Nederlands Tourfalen: domme pech of eigen schuld?

Foto: ANP

Als zwammen uit de vochtige herfstgrond duiken ze de laatste dagen op: kritische artikelen over het rijden van de Nederlanders in de Tour.

De renners van de Rabobank-ploeg vallen niet vaak, maar als ze het doen, doen ze het goed: met álle kopmannen en met álle gevolgen van dien. De meesterknechten van de ploeg (Tjallingii en Wynants) zijn al verdwenen, elk met een door touwtjes bij elkaar gehouden gestel, de kopmannen zwalken ergens tussen achterhoede en ziekenboeg, dromend van een dag waarop alle andere renners een slecht moment hebben en zij niet.

De Argos-Shimano-ploeg (half Nederland, half Rest van de Wereld) doet verwoede pogingen om haar invitatie voor het evenement te rechtvaardigen, maar zonder de kopman die het al na één dag dun door de racebroek liep (de Duitser Kittel), doet de ploeg toch voornamelijk denken aan het Olympische hockeyelftal van Ghana of Paraguay: het enthousiasme overwint de kunde op alle fronten.

Met andere woorden: niet goed genoeg.

Struikrovers
Het meest schrijnend is tot nog toe het optreden van de Vacansoleil-ploeg, een bende struikrovers die zich de laatste jaren welgemoed een weg door het internationale wielrennen baant, hier en daar wint, soms uitblinkt en altijd voor opvallende toestanden zorgt, vooral door zich niets aan te trekken van de bestaande, in marmer uitgehouwen verhoudingen binnen de sport. Ook bij die ploeg zijn er tegenslagen te noteren: de getalenteerde Wout Poels viel zichzelf ernstige verwondingen en we kunnen alleen maar hopen op zijn volledig herstel, de onbezorgde Johnny Hoogerland van vorig jaar is vervangen door een bangige man, bij wie het Franse prikkeldraad niet alleen littekens in zijn billen maar ook in zijn geest heeft geëtst, en de bijdragen van buitenlandse coureurs zijn ook al niet om over naar huis te tweeten.

Goede raad is duur. Iedere dag analyseert men zich in de Tourpraatshows een slag in de rondte over dit collectieve falen van de jongens van Jan de Witt. In kranten verschijnen diepgravende achtergrondartikelen en ziedende columns over de steeds grotesker wordende mislukking en op weblogs, discussieforums en in chatrooms wordt eindeloos gezwamd over probleem en oplossing, over kip en ei, over oorzaak en gevolg.
Al dit geleuter valt grofweg uiteen in twee conclusies: 1. Eigen schuld en 2. Domme Pech.

Eigen Schuld
De aanhangers van de Eigen Schuld-theorie concentreren zich met name op de leiding van de Rabobank-ploeg. Zij vinden: met je beste renners alles inzetten op de meest gevaarlijke wedstrijd van het jaar is vragen om moeilijkheden. Die renners kunnen namelijk vallen, of plotseling niet goed genoeg blijken te zijn – het wrede lot heeft beslist dat alle Nederlandse renners tegelijk door deze omstandigheden bezocht worden.

Een beetje bank, zeggen de aanhangers van Eigen Schuld, spreidt zijn kansen: een paar goeie renners in de Giro, een paar in de klassiekers, en nog een talentje vers houden voor de Vuelta. Nu ligt met één valpartij een heel wielerjaar in scherven. Niet alleen van de renners, maar ook van hun gedesillusioneerde fans, die nu voor niks drie weken in een gehuurde camper achter het peloton aankachelen, en op de slotklim tot net voor de schemering moeten wachten om hun landgenoten naar boven te gillen.

Domme Pech
De aanhangers van het standpunt van de Domme Pech daarentegen achten het begrijpelijk dat de meeste (en de beste) Nederlandse renners hun seizoen afstemmen op de Tour. Wie wil winnen, moet soms een gokje wagen. En wie er werkelijk alles aan doet om te winnen, opent tegelijk de deur naar het verlies. De Tour is de top, de Tour is de referentie voor de massa, de Tour: c’est tout. De Tour laten lopen omdat er meer kansen liggen in – pak ‘m beet – Tirreno-Adriatico of de Vuelta, dat is heiligschennis, en schending van de sponsorbelangen bovendien. Zeggen de aanhangers van de Domme Pech.

Tot nu toe waren renners en ploegleiders zélf ook meer voor het Domme Pech-principe te porren. Een ongemakkelijk voorbeeld daarvan was de nukkige wijze waarop Rabo-ploegleider Frans Maassen in de wielerbabbelshow Tour du Jour een column van zijn oud-collega Steven Rooks nukkig afdeed als gezemel vanaf de zijlijn van iemand zonder verantwoordelijkheid. Het is de eeuwige reflex die volgt op falen: de kritiek van de ander is irrelevant. Mark van Bommel zei tijdens het EK: “Wij zijn de eersten om toe te geven dat dit niet goed is.” Maar zelfkritiek is niet altijd voldoende, zelfkritiek kan ook dienen om de angel uit de kritiek van de ander te halen.

Niet voor niets vertelde Rabo-ploegleider Adri van Houwelingen gisteren in NRC dat de hele insteek van zijn werkgever misschien wel verkeerd is geweest: wie in de Tour wil winnen, moet eerst leren winnen in kleine koersen. Ook talentvolle fierljeppers moeten beginnen met een klein slootje, niet meteen met het Kanaal.

Langzaam verandert er iets: de Domme Pech-aanhangers verliezen terrein. Verkeerd programma, verkeerde training, verkeerde instelling, verkeerde plek in het peloton? Misschien waar. Waarschijnlijk allemaal waar. Misschien ook allemaal Eigen Schuld.

En toch: vallen met tachtig kilometer per uur. Met zijn allen. Ernstig gewond raken. Je droom zien vervliegen; daar valt niet tegenop te analyseren. Dat is met recht Domme Pech.

————————

Volg HP/De Tijd ook op Twitter!


Reacties zijn gesloten.