Volkert van der Graaf vermoordde Fortuyn op 6 mei 2002, negen dagen voor de Tweede Kamerverkiezingen waaraan Fortuyn met zijn LPF zou meedoen. Het was de eerste politieke moord in Nederland sinds eeuwen. De LPF werd alsnog de tweede partij van het land. Van der Graaf, dierenrechtenactivist, kreeg achttien jaar cel, kwam in 2014 voorwaardelijk vrij en is sinds 2020 een volledig vrij man. Tot op de dag van vandaag heeft hij nooit publiekelijk uitgelegd waarom hij Fortuyn doodschoot.
Vorige week dook hij op tussen de demonstranten van de 1 mei-viering. Bob Scholte van het YouTube-kanaal Left Laser, dat de politiek kritisch volgt en veel kijkers trekt, ging naast hem op de grond zitten en vroeg naar zijn motieven. Volkert zweeg. Vervolgens stapte Scholte op Spekman af en wees hem op de man een paar meter verderop. ‘Wie is dat?’, vroeg Spekman. Toen werd uitgelegd dat het om Volkert ging, kwam zijn inmiddels beruchte antwoord. Toen Scholte bleef aandringen, voegde Spekman er nog een uitspraak aan toe: ‘Ik ken die Volkert van der Graaf niet.’ Een opmerking die als een leugen klonk en die Van Fenema in de podcast ‘een beetje gelul’ noemt.
‘Hij zat duidelijk in een kramp’, zegt Van Dijk. ‘Daar maakte Bob Scholte dankbaar gebruik van.’ Volgens hem had Spekman naar Volkert kunnen lopen en hem vriendelijk maar duidelijk kunnen vragen om weg te gaan. Niet omdat het juridisch moest, maar omdat zijn aanwezigheid op een viering van de Dag van de Arbeid de aanwezigen ongemakkelijk maakte. Van Dijk verzint hardop hoe het had gemoeten: ‘Volkert, doe mij een plezier. Zou je alsjeblieft willen vertrekken? Ik kan je niet dwingen, maar gezien je verleden voelen we ons hier niet prettig bij.’ Volkert had kunnen weigeren, maar dan had Spekman in elk geval een positie ingenomen.
‘Volkert heeft niet alleen een misdaad gepleegd, maar ook een daad gepleegd richting de samenleving. De samenleving heeft recht op antwoorden.’
Ton F. van Dijk
Het zwijgen van Volkert is wat de zaak ook bijna een kwart eeuw later open laat liggen. Sinds 2020 is hij vrij van elke voorwaarde, óók van het mediaverbod dat hem tot dat jaar de mond snoerde. Werd hij beïnvloed door de manier waarop politici Fortuyn destijds demoniseerden? Was hij een eenling, of had hij contacten? Wat heeft twaalf jaar cel hem aan inzicht opgeleverd? Op al die vragen blijft het stil. Van Fenema vindt dat Volkert ook moreel iets te verantwoorden heeft. ‘Als je weet dat je zoveel teweeg hebt gebracht en zo’n symbolische betekenis hebt in Nederland, dan zou ik zelf wat meer teruggetrokken leven en me niet op die manier laten zien.’ Voor Van Dijk gaat het bovendien om de geschiedschrijving. ‘Hij heeft niet alleen een misdaad gepleegd, maar ook een daad gepleegd richting de samenleving. De samenleving heeft recht op antwoorden.’
Van Dijk, die zich in andere onderwerpen vaak beroept op de rechtsstaat, erkent dat hij hier worstelt. Wie zijn straf heeft uitgezeten, mag in beginsel overal komen, en een veroordeelde hoeft niets te verklaren. De zaak-Volkert is volgens hem echter een uitzondering, juist omdat zij de loop van de Nederlandse politiek heeft veranderd. Bij een kwestie van dit gewicht, vinden hij en Van Fenema, kan een nieuwe vakbondsleider zich geen ontwijkend antwoord veroorloven.
Wekelijks bespreken Ton F. van Dijk en Esther van Fenema de meest spraakmakende kwesties van de week. De X! Factor is een podcast over politiek, media en menselijk gedrag.






