Over de biograaf die rechtvaardig wilde zijn

Afgelopen maand sprak Nico Hofstra namens HP/De Tijd met vier veelgeprezen biografen over werkwijze, ethiek en de biografieën waar zij momenteel de laatste hand aan leggen. In dit artikel gaan we dieper in op de ontwikkelingen binnen het genre, de zin en onzin van de sportersbiografie en de ethiek van de biograaf. In Antwerpen bezoeken we Kristien Hemmerechts die besloot niet mee te werken aan de biografie van wijlen haar echtgenoot Herman De Coninck: “Ik word afgeschilderd als de boze weduwe” 

De Vlaamse schrijfster Kristien Hemmerechts bewoont een statig huis aan de Cogels-Osylei, nabij het station van Berchem, Antwerpen. Een reisgids van Peter Haex en Frank Heirman schetst een beeld van de slechte staat, waarin de straat zich bevond tegen het eind van de jaren zestig: “De redding van de art-nouveauwijk Zurenborg is te danken aan schrijvers en kunstenaars als Herman de Coninck, Herman Selleslags, Guy Mortier en Luc Deleu, die in de vroege jaren zeventig voor een prikje oude herenhuizen opkochten.”

Herman de Coninck in Amsterdam. Foto: ANP/Ruud Hoff

Het huis hebben we destijds volledig laten renoveren,” voegt Hemmerechts daaraan toe. “De boekenkast in de voorkamer is toen door een erg goede vakman gemaakt.” Ze bleef er wonen na de dood van haar echtgenoot, de Vlaamse dichter Herman de Coninck in 1997. Twintig jaar na zijn overlijden is De Coninck nog steeds aanwezig in het huis. Foto’s, ingelijste gedichten, zijn bureau en een boekenkast op de overloop, afkomstig uit de katholieke boekhandel van zijn ouders. Vlakbij staat een lage vitrine met persoonlijke voorwerpen. Een bril, een horloge, een scheermes.

Dit najaar verschijnt een biografie van Herman de Coninck bij De Arbeiderspers. Biograaf Thomas Eyskens schreef eerder een literaire wandelgids door het Mechelen van De Coninck en waagt zich nu aan een lijvige biografie van ruim 860 pagina’s. “Weduwe Kristien Hemmerechts werkt niet actief aan het boek mee, maar kant zich ook niet tegen de biografie van wijlen haar echtgenoot”, meldt een aankondiging van het boek op de website van de Vlaamse publieke omroep. Eerder sprak ik met biografen Wim Hazeu, Maaike Meijer, Eva Rovers en Marita Mathijsen. Hoe biografen nabestaanden betrekken bij het schrijfproces komt in deze interviews zijdelings aan bod. In een persoonlijk gesprek met Kristien Hemmerechts kom ik te weten wat haar visie is op het al dan niet meewerken aan de biografie over haar man.

Populair genre

Om me nader te oriënteren op het verschijnsel biografie praat ik met Binne de Haan, onderzoeker aan het Biografie Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen. De Haan vertelt over de ontwikkelingen binnen het genre: “De biografie heeft de afgelopen decennia aan populariteit gewonnen. We hebben nog altijd een grote leescultuur en men heeft een brede belangstelling voor opvallende figuren. Met name in de twintigste eeuw zien we dat Engeland en Amerika een sterke ontwikkeling doormaken op het gebied van dit genre. Het werk van Lytton Strachey en Virginia Woolf zou van grote invloed blijken. Zij wilden af van de negentiende-eeuwse, lijvige biografieën, waarin leven en werk volledig werden weergegeven. Zij vonden dat een biografie een interpretatie van de feiten moest bieden om betekenis aan een leven te geven. Hun ideeën over hoe een biografie geschreven diende te worden kregen zoveel draagvlak, dat we kunnen stellen dat we nog steeds in het tijdperk van de moderne, interpreterende biografie leven.”

Hans Renders. Foto: ANP/Kippa

Het Biografie Instituut aan de Rijksuniversiteit Groningen houdt zich wat betreft de werkwijze en ethiek van de biograaf aan de richtlijnen voor historisch en wetenschappelijk onderzoek. De biograaf is transparant in zijn manier van werken en legt verantwoording af door bronvermelding.

Volgens directeur Hans Renders gelden voor de biograaf ongeveer dezelfde regels als voor de historicus: het toepassen van hoor en wederhoor, openheid over werkwijze en de mogelijkheid van een geïnterviewde om het werk voor publicatie in te zien.

Er is meer. Zo heeft de biograaf te maken met nabestaanden en copyright, stelt onderzoeker De Haan. “Regelmatig worden rechtszaken gevoerd door nabestaanden,” zegt hij. “Het gaat hierbij vooral om onthullingen die de familie liever niet gepubliceerd hadden gezien. Begrijpelijk, want mag je alles over iemand schrijven?”

Volgens De Haan worden aan de hand van een biografie maatschappelijke ontwikkelingen aanschouwelijk gemaakt. De biograaf zal daarom altijd zorgvuldig over de wisselwerking tussen het publieke leven en het privéleven moeten nadenken:  “Je zult als biograaf de afweging moeten maken of privégegevens relevant genoeg zijn om in het publieke domein te plaatsen. Breng je hiermee de gebiografeerde en zijn nabestaanden schade toe of dien je hier toch een breder maatschappelijk belang? Wanneer is er sprake van maatschappelijk belang? Het komt bijvoorbeeld aan de orde wanneer de biografische informatie bijdraagt aan een kennisdomein of wanneer inzicht wordt gegeven in brede sociale of culturele ontwikkelingen.”

Privacy

Juist dit privacyvraagstuk is voor Kristien Hemmerechts de reden waarom ze niet meewerkt aan een nog te verschijnen biografie over haar man Herman. “In 2014 verscheen een literaire wandelgids door Mechelen, langs alle plekken waar Herman een band mee had. Met dit boekje van Thomas Eyskens heb ik meegelezen tijdens het schrijven. Toen heb ik gesuggereerd dat hij een biografie over Herman zou moeten schrijven. De reden daarvoor was simpel: veel mensen die Herman hebben gekend leven nu nog. Dat kan over twintig jaar anders zijn. Ik zei tegen Thomas: ik zal niet meewerken en niet tegenwerken. Waarom? Ik besefte dat er veel is wat ik niet wil delen met de wereld. Het behoort tot de privacy, waarop iedereen recht heeft.”

“De vader van Herman heeft in de gevangenis gezeten voor pedofiele handelingen”, vervolgt ze. “Herman wist van die handelingen en van een gevangenisstraf, maar niet dat zijn vader hiervoor tweemaal in de gevangenis heeft gezeten. De biograaf is dat gaan uitspitten en heeft dingen ontdekt die Herman nooit geweten heeft. Dat staat ook in die wandelgids. De dochter van Herman vond dat vervelend. Ik zei: ‘Je vader heeft daar nooit een geheim van gemaakt.’ Waarom zouden wij die gebeurtenissen alsnog tot taboe verklaren? Ik weet niet wat Thomas met dergelijke details gaat doen, maar hij kan ze moeilijk weglaten. Hij stelde voor om ons het manuscript voor publicatie te laten lezen. ‘Thomas, wil je dat echt?,’ reageerden wij. ‘Dan blijft er niks van je boek heel. Wij spiegelen ons nou eenmaal anders aan de feiten.’ Als echtgenote, moeder en stiefmoeder wil ik niet meewerken. Als schrijfster wil ik zijn werk respecteren en niet in de verleiding gebracht worden om te gaan schrappen en strepen.”

Iedereen een biografie

‘Elke sporter krijgt een biografie,’ kopte Trouw in april boven een stuk over de biografie van Gerard den Haan, bekend als ‘slechtste voetballer ter wereld’. Zelfs een vrijwel onbekende sporter verdient tegenwoordig moeiteloos een biografie, stelt de desbetreffende journalist. Maar over het algemeen zijn de sportersbiografieën volgens Binne de Haan vooral verkapte autobiografieën waarin sportpersoonlijkheden hun succesverhaal optekenen, vaak met behulp van een ghostwriter. Denk hierbij aan de levensbeschrijvingen van wielrenner Tom Dumoulin en ‘voetbaliconen’ Johan Cruijff en Rinus Israel. Hans Renders noemt de sportersbiografie dan ook vooral een traditie van ‘jubileum- en huldeboeken’.

“Het zijn met name bevestigende boeken,” stelt Renders over de sportersbiografie. “Je zult nooit een kritisch onderzoek lezen, waaruit blijkt dat de successen van Johan Cruijff toch niet zo groots waren.” Is een sporter het genre biografie per definitie onwaardig? Zeker niet. Een sportersbiografie is volgens De Haan zinvol, indien de juiste vragen worden gesteld. “Hierbij moet vooral gekeken worden naar de sporter in een breder perspectief. Welke rol vervult sport in cultureel opzicht in onze samenleving? Waarom is sport zo belangrijk in ons land en hoe gaan sporters om met het gigantische publiek dat zij bereiken?”

Ook Renders keurt de sportersbiografie niet af. “Een sporter is net zo serieus te behandelen als een politicus of schrijver. Een goed boek over Cruijff zou interessant zijn, maar dan zou het een serieus onderzoek moeten worden in plaats van een vriendenboek. Het blijft vooralsnog een allegaartje van reportage-elementen, uitgesmeerde interviews en halve autobiografieën.”

In het verlengde van de sportersbiografie is er nog een andere trend. Die van de nog levende persoon als hoofdthema in de biografie. Denk hierbij aan journaliste Marcia Luyten die werkt aan een biografie van Koningin Máxima of Mirjam van Hengel die een biografie schrijft van Remco Campert.

Hoewel menige biografie geschreven wordt van nog levende personen (Job Cohen, Ruud Lubbers etc.), wagen de meeste biografen zich liever aan een persoon die dood is. “Liefst na zo’n tien jaar,” zegt Renders. “Niet alleen omdat het verhaal dan af is, maar vooral omdat zich na iemands dood veel meer bronnen aandienen.”

Wim Hazeu. Foto: Thera Coppens

Biograaf Wim Hazeu schrijft alleen biografieën over overledenen. “Anders is het geen levensverhaal. De dood speelt toch wel een rol in het leven van de mens,” aldus de biograaf. Ook Renders is niet dol op dergelijke biografieën. “Het verhaal is simpelweg niet af.” Het feit dat het onderwerp van de biografie nog leeft kan echter ook een voordeel zijn: “Je kunt het gesprek nog aangaan met de gebiografeerde. Hij kan je doorverwijzen naar diverse andere bronnen.”

De weduwe

“Ik word afgeschilderd als de boze weduwe”, zegt Kristien Hemmerechts. Ze citeert uit een artikel van Piet Piryns, dat onlangs in het Vlaamse opinieblad Knack stond. “Daarin zegt Piryns dat ik na de dood van Herman de regie over zijn nalatenschap stevig in handen zou hebben genomen. Ik zou in mijn autobiografische boek Taal zonder mij hoogstpersoonlijke details prijsgegeven hebben om Herman goed in de markt te zetten.  Piryns noemt het standbeeld van Herman in de Antwerpse Zoo een kruising tussen ‘een vogelverschrikker en een buitenaards wezen’. Daar zou ik dan een geschikte plek voor hebben uitgezocht: de dierentuin. Het zijn sneren naar mij.”

“De rol van weduwe maakt je tot een gemakkelijke schietschijf voor kritiek,” vertelt Hemmerechts. “Als ik meewerk aan een biografie zet ik mijn echtgenoot in de markt. Als ik het niet doe, eigen ik me zijn nalatenschap toe. Ik wil doen wat het beste is voor Hermans werk. Ik moet daar steeds een tussenweg in zien te vinden. Ik heb tegen Thomas gezegd: bij vragen mag je me mailen. Hij heeft me onlangs gemaild met vijf kleine vragen over eventueel feitelijke onjuistheden. Een gesprek onder vier ogen ga ik niet aan. Dat heeft niet alleen met mij te maken. Moet ik nu mijn mening geven over zijn voorgaande relaties of de gesprekken die ik met Herman over zijn kinderen had? Dat is niet aan mij. Ik wil niet dat er postuum ruzies ontstaan. Wat ik wilde zeggen heb ik geschreven in mijn boeken. Voor de rest denk ik: no comment.”

De biografieregeling

Benieuwd naar de financiële mogelijkheden van de biograaf neem ik contact op met het Nederlands Letterenfonds. Het fonds heeft een speciale subsidieregeling voor biografen. “Ik ben ervan overtuigd dat de groei van biografieën sterk samenhangt met het feit dat er subsidiemogelijkheden voor zijn,” zegt Greetje Heemskerk van het Nederlands Letterenfonds. “Niet alleen bij ons, maar ook bij het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en het Prins Bernhard Cultuurfonds. In Vlaanderen zijn er subsidiemogelijkheden voor biografen bij het Vlaams Fonds voor de Letteren.”

Sinds het ontstaan van de biografieregeling van het Nederlands Letterenfonds in 2002, krijgt het fonds jaarlijks ruim dertien subsidieaanvragen. Het aantal ondersteunde biografen is gemiddeld zes per jaar. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt voor de regeling jaarlijks een subsidie beschikbaar van ongeveer 170.000 euro. “Een maximale beurs voor een biograaf is 40.000 euro, maar niet iedereen opteert voor het maximale bedrag,” aldus Heemskerk.

Het Nederlands Letterenfonds hecht waarde aan de werkwijze van de biograaf en vraagt geregeld voortgangsverslagen. “We hebben een keer kunnen constateren dat een biograaf zijn bronnen niet helder had vermeld en het deed voorkomen als zijn eigen tekst,” vertelt Heemskerk. “Dat was nog in de aanvraagfase, die hebben we dus afgewezen met vermelding van de reden.”

De biografieregeling stuitte een enkele keer op weerstand van een nabestaande. In 2003 maakte Joop Schafthuizen, partner van Gerard Reve, bezwaar tegen het feit dat het fonds een beurs had verleend aan biograaf Nop Maas. “Wij hebben hem toen laten weten dat Nop Maas helder was geweest over het feit dat er geen contact was met de rechthebbende, maar toch een overtuigende aanvraag had geschreven. En dat wij het niet onaannemelijk achtten dat van een groot schrijver als Gerard Reve meerdere biografieën zouden verschijnen. De subsidie was al verleend toen Schafthuizen in 2004 bezwaar maakte. Er is destijds eerst middels een brief naar Schafthuizen gereageerd. Met een ingezonden brief reageerden we vervolgens in de Volkskrant op een artikel over het onderwerp.”

Ethiek

De ethiek van de biograaf hangt samen met steeds terugkerende thema’s zoals de privacy van de gebiografeerde, de omgang met nabestaanden en de vraag: over welke thema’s schrijft de biograaf wel of niet? Wim Hazeu: “Ik heb geen enkel taboe, dat weten ook de nabestaanden. Ik behoud mijn respect voor de kunstenaar, maar ik ga niets verzwijgen. Zelfcensuur is het ergste wat een biograaf zichzelf kan aandoen.”

Daarnaast is geen biografie hetzelfde als een eerdere. De biograaf zal dus per situatie naar eer en geweten moeten handelen. Hans Renders: “Voor mijzelf is ethiek niet zo’n punt. Je handelt als biograaf naar de code die gebruikelijk is binnen je eigen vak. Voor ons zijn dat richtlijnen voor historisch en wetenschappelijk onderzoek.”

Het Venitiaans herenhuis van Kristien Hemmerechts in Antwerpen. Foto: Nico Hofstra.

Ook de omgang met nabestaanden is steeds anders. Volgens Wim Hazeu is omgang met familieleden vooral een kwestie van vertrouwen. “Zoiets is niet na een uur, of zelfs na een dag beklonken. Als je niet empatisch bent en niet met mensen om kunt gaan kan je het vergeten.” Dat er een apart boek te schrijven is over verhalen van familieleden wordt wel duidelijk bij Kristien Hemmerechts die mij een rondleiding door het huis geeft, voordat ik de terugreis aanvang.

Ze raadt me aan om me eens verder te verdiepen in verhalen van weduwen, wellicht voor een vervolgartikel. Met dit advies in mijn hoofd loop ik langs de herenhuizen van de Cogels-Osylei richting station Berchem. Voor de ramen hangen transparanten met gedichten van Herman de Coninck. Het is een wijkproject ter nagedachtenis van zijn werk en leven. Honderdvijftig van zijn gedichten, geselecteerd door Hemmerechts, hangen door de hele wijk. Ik buig me over een tuinhek om een kort gedicht te lezen. Het heet ‘Sprookje’ en gaat als volgt: “Er was eens een man/ die altijd rechtvaardig was.” Daarmee is alles gezegd.

HP/De Tijd in gesprek met biografen

Eerder spraken we met vier biografen over hun liefde voor het genre, ethische overwegingen en lichten alvast een tipje van de sluier op over hun te verschijnen biografieën. Lees hier de gesprekken met Marita MathijsenMaaike Meijer, Wim Hazeu en Eva Rovers

Meer leuke content? Like ons op Facebook