Franse senaat: “Eindklassement Tour de France 1903 moet volledig worden herzien”

Parijs – Van onze speciale verslaggever

Twaalf jaar. Zo lang deed de Franse Sénat erover om de uitslagen van een van de meest incidentrijke Tours te controleren. Twaalf jaar van onderzoek, hertesten, analyse, verhoren, verdachtmakingen en vrijpleiten. Gisteren publiceerde de veertienkoppige onderzoekscommissie dan eindelijk haar definitieve rapport met de veelzeggende titel ‘Een treinkaartje als epo-spuit’. Met de huidige, geavanceerde analysemethodieken kwam men in een Zwitsers lab tot schokkende conclusies.
Enkele van de meest opmerkelijke bevindingen die in het rapport staan vermeld, zijn:

Talloze (gebruikte) treinkaartjes

  • Tenminste 47 deelnemers maakten tijdens de wedstrijd gebruik van alternatief vervoer, i.c. de trein.
  • 14 renners dronken iedere dag vijf liter brandewijn of meer, en hadden volgens de destijds geldende verkeersregels uit koers genomen moeten worden.
  • Twee renners zouden minder dan de helft van het totale parkoers daadwerkelijk op de fiets hebben afgelegd.
  • Van vier deelnemers (waaronder drie renners uit de Top-10) is het daadwerkelijke finishen nooit vastgesteld.
  • In de prullenmanden van de herbergkamers waar Tourrenners in hebben overnacht, vonden schoonmakers destijds talloze (gebruikte) treinkaartjes.
  • Veel renners uit het 1903-peloton hebben niet aantoonbaar vals gespeeld, maar hun prestaties worden door de Sénat wel als ‘verdacht’ aangemerkt. Voorbeeld: de Belg Julien Lootens (zevende in het eindklassement) kwam in de tweede etappe een half uur eerder aan dan hij vertrokken was.
  • Twee Franse renners – geanonimiseerd, maar naar verluidt mannen uit de top van het klassement – zouden slechts op papier hebben bestaan. Een geboorte- of sterfakte van deze mannen is nooit teruggevonden.

Een drieling
Ook de hertests van de urinestalen van verschillende renners – i.c. de bewaarde po met inhoud – leverden enkele wonderlijke resultaten op:

  • De renners Garin, Muller, Fischer en Beaugendre (de nummers 1, 5, 7 en 9 van het klassement) bleken alle vier op het moment van finishen in gelukkige verwachting. Marcel Kerff zou volgens de hormoonverhoudingen in zijn plas zelfs een drieling hebben moeten krijgen.
  • De urine van de Belg Driessens smaakte opvallend genoeg naar citroen met suiker.
  • Enkele van de uit 1903 overgeleverde dopingstalen bleken sporen van urine te bevatten.

De conclusies van het rapport zijn als een mokerslag aangekomen in de wielerwereld.
‘Dit is heel, heel slecht nieuws,’ aldus huidig UCI-voorzitter Pat McQuaid. ‘Vaak zeggen we na dergelijk nieuws dat we de generaties erna moeten blijven vertrouwen. Dat is in dit geval nogal ingewikkeld.’ Dick Pound, WADA-voorzitter, stelt dat de betrapte renners alsnog vervolgd moeten worden. Pound: ‘Volgens de internationale regelgeving zijn die vergrijpen ongeveer een eeuw verjaard, maar ik vind: als de renners zich niet aan de regels houden, waarom zouden wij dat dan wel doen?
Ik besef dat de meeste van deze heerschappen lang en breed overleden zijn, maar velen van hen hebben zich wel degelijk voortgeplant. Je zou je bijvoorbeeld kunnen voorstellen dat we het destijds verdiende prijzengeld terugclaimen bij hun nakomelingen. Met rente, uiteraard.’

Armstrong, Walsh en Smeets
Lance Armstrong reageerde vanmiddag via Twitter kort en krachtig op de bevindingen van het Senaatsonderzoek: ‘Garin: what a wanker!’ Armstrongs grootste vijand, Sunday Times-journalist David Walsh gelooft in de onschuld van de renners: ‘Ik steek mijn hand voor hen in het vuur: zij reden destijds honderd procent clean. Natuurlijk: ik ben pas vijftig jaar later geboren, maar zoiets voel je gewoon, als journalist.’

TV-commentator Mart Smeets, die pas in 1907 voor het eerst de Tour versloeg, schrijft in een column: ‘Natuurlijk zagen we dingen, natuurlijk hoorden we dingen, natuurlijk wisten we dingen. Maar bewijs het maar eens! Je ziet die renners uit een trein stappen, maar wie zegt mij dat ze ook met die trein gereisd hebben? Het luistert zo ontzettend nauw allemaal.’

Op de vraag aan Tourbaas Jean-Marie Pescheux of de bevindingen uit het onderzoek mogelijk gevolgen hebben voor de uitslag van de Tour de France van 1903, antwoordt hij ferm: ‘We overwegen de uitslag in z’n geheel uit de boeken te schrappen. Mooie jongen die ons nu nog van halfslachtig beleid beschuldigt.’