Discussie over het rookverbod zorgt voor Teletubbie-gevoel

‘Nog een keer, nog een keer!’ Bij de Teletubbies werden filmpjes altijd herhaald, in dezelfde uitzending. De kleine kijker houdt van herhaling, en leert er bovendien van. Het is een van de redenen dat de felgekleurde wezens zo populair waren. Dat niet alleen peuters herhaling nodig hebben, maar ook (hardleerse) volwassenen, blijkt maar weer eens uit het steeds terugkerende debat over het rookverbod.

PvdA en VVD staan (ook) op dit punt lijnrecht tegenover elkaar, zoals bleek uit het debat zaterdagavond in Nieuwsuur tussen Myrthe Hylkens van de PvdA en Arno Rutte van de VVD. De PvdA steunt de motie van CU-er Dik-Faber om het algeheel rookverbod in horecagelegenheden opnieuw in te voeren (lees: volksverheffing); de VVD niet, die vindt dat er al genoeg wordt betutteld. De overheid moet nicotineverslaafde gasten van kleine horecagelegenheden zonder personeel wat haar betreft ongestoord van hun rokertje laten genieten (lees: terughoudende overheid).

Het rookverbod is het zoveelste twistpunt tussen VVD en PvdA, dat de afgelopen maanden naar voren is gekomen. Waarom blijft het de gemoederen bezighouden?

Lekker, verboden vruchten
Sinds 2008 mag er niet meer gerookt worden in de horeca, en al minstens even lang is er gesteggel over. In 2003 introduceerde de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) een kaderverdrag om tabaksgebruik wereldwijd terug te dringen. Nederland sloot zich hier begin 2005 bij aan, waarmee de eerste stap naar een rookvrije horeca werd gezet.

Na invoering van het rookverbod, bleven in veel cafés de asbakken gewoon op tafel. Het was eigenlijk ook extra lekker om te roken in een kroeg, wetende dat het verboden was.  Verboden vruchten, u kent het wel. Bovendien verdoezelt een rookwalm in een kroeg misselijkmakende geurtjes als zweet, urine en verschaald bier.

Voor horecaeigenaren betekende het rookverbod een strop. De klandizie nam af waar helemaal niet meer gerookt mocht worden, en daar waar kroegbazen omzetverlies wilden voorkomen, moesten speciale rookruimtes met afzuiginstallatie gebouwd worden.

Battle of the lobby
Vooral dankzij de inspanningen van Stichting Red de kleine Horecaondernemer (KHO) versoepelde minister Schippers in 2011 de regel. Voor kleine horeca (zonder personeel en met een oppervlakte van maximaal 70 m2) werd een uitzondering gemaakt op het verbod.

Dankzij dit succes vond het bestuur dat de stichting geen reden meer had om te blijven bestaan, en werd ze eind 2011 opgeheven. En dat zou de kleine horecaondernemer en verstokte roker nu weleens duur kunnen komen te staan, want, zoals is gebleken, ging de antirooklobby Clean Air Nederland (CAN) onverdroten door. Natte Horeca Nederland (NHN) en Horeclaim Europe namen het stokje weliswaar over van de KHO, maar, naar nu lijkt, met minder succes.

Rookverbod werkt! Toch?
De WHO is blij met de rookverboden. Verschillende studies in landen met een rookverbod wijzen namelijk uit dat het aantal ziekenhuisopnamen in verband met een hartinfarct afneemt. Voor Nederland gaat dit echter niet op, heeft onderzoek van Maastricht University uitgewezen. Maar misschien komt dat doordat in 2012 49% van de horecagelegenheden nog steeds niet rookvrij was. De internationale medische wetenschap is niet onder de indruk van het antirookbeleid in Nederland.

Overigens had de overheid er ook voor kunnen kiezen het drinken van alcoholische dranken te verbieden in de horeca, want dat is volgens Brits onderzoek even dodelijk, of het serveren van patat, zoals Rutte smalend poneerde. Ook zo’n sluipmoordenaar immers.

Een andere optie zou kunnen zijn om de horeca alleen open te stellen voor mensen jonger dan 40, want tot die tijd schijn je relatief veilig te kunnen blijven paffen. Maar ja, dan krijgt de wetgever het aan de (wandel)stok met Henk Krols 50plus, en we weten dat die partij een stevige factor aan het worden is in het Nederlandse – al dan niet rokende – politieke landschap. Het ziet ernaar uit dat we op korte termijn nog niet verlost zijn van de Teletubbies.