Spring naar de content

Wijziging transgenderwet is een belangrijke stap vooruit (en geen bedreiging voor de rechten van vrouwen)

De aanname dat zelfidentificatie leidt tot gevaar voor vrouwen is gebaseerd op irreële angsten, schrijft D66-Kamerlid Lisa van Ginneken in een ingezonden stuk.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Lisa van Ginneken

In 2014 namen we afscheid van de verplichte sterilisatie en gang naar de rechter voor het wijzigen van je geslachtsregistratie. Dat was een belangrijke stap in de emancipatie van transgender mensen. Nog voor de zomer kunnen we een volgende stap zetten. Door de Transgenderwet opnieuw te wijzigen halen we onwenselijke en stigmatiserende drempels uit de wet. Het zijn deze drempels die stereotypering en discriminatie mede in stand houden. Wijziging van de wet komt dan ook geen dag te vroeg. In een artikel in HP/De Tijd noemde Renate van der Zee de wijziging van de wet een bedreiging voor de rechten van vrouwen. Volgens haar kent de wetswijziging enkel nadelen. Maar haar claims kloppen niet.

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Laat ik beginnen met de voordelen van de wetswijziging. Om je geslachtsregistratie te wijzigen moet je nu nog langs de psycholoog voor een verklaring. Dat is heel raar, vinden ook psychologen zelf. Deze psychologische verklaring vormt een onnodige inperking op het recht op zelfbeschikking. Iemands genderidentiteit, inclusief de juridische registratie daarvan, behoort alleen iemand zelf toe, zo staat in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Deze wetswijziging gaat uit van die zelfidentificatie en herstelt dus het recht op zelfbeschikking voor veel transgender mensen. Voor mij als liberaal niet alleen een principieel punt, het is ook gewoon het meest fatsoenlijk om te doen.

Door de verplichte psychologische verklaring wordt de indruk gewekt dat er iets ‘mis’ zou zijn met transgender mensen. Door de verklaring te schrappen rekenen we af met deze stereotypering. Een belangrijk signaal, want transgender mensen krijgen helaas nog altijd buitensporig vaak te maken met intimidatie en discriminatie. 43% van de transgender mensen maakt jaarlijks (discriminatoir) geweld mee. Zij worden zeven keer vaker dan de algemene bevolking mishandeld of daarmee bedreigd, ze zijn zes keer vaker eenzaam en de zelfmoordcijfers zijn in deze groep tien keer hoger dan gemiddeld. (Sociaal Cultureel Planbureau: Worden wie je bent, 2012) In andere woorden: de emancipatie van transgender personen heeft nog een lange weg te gaan. Erkenning van de eigen identiteit door de maatschappij is een belangrijke stap in dit proces.

Vrouwen verdienen een veilige plek en ik strijd graag mee tegen grensoverschrijdend of gewelddadig gedrag van mannen. Maar projecteer dit gevaar niet op transgender personen, want die hebben hier niets mee te maken

Van der Zee noemt in haar artikel een aantal risico’s van de wetswijziging. Ze stelt dat mannen misbruik zouden kunnen maken van de zelfidentificatie. Zij zouden zich toegang kunnen verschaffen tot vrouwenruimtes zoals kleedkamers of toiletten en daar ongecontroleerd vrouwen lastig kunnen vallen. Vooropgesteld: seksuele intimidatie van vrouwen is een ernstig probleem en (gevoelens van) onveiligheid van vrouwen moeten we serieus aanpakken. Het creëren van ruis over uit welke hoek het gevaar komt, werkt daarbij averechts. Toch is dat wat Van der Zee doet. Ze haalt voorbeelden aan van personen die zijn veroordeeld voor zedendelicten. Een zedendelinquent die vrouwen heeft verkracht plaats je niet zomaar in een vrouwengevangenis, of het nu een transgender of cisgender vrouw is of een opportunistische mannelijke verkrachter. Vrouwen verdienen een veilige plek en ik strijd graag mee tegen grensoverschrijdend of gewelddadig gedrag van mannen. Maar projecteer dit gevaar niet op transgender personen, want die hebben hier niets mee te maken.

Het is dan ook verwerpelijk dat Van der Zee suggereert dat in Engeland een stijging heeft plaatsgevonden van het aantal vrouwelijke daders van verkrachting omdat meer daders zich als vrouw identificeren. Niet alleen kloppen de cijfers niet, er is ook geen enkel bewijs dat dit met zelfidentificatie te maken heeft.

Ook de discussie over transgender atleten wordt aangehaald. Met name transvrouwen zouden vanwege hun lichamelijke verleden als man een competitief voordeel hebben. Het klopt dat mannenlichamen in sommige opzichten fysieke voordelen zouden kunnen hebben ten opzichte van vrouwenlichamen, maar dat is een complexe en vooral individuele beoordeling. Daarom heeft het IOC reglementen die fair play moeten waarborgen. Voor een uitstekende analyse van hoe we hier in de toekomst mee om kunnen gaan verwijs ik graag naar dit artikel van Valentijn de Hingh. De discussie rondom transgender atleten heeft niets te maken met zelfidentificatie of dit wetsvoorstel. Transgender atleten bestaan, of ze voor de wettelijke erkenning van hun genderidentiteit nu langs de psycholoog moeten of niet. De angst dat cisgender mannen misbruik maken van zelfidentificatie door in de vrouwencategorie mee te sporten is nergens op gebaseerd. Het is bovendien een miskenning van wat sport voor atleten betekent.

De aanname dat zelfidentificatie leidt tot gevaar voor vrouwen is gebaseerd op irreële angsten

De laatste claim die de auteur neerlegt is dat zelfidentificatie problemen veroorzaakt voor de zorg. Artsen zouden niet meer weten of ze met een man of een vrouw te maken hebben, wat tot medische complicaties zou kunnen leiden. Maar ook dit risico staat los van de vraag of er wel of geen psychologische toets nodig zou moeten zijn voor een juridische geslachtswijziging. In de praktijk wordt iemands transgender-achtergrond vastgelegd in medische dossiers en bespreken artsen met hun patiënten of het relevant is voor een behandeling. Ook hier is de argumentatie van Van der Zee flinterdun.

Concluderend: deze wet is belangrijk en een goed idee. De aanname dat zelfidentificatie leidt tot gevaar voor vrouwen is gebaseerd op irreële angsten. Van der Zee creëert in haar artikel ruis die de belangen van transgender mensen én die van vrouwen schaadt. Ze maakt ook een karikatuur van de dappere mensen en organisaties die zich al jaren inzetten voor transgender inclusie. Ik hoop dat we in de Tweede Kamer minder stigmatiserend en feitenvrij kunnen debatteren over deze belangrijke wet.

Lisa van Ginneken is namens D66 het eerste transgender Tweede Kamerlid van Nederland. Ze was jarenlang voorzitter van de belangenorganisatie van transgender mensen.