Column John Jansen van Galen: In the cloud

De Haagse Post bestaat 100 jaar, en ter gelegenheid van dit unieke journalistieke jubileum werd 9 december jongstleden in De Balie in Amsterdam de HP-Eeuwprijs uitgereikt. De deelnemers aan deze columnistenwedstrijd moesten zo treffend mogelijk een ‘Verhaal van alledaagse waanzin’ beschrijven, naar een rubriek die begin jaren tachtig een stilistisch memorabel onderdeel was van de Haagse Post. De komende weken publiceren we op onze website de inzendingen. Na de bijdrages van Hans JansenTon van DijkEmma Brunt en Frank Heinen, nu John Jansen van Galen.

Ik heb de oude Haagse Post nog gekend, het blad van Boebie Brugsma, Armando en Sleutelaar. Toen het fuseerde met De Tijd ben ik ervan vervreemd. Een samengaan van anarcholiberalen en neotofelemonen: daar moest de duivel tussen slapen. Het nieuwe blad verloor ik daarna uit het oog, zoals je na een pijnlijke scheiding ook niet elke week met je ex naar de film blijft gaan.

Maar onlangs had ik voor een boekje over Verdwalen in Nederland een artikel uit die oude HP nodig, want als je in ons land ergens gevaarlijk kunt verdwalen, is het wel in de mergelgrotten en op het wad. Ik had dat stuk zelf geschreven – wie kan men beter citeren dan zichzelf? – en daartoe ook daadwerkelijk wadgelopen, wat mij een paar basketballschoenen kostte die de toenmalige directeur van HP, Henny ten Brink (door mijn collega Cherry Duyns ‘het varkensvagijn’ gedoopt) niet wenste te vergoeden – ik moest ze maar afdragen, met aangekoekte mosselschelpen en al.

Enfin, ik moest dus oude jaargangen navlooien en begaf mij daartoe naar HP/De Tijd. Dat is op zich al een zinsbegoochelende ervaring. In de 22 jaar dat ik bij de Haagse Post werkte zetelde de redactie op wel zeven verschillende adressen, maar altijd binnen dezelfde vierkante kilometer van het centrum van Amsterdam. Het begrip ‘grachtengordel’ was zeer op ons van toepassing. Nu moest ik met de metro naar een industrieterrein en verdwaalde spoedig tussen tapijthallen, remises en brede kanalen.

De vriendelijke receptioniste in de hal van het grote kantoorgebouw kon mij echter niet helpen: er was niemand aanwezig bij HP/De Tijd. In de weken daarna probeerde ik het enige malen telefonisch, maar kreeg geen gehoor. Ten slotte verbond de receptioniste mij door met een nummer in Gilze-Rijen. En daar werd opgenomen! Ik vertelde de telefoniste dat ik op het redactiebureau van HP/De Tijd de jaargangen wilde inzien, waarop zij met onmiskenbaar Brabantse tongval zei: O, maar HP/De Tijd bestaat alleen nog in the cloud.”

In the cloud! Ik wist niet wat ik mij daarbij voor moest stellen, maar het klonk onheilspellend. En ik had pas het blad nog in handen gehad, niet virtueel, maar van echt papier! Ik bleef daarom de redactie in Amsterdam bellen totdat iemand antwoordde en mij uitnodigde de volgende dag langs te komen. Er bestond dus toch een HP/De Tijd in menselijke gedaante! Cecilia was de naam en haar ontvangst was alleszins hartelijk en behulpzaam. Dat artikel vond ik in de jaargang 1973. Het verscheen vlak voor de legendarische staking, toen het bestaan van de Haagse Post aan een zijden draadje hing.

Het goede nieuws is: HP/De Tijd leeft nog, ook buiten the cloud.