De stationwagen als ridder van fileland Nederland

De afgelopen maanden worden we met recordfiles om de oren geslagen. Een klein beetje regen, sneeuw of ijzel lijkt genoeg voor een drukte op onze snelwegen van Bijbelse proporties. Al ruim zeventig jaar kampt ons land met een groot fileprobleem. Ondanks alles blijven de files maar langer worden, terwijl de oplossing voor onze voeten lijkt te liggen.

Waar de Amerikanen met carpoolstroken, de Chinezen met kentekenvoorrechten en de Duitsers met een variërende maximumsnelheid het fileprobleem te lijf gaan blijven we in Nederland aanmodderen. We zijn zelfs filekampioen, schreven we al in de zomer van dit jaar.

Aan het woord kwamen toen Herbert Korbee, verkeerspsycholoog bij platform Verkeer in Beeld, en Erik Verhoef, vervoerseconoom en hoogleraar aan de VU. “Filebestrijding is meer een gedragswetenschap dan een zaak van natuurconstanten,” stelde Verhoef. “Dat is een van de redenen waarom verkeersdrukte zich zo moeilijk laat voorspellen. Een sterke en vooral gerichte prikkel is nodig om het autorijgedrag van mensen werkelijk te beïnvloeden.”

Vicieuze cirkel

Extra asfalt zou het probleem niet oplossen, stelde Korbee. “Als je de hele Randstad asfalteert, zullen de files ongetwijfeld verminderen. Dit effect gaat echter op den duur teniet. Fileverlichtende maatregelen hebben vaak alleen op korte termijn succes. Een groter aanbod zorgt voor een grotere vraag,” licht de vervoerseconoom toe

Kortom, het asfalt en de autobestuurder komen dus in een vicieuze cirkel terecht.

Carpoolen

Een vaak aangedragen — en in Amerika werkende tactiek — is het carpoolen. Het lijkt een methode die nooit bij de Nederlander is aangeslagen. Bijna vijfentwintig jaar geleden werd immers een carpoolstrook op de A1 geopend, om slechts één jaar later omgedoopt te worden tot wisselstrook. Het werkt niet. De ene na de andere slogan wordt stukgeslagen op het carpoolprobleem.

“Zo veel voordelen, en toch zo weinig animo voor carpoolen,” kopte de Volkskrant nog afgelopen oktober. Daar wordt een oude slogan uit 1993 van stal gehaald. ‘Vul die lege stoelen, ga poolen,’ was toen het devies, een oproep die voor het ministerie van Verkeer en Waterstaat toentertijd voor 700.000 carpoolers moest zorgen.

Zo’n vaart liep het echter niet. Er zijn geen recente cijfers bekend als om Nederlandse carpoolers gaat. CBS-cijfers uit 2002 tonen echter al dat de aantallen aan het eind van het vorige millennium al flink daalden. Waren er in 1995 nog de beoogde 700.000 carpoolers — dat aantal was in 2002 al gedaald tot onder het halve miljoen.

Uit recent regionaal onderzoek blijkt dat amper 2 procent van de spitsmijders kiest voor dit alternatief.

Alternatieven

Toch zijn er oplossingen als het ‘Low Car Diet’ waarbij werknemers worden uitgenodigd om samen met collega’s dertig dagen lang duurzame alternatieven te proberen om te reizen naar hun werk. Sinds 2012 wordt dit initiatief georganiseerd. Carpoolen is een van de creatieve peilers van deze wedstrijd.

Een andere mogelijkheid om files te vermijden, is toch de carpoolgok te wagen. De stationwagen volgooien met collega’s is misschien wel een goed plan. De stationwagen is de ideale carpool-auto. Een voorbeeld daarvan is de Fiat Tipo Station: hij is ruim en daarmee uitermate geschikt voor carpooldienst. Daarmee lijkt de oplossing gewoon voor onze voeten te liggen.

Er liggen genoeg mogelijkheden om filejaar 2017 achter ons te laten, en vooruit te kijken en van 2018 een carpooljaar te maken.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Fiat

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Fiat
Reageer op artikel:
De stationwagen als ridder van fileland Nederland
Sluiten