Politiek

‘De Wet open overheid is een lege huls aan het worden’

De Wet open overheid (WOO), die burgers en journalisten sinds 2022 het recht geeft om documenten bij de overheid op te vragen, werkt niet meer. De overheid zelf is daar de hoofdschuldige aan. Daarover zijn journalist Ton F. van Dijk en psychiater Esther van Fenema het deze week eens in hun podcast De X! Factor.

26/04 | 2026
door De Redactie
Leestijd 2 minuten
Afbeelding
foto: anp

Aanleiding is de onthulling van onderzoeksplatform Follow the Money dat bestuursrechter Jaap Maarleveld van de rechtbank Noord-Holland vanaf september 2025 in het geheim ruim vierduizend verzoeken naar alle 342 Nederlandse gemeenten heeft gestuurd. Niet omdat hij de informatie nodig had, maar omdat hij al jaren vindt dat de wet niet deugt. Vanuit zijn rechtersstoel zag hij gemeenten en ministeries kreunen onder verzoeken die hij te groot of te vaag vond, en in zijn vonnissen noemde hij sommige verzoekers ‘mogelijk ordinaire geldwolven’: mensen die het volgens hem niet om de informatie te doen is, maar om de boete die de overheid moet betalen als ze de termijn van zes weken laat verlopen. Met losse vonnissen kreeg hij de wet niet veranderd, dus bedacht hij een list. Vanuit een flexkantoor in Haarlem bestookte hij anoniem alle Nederlandse gemeenten met opzettelijk onwerkbare verzoeken, in de hoop dat zij zouden vastlopen en in Den Haag zouden gaan klagen voor een strengere wet. ‘Zand in de machine gooien’, noemde hij die aanpak tegen Follow the Money. Pikant is dat Maarleveld in zijn dagelijkse werk juist als rechter over de WOO oordeelde, en daarbij bijna altijd de overheid in het gelijk stelde. Daarmee staat ook zijn onpartijdigheid ter discussie: hij velde vonnissen over een wet waarvan hij privé probeerde de fundamenten weg te slaan. De rechtbank Noord-Holland heeft hem deze week geschorst.

Van Dijk en Van Fenema zien de zaak op twee manieren als zorgwekkend. Maarleveld vindt de wet zelf het probleem, omdat zij volgens hem te makkelijk te misbruiken is door verzoekers die uit zijn op een dwangsom. Het echte probleem ligt volgens de podcastmakers ergens anders: het is de overheid zelf die zich stelselmatig niet aan haar eigen wet houdt. Bovendien, vinden zij, hoort een rechter de wet die hij toepast niet in het geheim te ondergraven. Dat noemen zij ronduit gevaarlijk voor de rechtsstaat.

Van Dijk dient zelf regelmatig WOO-verzoeken in en ziet hoe ver het is gekomen. Het is volstrekt geaccepteerd geworden dat de overheid zich niet aan haar eigen termijnen houdt, stelt hij, en het ergste is dat ook de rechter daarin meegaat. Wat hem vooral steekt, is de rechtsongelijkheid. Een burger die te laat aangifte doet, krijgt onverbiddelijk een boete. Een ministerie dat de wet overtreedt, komt overal mee weg.

Een burger die te laat aangifte doet, krijgt onverbiddelijk een boete. Een ministerie dat de wet overtreedt, komt overal mee weg.

De overheid blijft niet alleen passief in gebreke, ervaart Van Dijk, ze werpt ook actief drempels op. Voor een verzoek over het kapotte kanon op het marineschip Zr. Ms. Evertsen, de kwestie waarover defensieminister Dilan Yeşilgöz de Tweede Kamer eerder dit jaar onjuist heeft geïnformeerd, werd hij door Defensie naar een speciaal digitaal formulier gestuurd. Volgens de afspraken die alle ministeries onderling hebben, mag een WOO-verzoek gewoon per e-mail. Zijn verzoek was bovendien al binnen op het normale WOO-adres. Pure pesterij, noemt Van Dijk het, een straf voor zijn eerdere kritiek.

Als ministeries vooraf al rekening houden met het overschrijden van termijnen, en de rechter dat laat lopen, blijft er van de wet niets over. Daarmee verdwijnt iets wat een democratie niet kan missen. Het waren tenslotte twee journalisten, Pieter Klein van RTL Nieuws en Jan Kleinnijenhuis van Trouw, die met een beroep op de voorloper van de WOO de toeslagenaffaire boven tafel kregen. Zonder dat recht op informatie waren de tienduizenden gedupeerde ouders nooit erkend.

Van Fenema ziet er een groter patroon in. Het wantrouwen tussen overheid en burger groeit, het systeem slibt dicht en het ambtenarenapparaat verwijdert zich steeds verder van de mensen die het hoort te helpen. Daarmee staat volgens haar uiteindelijk één vraag op het spel: kan de burger nog controleren wat de overheid doet?