Röselaers reageert op het afscheidsinterview van Steef de Bruijn, die na negen jaar het hoofdredacteurschap van het Reformatorisch Dagblad neerlegt. In Dit is de Dag van de EO zei De Bruijn dat een echte christen niet op de PVV of FvD stemt, en dat Jezus zelf ooit vluchteling was. De uitspraak leidde tot felle reacties. Van Dijk en Van Fenema vonden een politiek stemadvies van een mediaman bij zijn afscheid ‘niet fraai’ en legden het voor aan Röselaers.
De remonstranten staan voor vrije wil, verdraagzaamheid en openheid, waar het RD een strengere, SGP-achtige lijn vertegenwoordigt. In de gemeente van Röselaers zitten VVD’ers, CDA’ers, PvdA’ers en GroenLinksers naast PVV- en FvD-stemmers. Van die laatste groep leerde hij dat gastvrijheid voor vluchtelingen nobel is, maar dat er ook vragen bij horen: kunnen we dit aan, hoe help je iemand, wat doet het met de Nederlandse identiteit? Nederland heeft in zijn ogen geen scherp omlijnde identiteit meer. Wie nieuwe groepen uit andere tradities binnenhaalt is gastvrij, maar verandert daarmee misschien ook de waarden van verdraagzaamheid en godsdienstvrijheid. Zodra je mensen veroordeelt, is dat gesprek voorbij.
Het argument dat Jezus een vluchteling was, nuanceert hij. Jezus was een zwerver die zich nergens thuis voelde, een vreemdeling in eigen land, verbannen uit zijn gebied. Op existentieel niveau kun je hem zo zien, maar asiel in Nederland heeft hij nooit aangevraagd. Zijn leven begon zonder dak boven zijn hoofd en de kern van zijn ethiek is gastvrijheid: ‘Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op.’ Daar zet Röselaers de barmhartige Samaritaan naast: hulp, onderdak, en daarna weer op eigen benen. Zo waren in de zeventiende eeuw hugenoten en joden welkom, mits ze een bijdrage leverden.
De Bruijn vreest dat de SGP onder druk van weglopende kiezers naar rechts schuift en vindt een stem op PVV of FvD onverenigbaar met het bijbelse fundament.
De Bruijn vreest dat de SGP onder druk van weglopende kiezers naar rechts schuift en vindt een stem op PVV of FvD onverenigbaar met het bijbelse fundament. Röselaers ziet het omgekeerde gevaar: wie een derde van het electoraat afschrijft, versnelt de ontkerkelijking. Dezelfde terughoudendheid hanteert hij bij Israël en Palestina. In de preek neemt hij geen stelling, hij bidt voor het Midden-Oosten en laat mensen dat zelf invullen. In gespreksgroepen gaat het er wel over: waarom deze keuzes, wat zijn je blinde vlekken, waar ben je bang voor?
De aantrekkingskracht van PVV en FvD op christenen zit volgens Röselaers in de angst om de eigen identiteit te verliezen, en die angst is reëel. Steden zien er anders uit dan vijftig jaar geleden en over die verandering hangt een taboe. Ook toen hugenoten en joden kwamen veranderde de identiteit, en uiteindelijk verrijkte dat Nederland. Wat nu ontbreekt is het gesprek over Nederlandse waarden, over hoe je die overdraagt en over de vraag of Nederland een smeltkroes wordt of iets eigens behoudt. PVV en FvD stellen die vraag wel. Hun antwoord is het zijne niet, maar ze stellen hem.
Hoe vorm je dan één gemeente? Door te beginnen bij de onderliggende vragen: de basisangst en het verlangen om erbij te horen, gezien te worden, deel te zijn van een groter geheel. De kerk kan een neutrale vluchtheuvel zijn, geen plek waar je meteen voor of tegen moet zijn. In de dienst spreekt Röselaers daarom niet over de PVV of over Israël; opiniemakers doen dat al genoeg.
Hij verwijst naar Dietrich Bonhoeffer, die op een gegeven moment wél in actie kwam tegen het nazisme. Zo’n moment moet je zo lang mogelijk uitstellen door rust te bewaren, en niet bij elke Amerikaanse president ‘gevaarlijke gek’ roepen. Links heeft volgens hem een blinde vlek voor de diepe vragen rond immigratie. In de kerk mag het niet spoken.
Zo blijkt de zogeheten ‘linkse kerk’, hier een progressieve remonstrantse gemeenschap, juist open te staan voor de zorgen van rechts, terwijl de scheidende hoofdredacteur van de reformatorische krant een harde lijn trekt.





