Voor de rechtbank in Den Haag eiste het Openbaar Ministerie deze week 17,5 jaar gevangenisstraf tegen een Syriër die tussen 2014 en 2018 het hoofd zou zijn geweest van de veiligheidsdienst van Islamitische Staat in het zuiden van Damascus, in en rond het Palestijnse vluchtelingenkamp Yarmouk. Daarvoor bekleedde hij volgens justitie dezelfde functie bij Jabhat al-Nusra. Hij was, in de woorden van het OM, geen uitvoerder maar een van de mensen die het beleid bepaalden; zijn dienst pakte mensen op. In 2019 vroeg hij asiel aan in Nederland, een jaar later kreeg hij een huis in Arkel, en daar werd hij in januari 2023 gearresteerd, tot verbijstering van de buren.
In december 2004, zes weken na de moord op Theo van Gogh, verscheen in HP/De Tijd de reportage Jihad in de polder, over de vraag die het land toen bezighield: met hoeveel zijn ze? Minister Remkes hield het op ‘heel wat’, de AIVD volgde 150 tot 200 man, wethouder Sörensen sprak van tachtigduizend en Kamerlid Wilders van honderdduizend. De onderzoekers die het stuk sprak, en die uit angst voor represailles niet meer met hun naam in de krant wilden, kwamen op grond van jarenlang meelezen op de radicale fora tot een ander getal: enkele tientallen, maximaal vijftig extremisten die konden en wilden wat Mohammed B. had gedaan. Vijftig Mohammed B.’s, de eerste generatie strijders in Nederland.
Het stuk beschreef ook wie die generatie kwam halen: rekruteurs uit Egypte, Saoedi-Arabië, Syrië en Algerije, charismatische mannen die door Europa reisden en hun talent zochten in gevangenissen en asielzoekerscentra, met de methode van loverboys. Ze ronselden voor de internationale brandhaarden van dat moment, Afghanistan, Irak, Bosnië. Syrië stond nog niet op het lijstje.
Tweeëntwintig jaar later laat de zaak-Arkel zien hoe de stroom van richting is veranderd. De brandhaard waarvoor de generatie van 2004 uiteindelijk massaal vertrok, werd Syrië: zo’n driehonderd Nederlandse uitreizigers, meer dan welke schatting uit het stuk ook. En nu die oorlog voorbij is, komt hij zelf deze kant op. De man tegen wie deze week 17,5 jaar werd geëist, hoefde niet geronseld te worden in een asielzoekerscentrum; hij kwam er als kopstuk zelf doorheen, aan het eind van een loopbaan waarin jongens zoals de polderjihadisten van 2004 onder zijn dienst vielen. De vraag van toen, met hoeveel zijn ze hier, wordt niet meer beantwoord door onderzoekers die fora uitpluizen, maar door het Team Internationale Misdrijven, dat in asieldossiers zoekt naar de daders tussen de gevluchten.
Aan het slot van de reportage zei arabist Maurits Berger dat hij nog acties verwachtte, ‘met redelijk veel agressie’. Vijf jaar later begon de burgeroorlog in Syrië, die de Nederlandse jihadisten hun bestemming gaf. De reportage staat hieronder.
Lees hier de reportage uit december 2004 terug.






