Leven

Michiel van de Stadt (1996-2024): ‘Zonder de mensen om ons heen zijn we niks, vergeet dat nooit’

Ton F. van Dijk schrijft een brief aan tophockeyer en ‘zieke levensgenieter’ Michiel van de Stadt, die vorige week op 28-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van kanker. Michiel werd in 1996 geboren, hetzelfde jaar als de dochter van Ton - die bevriend was met Michiel. 

04/12 | 2024
door Ton F. van Dijk
Leestijd 3 minuten
Afbeelding
Foto: Christijn Groeneveld

Beste Michiel,

Hoewel het makkelijk had gekund, hebben we elkaar nooit ontmoet. Maar jouw bijzondere levensverhaal, dat zoveel universele, menselijke waarheden in zich heeft, leest als een paradox: een jong leven gevuld met verlies en strijd, maar ook met een zeldzame intensiteit en betekenis. Samenwonen met Sanne in de Pijp, genieten op het terras met je vrienden en ‘impact maken’ op je werk. Jij hebt in 28 jaar een erfenis nagelaten die diepe indruk maakt. Vooral door hoe je hebt laten zien wat het betekent om écht te leven.

Je jeugd toonde in eerste instantie een idyllisch beeld: Santpoort, een liefdevol gezin, zomers in Frankrijk, hockeywedstrijden en een eindeloze toekomst. Maar op je vijftiende kwam de eerste tegenslag die je wereld blijvend veranderde: het plotselinge overlijden van je moeder. “Ik werd mijn volwassenheid in gekatapulteerd,” vertelde je in gesprek met Fokke Obbema van de Volkskrant. En dat deed je ook: met vallen, opstaan en een zoektocht naar balans.

Die eerste confrontatie met verlies bepaalde echter niet wie je vanaf dat moment was, maar gaf je bovenal richting. Waar anderen wellicht de neiging hebben te verdrinken in het onoverkomelijke, vond jij een manier om het te gebruiken. “Ik heb geleerd haar dood te zien als een signaal om van mijn leven echt wat te maken,” zei je in de krant. En dat deed je: van je eerste stappen terug naar school tot je indrukwekkende carrière, waar je niet alleen topscorer werd op het hockeyveld in het eerste van Barcelona - op het allerhoogste niveau - maar ook uitblonk in de academische wereld.

En toen kwam de tweede dreun. Op je 24ste, net toen het leven weer zijn volle belofte leek in te lossen, kreeg je de diagnose: een extreem zeldzame, agressieve vorm van kanker die je slechts maanden gaf. Toch weigerde je dat als een eindpunt te zien. Je vocht, niet alleen met chemokuren en doorzettingsvermogen, maar vooral door betekenis te vinden in wat je doormaakte. “Ik wilde anderen inspireren en activeren,” zei je, en dat is precies wat je deed. Je organiseerde acties voor kankeronderzoek, voltooide je master cum laude en werkte je tot aan een maand voor je overlijden als consultant bij PwC. Want daar ‘voelde je je geen patiënt’. Alles met een doel dat groter was dan jezelf.

‘Het leven is hard,’ zei je, ‘maar samen kunnen we zoveel bereiken.’

Wat jouw verhaal zo bijzonder maakt - en daarmee relevant voor ons allemaal - is dat het niet alleen gaat over jouw gevecht, Michiel, maar over hoe je deze strijd, waarvan je wist dat je uiteindelijk zou gaan verliezen, wist om te zetten in verbinding. Je leerde een hele groep generatiegenoten in Bloemendaal, Amsterdam én Barcelona, dat kwetsbaarheid geen zwakte is, maar een uitnodiging tot échte dialoog. Je sprak open over je angsten, je verdriet en je liefde voor de mensen om je heen. Het maakte jou iemand waarmee anderen zich konden identificeren, ook in hun eigen worstelingen.

“Het leven is hard,” zei je, “maar samen kunnen we zoveel bereiken.” Jij geloofde in de kracht van het collectief, in hoe we elkaar kunnen optillen, juist in moeilijke tijden. Je woorden en daden waren een herinnering aan wat we vaak vergeten in de chaos van alledag: dat het leven niet gaat om perfectie, maar om verbinding.

In je allerlaatste bericht aan je naaste vrienden schreef je: “Ik ben dankbaar voor alle mooie momenten die jullie aan mijn leven hebben toegevoegd en voor alles wat het zo waardevol heeft gemaakt. Een leven zonder uitstel en spijt, maar gevuld met passie en plezier. Zonder de mensen om ons heen zijn we niks, vergeet dat nooit en koester elk moment.”

Voor degenen die je niet hebben gekend, is jouw verhaal meer dan een portret van een jong leven. Het is een spiegel, een herinnering dat we allemaal onze tijd op aarde niet moeten meten in jaren, maar in de momenten die ertoe doen. Jij liet zien dat zelfs in het aangezicht van de dood, het mogelijk is om betekenis te vinden, om te creëren, om lief te hebben. Zo trouwde je met Sanne.

Je sprak over de dood als een overgang, als een moment waarop het fysieke stopt, maar de herinnering blijft.

Je sprak over de dood als een overgang, als een moment waarop het fysieke stopt, maar de herinnering blijft. “Je gaat pas echt dood als je naam niet meer wordt genoemd,” zei je in de Volkskrant. Wees gerust, Michiel, jouw naam is véél meer dan een echo. Het is een verhaal dat doorleeft in de mensen die je hebt geraakt. In de veerkracht die je hebt laten zien. In de boodschap die je hebt nagelaten: dat liefde, moed en verbinding ons allemaal sterker maken.

Misschien is dat de essentie van jouw nalatenschap. Niet de lijst van al je prestaties, maar een uitnodiging. Een invitatie aan iedereen om niet bang te zijn voor kwetsbaarheid, om niet weg te lopen voor pijn, maar om het om te zetten in iets wat anderen kracht geeft.

Rust zacht, Michiel. Je verhaal blijft hier, met ons, als een herinnering aan wat het is om een betekenisvol mens te zijn. Wees gerust: je naam zal nog heel vaak worden genoemd. “Als het dan toch zo is”, zong je samen met zanger Luc Burghout in een clip die jullie vorig jaar opnamen. En zo is het precies.