Immortelle LXXII
Piet Paaltjens (pseudoniem van François Haverschmidt, 1835 - 1894)
Wij zaten met ons vieren In den tuin van de sociëteit. “Kijk, jongens!” riep Sand, “wat passeert daar Een eeuwig knappe meid.” “Ja” zei Kaai, “dat’s een pracht van een meisje! Zoo zijn er geen twaalf in ’t land!” “Ik hoor,” zuchtte Haas, “ze is in stilte Geëngageerd met een luitenant.” “Wat mankeert je, Paal?” riep Sand weer, “Je wordt zoo bleek als de dood! Neem wat dubbelgebeide!” — “Neen, Dundas!” Schreeuwde Haas, “breng gauw een glas rood!” Wel dronk ik, om Haas te pleizieren, Het rood uit, — ook smaakte ’t wel goed, — Maar op geen van mijn beide wangen Herriep het den rozengloed. Sinds ik weet, dat een luitnant in stilte Mag bluffen op háár bezit, Zien mijn vroeggeknakte wangen Onherroepelijk marmerwit.De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.
Lees ook de bijdragen van: Matthijs van Nieuwkerk Ed van Thijn André Kuipers Typhoon Robbert Dijkgraaf






