Spring naar de content
bron: marco de swart/anp

Nederlands Film Festival 2021: alles is weer als vanouds, zelfs de middelmatige openingsfilm

Vandaag start in Utrecht de 41ste editie van het Nederlands Film Festival. Filmjournalist Nico van den Berg blikt vooruit op de highlights van het festival, maar kan ook niet ontkomen aan het rumoer rond de genderneutrale Gouden Kalveren en de almacht van de Nederlandse diversiteitsvrije romkom.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Nico van den Berg

Het Nederlands Film Festival had vorig jaar in alle opzichten een vreemde en afwijkende editie. Wat een uitbundige viering van het veertig jarig bestaan had moeten worden, voelde uiteindelijk aan als een klein feestje waarbij iemand vlak voor het begin alle alcohol en slingers het raam uit had gegooid. Uiteraard trad corona als spelbederver op, al kwam het NFF er nog redelijk mee weg: de bioscopen waren – met beperkingen – gewoon open. Verder moest festivaldirecteur Silvia van der Heiden om persoonlijke redenen tijdelijk terugtreden. Haar positie werd ingevuld door Doreen Boonekamp, ofwel de Godmother van de Nederlandse filmwereld, waar ze bijna elke sleutelpositie wel een keer heeft gemanaged. 

Wat 2020 ook tot een uitzonderlijk jaar voor het NFF maakte, was een uitstekende openingsfilm: het op Curacao gedraaide Buladó van Eché Janga. Jarenlang werden door het festival vooral middelmatige films tot festivalopeners gepromoveerd, maar vorig jaar was dat wel anders. De poëtische film kreeg lovende kritieken en ging er vandoor met het Gouden Kalf voor Beste Film. Ze zullen bij het NFF waarschijnlijk af en toe nog met nostalgie terugdenken aan vorig jaar toen de Gouden Kalveren nog geen onderdeel waren van een fel identiteitsdebat, wat dit jaar heeft geleid tot genderneutrale Kalveren voor de beste acteerprestaties.

Dit jaar lijkt alles weer bijna terug bij het oude. De bioscopen mogen de 1,5 meter afstand vanaf zaterdag loslaten, festivaldirecteur Silvia van der Heiden is terug op haar oude post én de openingsfilm – Antoinette Beumers Mijn vader is een vliegtuig – is weer als vanouds pure middelmaat.

Mijn vader is een vliegtuig is gebaseerd op het gelijknamige boek dat Beumer een paar jaar zelf schreef en waar ze naar eigen zeggen tijdens het schrijven al een film in zag. Die kwam er dus ook. En het is meteen haar laatste, zo kondigde ze zelf recent aan. Vanaf 1 november gaat Antoinette Beumer als Director Original Series Benelux voor Netflix aan de slag, wat zoveel betekent dat ze nieuwe series gaat bedenken en ontwikkelen. Datzelfde deed ze de afgelopen jaren al voor Videoland, maar met de enorme budgetten waar Netflix mee werkt, kan ze de komende jaren pas echt goed uitpakken.

Je voelt dat je naar een in zichzelf gekeerde film zit te kijken, die niet bezig is met toenadering zoeken naar de kijker, maar alleen zwelgt in het eigen verdriet en het eigen gelijk

Antoinette Beumer werd vooral bekend door haar speelfilmdebuut De gelukkige huisvrouw, naar het boek van Heleen van Royen. Later maakte ze nog Loft, Jackie, Soof en Rendez-Vous. Stuk voor stuk zijn het films met sterke vrouwenrollen en een duidelijke eigen signatuur waarbij de menselijke psyche op zeer toegankelijke wijze in een pakkend verhaal wordt gegoten. Niet voor niets maakte Beumer eerder soaps als Goudkist en GTST en series als Spangen. Ook Mijn vader is een vliegtuig is gebaseerd op datzelfde stramien. Elise Schaap speelt Eva, het personage dat gebaseerd is op jeugdherinneringen van Beumer zelf. Eva is een vrouw met een succesvolle carrière en heeft een hecht gezin. Maar daarnaast draagt ze een flinke bak aan jeugdtrauma’s met zich mee, vooral veroorzaakt door haar vader – gespeeld door Pierre Bokma – die volkomen verward al jaren in een inrichting zit. Wanneer haar moeder overlijdt, komt er bij Eva zoveel onverwerkt leed naar boven, dat ook bij haar de stoppen dreigen door te slaan.

De titel Mijn vader is een vliegtuig en de bijbehorende filmposter doen eerder denken aan een kinderfilm dan aan een zwaar drama. Toch drukt dat laatste als een pretentieuze deken over de hele film heen en smoort alle nuance en lichtheid. Maar nergens komen de personages echt bij je binnen. Het wreekt zich hierbij dat de film en het verhaal te dicht bij Beumer staat om er kritisch naar ter kunnen kijken. Ook het feit dat het scenario is geschreven door haar partner, Maaik Krijgsman, is de film niet ten goede gekomen. Je voelt dat je naar een in zichzelf gekeerde film zit te kijken, die niet bezig is met toenadering zoeken naar de kijker, maar alleen zwelgt in het eigen verdriet en het eigen gelijk. Elise Schaap is een uitstekende actrice, maar aan tenenkrommende scènes die soms doen denken aan een slecht geschreven Toren C-sketch valt zelfs voor een acteertalent als Schaap geen eer meer te behalen.

De tekst gaat onder de video verder.

Een veel betere film is Do Not Hesitate, over een paar jonge Nederlandse militairen die in een niet nader te noemen land in het Midden-Oosten onderdeel zijn van een vredesmissie. Als ze zich uit het woestijngebied willen terugtrekken, begeeft hun voertuig het ineens en moeten ze wachten op versterking om het onherbergzame gebied, waar het nog altijd onrustig is, veilig te kunnen verlaten. Maar een ontmoeting met een Arabisch jongetje gooit het hele plan in de war en brengt de jonge militairen in grote innerlijke tweestrijd. Do Not Hesitate laat op indringende wijze zien welke psychische gevolgen een oorlogsmissie op jonge mannen kan hebben. De film doet denken aan Crazy, een documentaire van Heddy Honigmann uit 1999. Ook daar zien we hoe vanuit een oorlogssituatie een posttraumatische stressstoornis kan ontstaan en de levens van de vaak jonge mannen voor lange tijd ontwricht.

Van Honigmann draait het NFF ook haar nieuwste film No Hay Camino. Het is een documentaire waarin de filmmaker een reis langs bijzondere plekken in haar leven maakt nadart ze heeft gehoord dat ze niet heel lang meer te leven heeft. Ook geeft Heddy Honigmann een speciale Masterclass op het festival. Een andere Nederlandse filmgrootheid, Alex van Warmerdam, sluit met zijn nieuwe film Nr. 10 het NFF af. Ongetwijfeld had Van Warmerdam zijn film het liefst in een competitieprogramma van een groot filmfestival als Cannes, Berlijn of Venetië gehad, maar in plaats daarvan is het de rode loper bij Kinepolis Jaarbeurs geworden. Het past echter wonderwel bij de tragikomische insteek van Van Warmerdam.

De tekst gaat onder de video verder.

Terug naar festivaldirecteur Silvia van der Heiden. Als ik haar vlak voor het festival spreek, zegt Van der Heiden dat haar jaar afwezigheid haar een ander blik op het festival heeft gegeven: “Er bleek nog meer mogelijk dan ik dacht.” Daar bedoelt Van der Heiden ook de discussie over het gebrek aan inclusiviteit in de Nederlandse film mee. “Het begin is er gelukkig, we zien meer diversiteit in Nederlandse producties dan tien jaar geleden. Nu is het vooral een kwestie van doorpakken.” Dat ‘doorpakken’ werd haast letterlijk genomen toen het festival bekendmaakte dat de Gouden Kalveren voortaan genderloos door het leven gaan. Het leverde haar naast wat lof ook veel kritiek uit de filmwereld op. “Alle verandering is moeilijk en heeft tijd nodig,” zegt Van der Heiden hierover. “Het belangrijkste criterium bij het uitreiken van de Kalveren was, is en blijft vakexpertise, de kwaliteit van wat er gemaakt wordt, gepresenteerd wordt. Daarbij geldt al decennia voor de verschillende disciplines dat we geen onderscheid in hokjes maken.” De Kalveren-discussie is zeker nog niet uitgeraasd, net als het debat over het gebrek aan inclusiviteit in de Nederlandse filmsector. “We zien al jaren dat met name de jongere groepen inclusiever worden,” zegt Van der Heiden. Alleen hebben deze groepen het niet voor het zeggen in de filmwereld, die ook in Nederland gedomineerd wordt door tellens weer dezelfde namen en type films. Maar de NFF-directeur ziet dat anders. “De kracht van de Nederlandse film zit allereerst bij de makers. Zij brengen een enorme verscheidenheid in aanbod die de verscheidenheid van Nederland laat zien, een spiegel van de Nederlandse samenleving.” 

Het belangrijkste criterium bij het uitreiken van de Kalveren was, is en blijft vakexpertise, de kwaliteit van wat er gemaakt wordt, gepresenteerd wordt. Daarbij geldt al decennia voor de verschillende disciplines dat we geen onderscheid in hokjes maken

Silvia van der Heiden, directeur NFF

Op de vraag wat er dan beter kan, antwoordt ze met een klassiek imago-argument: “Waar we nog aan kunnen werken is het imago van het Nederlandse product. Door meer mensen naar Nederlandse producties te trekken en hen te tonen dat dit vooroordeel niet klopt, kunnen we hier op termijn vast en zeker verbetering in behalen.” Als je jonge Nederlandse makers hierover spreekt, gaat het hen niet om imagoproblemen, maar om de moeizame wijze waarmee ze hun vernieuwende ideeën kunnen realiseren. Het zou mooi zijn als Antoinette Beumer in haar nieuwe rol bij Netflix deze nieuwe makers wel een platform kan geven om bijzondere films te maken en te laten zien. Dat moet de komende jaren allicht een paar goede openingsfilms voor het NFF op kunnen leveren.