Ik kom jaarlijks, in diverse jaargetijden, in Oostenrijk om de nieuwe wijnen te proeven. Dat doe ik nu al meer dan vijfentwintig jaar dus ik ken het land – wijntechnisch gesproken - redelijk goed. De bekendste inheemse witte rassen, Grüner Veltliner en Riesling, hebben mijn speciale interesse en behoren inmiddels tot de beste wijnen in mijn eigen wijnkelder. Op Oostenrijk’s rode wijnen had ik nog wel eens kritiek omdat ze te houterig waren en te boers.
De courante jaargang in de markt, 2023, is echter fantastisch en dus was ik deze keer extra benieuwd. Ik begon met Zweigelt. Dit is het meest aangeplante rode ras in Oostenrijk met bijna 15% van het totaal. Staat over alle wijngebieden aangeplant met de oudste stokken in Carnuntum en aan de oostelijke oever van het Neusiedler steppemeer. Zweigelt is een Oostenrijkse uitvinding, een kruising van de inheemse Blaufränkisch en Sankt Laurent uit 1920. Het is mijn minst favoriete wijn van dit trio omdat het eenvoudiger is, het Oostenrijkse equivalent van Beaujolais. Hoe lichter de stijl trouwens, des te liever ik ze drink. Aanraders zijn Netzl, Preisinger, Pitnauer, Glatzer en Markowitsch.
Blaufränkisch echter is het meest serieuze ras, zeker van de Leithaberg aan de westelijke kant van de Neusiedlersee. Slechts de helft van aantal hectare van Zweigelt maar complexer en spannender. Geeft wijnen met een Médoc-achtige structuur en concentratie, verdraagt het eiken veel beter en heeft uitstekend bewaarpotentieel. Daarnaast heeft Blaufränkisch diep rood fruit en peperachtige kruidigheid. Met de Wijnexperts bezochten we drie topproducenten; de eerste twee waren Hans & Anita Nittnaus en Paul Achs in Gols aan de oostelijke oevers van de Neusiedlersee. Fantastische wijnen. Vervolgens ‘ET’ Triebaumer aan de westelijke oever in Rust die de show steelde. Niet alleen vanwege de wijnen die net als die van Achs en Nittnaus zeer overtuigden (wijnen die meer dan 25 jaar oud waren en nog steeds zo fruitig en fris als maar voorstelbaar) maar ook vanwege de duurzame filosofie gecombineerd met biodynamische wijnbouw. Tenslotte had ‘ET’ een troefkaart in handen; stiefzoon Simon heeft een Nederlandse vader en spreekt ondanks slechts Nederlandse opvoeding tot de eerste klas van de lagere school nog steeds charmant Nederlands. Andere aanraders zijn Prieler, Hartl, Huber en Velich. Hetzelfde geldt voor Mittelburgenland waar je volgens het gezegde in Blaufränkisch kunt zwemmen. Mijn favorieten hier zijn Iby, Igler, Lang en Wellanschitz. In Eisenberg in het zuiden weer een andere stijl, meer als een Hermitage met veel mineraliteit. Denk aan Wachter Wiesler en Uwe Schiefer.
Sankt Laurent tenslotte, is het ongetemde Oostenrijkse familielid van Pinot Noir, maar dan met meer kleur, flair en kruidigheid. En kwalitatief betrouwbaarder dan rode Bourgogne. Aangeplant in Thermenregion en noordelijk Burgenland. Mijn favorieten zijn Umathum, Johanneshof Reinisch en Nittnaus.
Welk ras je echter ook kiest, ze hebben alle drie die kenmerkende Oostenrijkse kruidigheid die ze zo geschikt maakt aan tafel. In alle jaargetijden.
ET Triebamer, Blaufränkisch, Rusterberg, Burgenland, Oostenrijk, 2021
Verkrijgbaar voor €17,80 bij Mario Wine (www.mariowijn.nl)
Proefnotitie: fruitintens, elegant gestileerde Blaufränkisch met volop braam, zwarte bes en een gastronomische toets witte peper. Sappig, vol van smaak met zachte, rijpe tannine. Licht gekoeld serveren bij lamskotelletjes en geroosterde kip.






