik stond  bovenaan de lijst met tweehonderd bekende Nederlanders, die op alfabetische volgorde was. Ik moest wel de zoon van Martin zijn, want zo gaan die dingen in de media.

Goed, het was mijn claim to fame. Ik moest daar aan denken toen ik onlangs die oproep zag van een aantal Nederlanders, gericht tegen minister Blok.

Ik kende bijna geen een naam. Volgens mij was het gewoon de gestencilde ledenlijst van Bij1, aangevuld met de altijd deugdzame Joshua Livestro, ooit betaald adviseur van de extreemrechtse Sarah Palin, de aartsvijandin van de multiculturele samenleving. Mijn zeer gewaardeerde collega Marcel van Roosmalen heeft die Gideonsbende al gesloopt en dus valt er voor mij weinig eer meer te behalen.

De tekst loopt hieronder door.

Voor het gemak noem ik de ondertekenaars de deugguerilla. De deugguerilla duikt overal op. Hun grootste vijand is het trollenleger. Als ik de NRC mag geloven, ben ik Hauptsturmführer van een legioen trollen.

De tekst loopt hieronder door.

Die trollen wonen in de kelder onder mijn nederige hut aan de Atlantische Oceaan en als het nodig is, activeer ik ze en zet ik ze in Faro op de vliegmasjien naar Amsterdam om daar dood en verderf te zaaien. Het zijn net de slapende cellen van IS. Gisteravond was het weer raak. Mijn grote vriend Sybren Kooistra, de spindoctor van Jesse Klaver die werd weggepromoveerd naar de catacomben van Brussel, had weer even kortsluiting in het hoofd.

De tekst loopt hieronder door.

Ik lag al op één oor (ik sta iedere dag om zes uur op om de geiten, de kippen, de schapen en de varkens te voeren en de honden uit te laten) en werd door een trol wakker gebeld (notabene een collect call) en geattendeerd op die tweet. Het kwam er op neer dat Sybren, die zichzelf baas noemt, een assistente of een stagiaire van de European Greens een hand op de schouder wilde leggen, als vorm van begrip of troost. Dat pakte verkeerd uit bij zowel de trollenlegers als bij de deugguerilla. De poep vloog door de ventilator in de kelders van Brussel, want er was een #MeToo-situatie ontstaan bij de Internationale Groenen.

De tekst loopt hieronder door.

Dat is knap, als je door een tweet een tijdelijk en fragiel vredesbestand tussen de deugguerilla en de trollenlegers weet te creëren.

Bon, ik ging weer verder snurken en liet de rest over aan mijn trouwe trollenleger. Toen ik vanmorgen weer even op Twitter ging kijken, kwam er nog steeds rook uit het hoofdkwartier van de European Greens.

Laatst schreef iemand van de deugbrigade dat ik op de loonlijst van Poetin stond. Toen brak mijn klomp. Kom maar op met die roebels, dacht ik. Ik kan ze hard gebruiken, want mijn gulzige trollen moeten ook gevoerd worden. Voor niks gaat de zon op, en de eerste Nederlander die iets gratis doet moet ik nog tegenkomen. De laatste die iets voor niks deed, was ik, in 1991 in de VPRO-villa’s. Maar toen deugde ik tenminste nog.

Meer Arthur van Amerongen? Volg ons op Facebook