De adviesprijs voor een liter Euro95 piekte vanochtend op 2,668 euro, het hoogste bedrag ooit. De oorzaak ligt buiten Nederland: de escalaties in de oorlog met Iran stuwen de olieprijs op, en een snelle daling lijkt niet in zicht.
Het vorige moment waarop de benzineprijs zo het nieuws beheerste, was de zomer van 2008. De olieprijs steeg naar bijna 150 dollar per vat, aan de Nederlandse pomp werd voor het eerst meer dan 1,60 euro per liter afgerekend. Midden in die zomer stond in HP/De Tijd een opiniestuk van een Delftse universitair docent dat de omgekeerde kant op redeneerde: benzine moest niet goedkoper, maar 4 euro per liter kosten.
Het stuk begon met een sommetje dat de schrijver aan zijn studenten voorlegde. Hang in Den Haag een zak aan je uitlaat en rij naar Amsterdam: hoeveel kilo CO2, voorgesteld als poedersuiker, zit er bij aankomst in die zak? De schattingen van de studenten liepen een factor duizend uiteen. Het antwoord, voor een gewone middenklasser die 1 op 15 rijdt: tien kilo. Eén liter benzine wordt bij verbranding tweeënhalve kilo CO2, veel meer dan de meeste mensen denken.
Daarop bouwde het betoog. Het kabinet-Balkenende IV wilde de bpm vergroenen tot een CO2-heffing: honderd euro voor elke gram die een nieuwe auto op papier boven de norm uitstootte. Onzin, vond de schrijver, want die heffing keek naar de fabrieksopgave en niet naar het werkelijke gebruik; wie zijn zuinige auto het hele jaar liet rijden, vervuilde meer dan wie zijn slurper liet staan. Er was maar één eerlijke en transparante manier om het opmaken van aardolie te ontmoedigen: schaf de bpm af, vergeet de CO2-heffing, en maak de benzine 4 euro per liter. ‘Dat is niet leuk, maar wel eerlijk.’
Het liep anders. De bpm werd niet afgeschaft maar juist volledig op de papieren CO2-uitstoot gebaseerd, precies de maat die het stuk wantrouwde. Hoe terecht dat wantrouwen was, bleek in 2015, toen de sjoemelsoftware van Volkswagen aan het licht kwam en de kloof tussen fabrieksopgave en werkelijke uitstoot een affaire van wereldformaat werd. En de prijs van 4 euro kwam er niet via de accijns, maar schuift nu op eigen kracht dichterbij: op ruim twee derde, achttien jaar later, niet omwille van het klimaat maar door een oorlog. Aan de redenering van 2008 verandert dat weinig. Een liter benzine is nog altijd tweeënhalve kilo CO2, in welke auto hij ook verbrandt, en wat er vandaag aan de pomp wordt afgerekend, vloeit niet naar verduurzaming maar naar de oliemarkt.
Het sommetje met de poedersuiker is in vijf minuten na te rekenen. Het staat in het stuk hieronder.
Lees hier het stuk uit juni 2008 terug.






