Ted Williams, de grootste hitter die ooit geleefd heeft

Over de begindatum van de literaire schrijverij over sport lopen de meningen nogal uiteen. Een van de data die vaak genoemd wordt is 22 oktober 1960. 

Op die dag publiceerde John Updike in The New Yorker het vermoedelijk beroemdste sportjournalistieke verhaal over honkbal ooit, ‘Hub Fans Bid Kid Adieu’. Updike was nog een onbekende, 28-jarige romancier. Zijn debuut Rabbit run was enkele weken eerder verschenen en ergens in de achtergrond van de glazen bol van zijn toekomst lag een Nobelprijs op hem te wachten.

Een meisje in de buurt
Eigenlijk zou Updike helemaal niet naar de wedstrijd van de Boston Red Sox gaan. Hij had een afspraakje met een meisje dat in de buurt van het stadion woonde. Toen zij niet thuis bleek, kocht Updike een kaartje voor de laatste wedstrijd van het seizoen.
Daar, in het stadion van de Red Sox, was zojuist de laatste wedstrijd van Ted Williams begonnen. 10.455 waren op diens adieu aan de honkbalwereld afgekomen.

Williams was een groots slagman, maar werd nooit onomstreden bij zijn supporters. Hij had iets van een tragische held, zeker in vergelijking met zijn generatiegenoten Babe Ruth en Joe DiMaggio. Hij had iets eenzaams, daar in de verte, op die thuisplaat, wachtend op de bal die ieder moment als een kanonskogel op hem afgevuurd kon worden. Dat eenzame, dat bijna artistieke van Ted Williams, moet de jonge schrijver Updike hebben aangesproken. Hij schreef een artikel dat door velen wordt beschouwd als het begin van een nieuw soort sportjournalistiek. In ‘Hub fans bid kid adieu’ toont hij dat je over sport kunt schrijven als over het leven zelf: persoonlijk, intelligent, lyrisch. De gebeurtenissen op het veld zijn geen leidraad, maar slechts een beginpunt van een verhaal dat de sport zelf overstijgt.

Greatest hitter
Niemand zit te wachten op quotes omdat er nu eenmaal quotes in een journalistiek verhaal horen: alleen als ze het verhaal een beetje fraaier maken, zijn citaten van de sporter de moeite waard. Neem Ted Williams, wiens carrière een levenslange strijd om vertrouwen en liefde was. Wanneer zo iemand, nog nazwetend van zijn laatste wedstrijd ooit, op 42-jarige leeftijd, iets zegt, dan moet het bijna van een ontroerende schoonheid zijn.

“Alles wat ik van het leven wil, is dat ik op een dag over straat loop en dat mensen zeggen: ‘Kijk, daar loopt de greatest hitter die ooit geleefd heeft.’”
Een zin als een korte blik in iemands ziel.