Joris Luyendijk: ‘Dit gaat helemaal fout’

Ruim twee jaar geleden verhuisde Joris Luyendijk met vrouw en kinderen naar Oss om daar verslag te doen van de crisis bij de plaatselijke FC. De oud-Zomergasten-presentator en schrijver van het boek Het zijn net mensen – Gesprekken met buitenspelers ging werken voor het Brabants Dagblad en startte zijn inmiddels befaamde Osse Ezels-blog over het reilen en zeilen binnen de in nood verkerende sportvereniging uit Noord-Brabant. Doel was om van binnenuit een beeld te schetsen van die geheimzinnige, ondoorzichtige en vaak onbegrijpelijke wereld van het regionale topvoetbal.

”Vaak zien mensen alleen maar de cijfers van zo’n club: uitslagen, doelpuntengemiddelden, af en toe een naam van een trainer, maar ik wilde die dorre letters en cijfers een menselijk gezicht geven,” aldus Luyendijk. “Ik beschouw mezelf niet als journalist, maar als een antropoloog die veldwerk doet.” Dat veldwerk leidde Luyendijk naar het veld van het Frans Heesen Stadion, alwaar hij van de ene verbazing in de andere viel. Hij sprak er met technisch managers, spelers, jeugdtrainers, maar ook terreinknechten, stadionspeakers en zelfs toeschouwers. Zijn conclusie, na twee jaar intensief onderzoek: “Dit gaat helemaal fout.”

Geen bump in the road
“Toen ik in Oss arriveerde, verkeerde de club natuurlijk al in een grote crisis. en die crisissfeer is eigenlijk nooit meer verdwenen. En ik vrees dat we het ergste nog niet gehad hebben: the world ain’t seen nothing yet.”
Luyendijk doelt niet alleen op de reeks slechte resultaten van de Ossenaren, die een nieuw dieptepunt bereikte met de 4-1 nederlaag tegen Almere City FC, jongstleden vrijdag.
“De club is te groot geworden, het bestuur weet nauwelijks nog wat er op het veld gebeurt en het kortetermijndenken regeert nog altijd.”

De vraag die Luyendijk meer en meer bezighoudt, is of de situatie in het Frans Heesen Stadion nog wel beheersbaar is. “Twee jaar geleden dacht ik nog: dit is een bump in the road, we hebben alleen wat extra gas nodig om eroverheen te komen. Nu denk ik steeds vaker: dit is het einde van de weg, hier houdt FC Oss gewoon op. Afgelopen jaren is er ongelooflijk vaak gedaan alsof het nog iets voorstelde wat hier gebeurde. Terwijl insiders wisten: het was niks, het is niks en het wordt ook niks. Maar de gedachte dat er nog wel iets is in Oss leeft heel sterk. Het is een soort kunstmatige bubbel, die vroeg of laat uit elkaar moet spatten. Als je kijkt naar zo’n jongen als Danny van den Meiracker, die in vier wedstrijden gewoon twee doelpunten maakt, dan kun je in de idée-fixe blijven geloven dat er iets gebeurt in Oss. Terwijl: hoe langer ik hier rondloop, hoe meer ik van het tegendeel overtuigd raak. Bovendien is het geld dat zo’n Van den Meiracker dan in theorie zou kunnen opleveren bij een transfer, alweer uitgegeven, aan een nieuwe snackkraam.”

Je voorspelt een nieuwe crisis. Is die nog te voorkomen?
“Ik denk het niet. Kijk, sportief gezien is de crisis eenvoudig op te lossen: namelijk Courtois, Kompany, Özil en Messi kopen. Dan geef ik je op een briefje dat je binnen een jaar in de top van de Jupiler League speelt. Maar daar hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan.”

Is de crisis in Oss dan in wezen een financiële crisis?
“Daar heeft het in elk geval alle schijn van.”

Hoe is zo’n financiële crisis af te wenden?
“Niet.”

Is er sprake van een buffer?
“Je hebt reservekeeper Rein Baart. Maar om die nu een buffer te noemen…”

Wat zijn de gevolgen als alles instort?
“Dat weet niemand. Veel mensen reageren op de crisis in Oss zoals ze ook op de klimaatverandering reageren: het komt wel goed en als het niet goed komt, dan zien we dat dan wel weer.”

Wat kan de journalistiek doen?
“De zaak aanhangig maken, de problemen op de agenda blijven zetten. Want dit is iets wat ons allemaal aangaat in Oss en omstreken. Als FC Oss omvalt – en dat zou de uiterste, maar niet onvoorstelbare consequentie zijn van deze ontwikkeling – dan verandert alles.”

Het systeem moet compleet worden omgegooid, schreef je zelfs.
“Je zult toe moeten naar een ruit op het middenveld. Zo snel mogelijk. Een stofzuiger met de punt naar achteren. Iemand die de binnenbrandjes blust voor ze uitslaan naar belendende percelen. Redden wat er te redden valt.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook