Actueel

Een derde van de vijftienjarigen dreigt laaggeletterd van school te komen

Nieuwsuur zoekt deze week in een serie uit waarom Nederlandse kinderen zo slecht lezen. In 2008 verschenen in HP/De Tijd twee stukken die daar al een antwoord op gaven.

06/09 | 2026
door De Redactie
Leestijd 1 minuut
Afbeelding
foto: pexels

Nederlandse vijftienjarigen scoren in het internationale PISA-onderzoek al twintig jaar steeds lager op leesvaardigheid. Bij de laatste meting las een derde van hen zo slecht dat ze laaggeletterd van school dreigen te komen. Nieuwsuur wijdt er deze week een serie aan, met als hoofdvraag hoe het zo ver heeft kunnen komen.

In februari 2008 presenteerde de commissie-Dijsselbloem haar parlementair onderzoek naar de onderwijsvernieuwingen. De conclusie: de politiek had jarenlang haar kerntaak verwaarloosd, en de vernieuwingen waren over de hoofden van leraren en ouders uitgerold. Het rapport werd breed omarmd, ook door het onderwijsveld zelf.

Kort daarna verscheen in HP/De Tijd het omslagverhaal Onze kinderen blijven dom. Dat zag in die brede omarming juist een slecht teken. Wanneer een rapport vaststelt dat een hele sector de verkeerde kant op beweegt en niemand in die sector wordt boos, voelt kennelijk niemand zich aangesproken. Het stuk voorspelde dat de conclusies voor kennisgeving zouden worden aangenomen. Het nieuwe leren zat niet meer in Den Haag maar in de scholen zelf: in studiewijzers, portfolio’s en werkstukjes, in lesmethoden waar net veel geld in was gestoken en die geen school zou weggooien. Daags na het verschijnen van het rapport nam de Tweede Kamer bovendien zonder debat de maatschappelijke stage aan, een nieuwe verplichting bovenop alle bestaande.

Bij het omslagverhaal hoorde een tweede artikel, over de vraag die Nieuwsuur nu opnieuw stelt: wie hielden dit in stand? Het beschreef de kleilaag tussen politiek en klaslokaal. De gesubsidieerde pedagogische centra die het nieuwe leren over de scholen verspreidden, en waarvan er één cursussen aanbood over het lerend vermogen van het hart. De procesmanagers van de basisvorming die later als adviseur de door henzelf bepleite hervormingen gingen begeleiden. De onderwijsraden en vakbondsbestuurders die volgens critici in het stuk eerder de deskundigen naspraken dan hun achterban. Het artikel citeerde wat Bart Tromp in 1993 in Het Parool schreef: zolang onderwijshervormingen over de hoofden van leraren worden bedacht en ingevoerd zoals de Sovjet-Unie haar graanoogst plande, zullen de resultaten met die graanoogsten vergelijkbaar zijn.

Van die kleilaag is weinig over. De pedagogische centra raakten hun rijkssubsidie kwijt en het APS, het grootste van de drie, ging failliet. De leesscores daalden intussen door. Eén voorspelling uit het tweede artikel kwam precies uit: omdat de lerarenopleidingen zo doordrongen waren van het nieuwe leren, zou het nog minstens een generatie duren voordat het kringetje weer een rij schoolbanken werd. Dat is de generatie waarover Nieuwsuur deze week rapporteert. Inmiddels staan directe instructie, oefenen en kennisoverdracht weer in de beleidsstukken, van het masterplan basisvaardigheden van het ministerie tot de aanbevelingen van de deskundigen in de uitzending.

Lees hier het omslagverhaal en het bijbehorende artikel uit 2008 terug: