Hemelpost

‘De mensen vertrouwden je als de voetballer die letterlijk altijd alles gaf’

Johan Neeskens (15 september 1951 – 6 oktober 2024) was profvoetballer en trainer.

23/12 | 2024
door Auke Kok
Leestijd 1 minuut
Afbeelding
Foto: ANP

Beste Johan,

Eigenlijk best vreemd om jou een brief schrijven. Brieven bestaan uit woorden en jij was geen man van woorden. De mensen hielden van je dáden, ze vertrouwden je als de voetballer die letterlijk altijd alles gaf. Dus had ik misschien een filmpje naar de hemel moeten sturen, waarop ik juich en klap en alleen maar ‘Neessie bedankt!’ roep, ‘Neessie bedankt, Neessie-Neessie-Neessie bedankt’.

Zwijgzaam buffelend en tackelend was je als achttienjarige armeluisjongen uit een bescheiden straatje in Heemstede naar Amsterdam gekomen. Een spijkerharde centrumverdediger zou je zijn, aldus de kranten in 1970, maar Ajax-trainer Rinus Michels maakte een middenvelder van je. De rest is geschiedenis. 

In mijn jonge jaren was jij de eerste die doorbrak, een nieuwkomer die in luttele tijd een vaste plaats kreeg om die nooit meer af te staan. Een held zonder pijn of vermoeidheid. Een koene ridder. Of beter nog: een schildknecht. Die andere Johan was natuurlijk de ridder en die had al snel gezien dat jij iets had wat hij miste. Een sterk lijf. Longen als een paard. Gaf een tegenstander Cruijff een schop, gaf jij die tegenstander een schop. Dat zou ’m leren.

Als kind van de hippiegeneratie — lange manen, bakkebaarden, shirtje uit de broek – sloopte jij de ene tegenstander na de andere. Fascinerend hoe je tijdens al dat sloopwerk bij Ajax en Oranje steeds beter ging voetballen. Een totaalvoetballer werd.

Johan I naar Barcelona, Johan II ook naar Barcelona – om er na enkele jaren de onbetwiste publieksfavoriet te worden. Als Johan Segundo vocht jij geen onbegrijpelijke conflicten met trainers en bestuurders uit; je liep niet de hele tijd te praten. Je ging negentig minuten lang door met rennen en vliegen en op het vijandelijke doel schieten zodra je de kans kreeg. Want faalangst leek je niet te kennen. De mensen zagen dat. Ze scandeerden je naam.

Na je fatale hartstilstand in oktober dook die aandoenlijke foto weer op: jij als tiener thuis bij Sjaak Swart. Beiden in badjas, glaasje cola in de hand: ideale voorbereiding op de wedstrijd van morgen. Zo leerde Sjakie jou wat discipline was. Nu effe niet naar de borrels en meissies op het Leidseplein – jij bleef lekker bij Sjakie tv kijken en vroeg je mandje in.

Je hebt het allemaal moeten leren. Na de nodige uitglijders, crises en voetbalglorie ben je geëindigd als weldoener. Gehandicapte kinderen laten sporten, trainerscursussen verzorgen in arme landen. En ook nu hielden de mensen van de bescheiden ex-topsporter die je altijd bent gebleven. Logisch, zou je naamgenoot daarboven zeggen.

Auke Kok

Auke Kok (1956) is schrijver en journalist.