De voorzichtige volmaaktheid van Lucas Piazon

Ooit zat je bij Lucas Piazon in de klas. In vwo 4 of zo. Lucas Piazon heette toen nog gewoon Robert-Jan van Baalen, maar ook toen al was hij alles wat jij ook wel had willen zijn.

Lucas (Robert-Jan) droeg korte leren jasjes die hij ook in de klas aanhield, zijn donkere haar stond op een ergerlijk onbedoelde wijze precies genoeg omhoog, het zwart van zijn ogen was zo bruin dat jouw bruin in vergelijking daarmee iets pindakaasachtigs kreeg.
Lucas was lang, slank en hij tilde zijn lange lijf al door het leven met een aan pronkzucht grenzende gratie toen de rest met zijn binnen een jaar in lengte verdubbelde ledematen de hoek omzwabberde. (Behalve jijzelf dan, want met het achterwege blijven van een groeispurt zat er niets anders op dan met je CITO-toetslichaampje achter de fysieke feiten aan te joggen).

De voortdurende, superieure aanwezigheid van Lucas Piazon (alias Robert-Jan van Baalen) leerde je toen al dat, ook als je denkt het redelijk met jezelf getroffen te hebben, er ergens op de wereld – en vaak al om de hoek van de straat – iemand is die je op alle fronten aftroeft, zolang je leeft. Hij was het soort jongen waarmee elke competitie zinloos was, omdat die uiteindelijk altijd leidde tot diepe zelfverachting.

Een college in Amerika
Iedereen heeft een Lucas Piazon in de klas gehad. Wittere tanden, hogere cijfers, mooiere vriendin (sowieso: vriendin!), lekkerder ruikende moeder, pingpongtafel op zolder, oudere broers met lofts in Amsterdam en Londen. O, wat was het heerlijk om je te warmen aan het hoog opflakkerende vuur van de populariteit van de Lucas Piazon en o, hoe aangenaam was het om je voor te stellen hoe hij tijdens die moeiteloze dans door het leven op een dag grandioos zou uitglijden.

Dat moment kwam nooit: je ging van school, Lucas ook. Jij had geen idee wat je ooit worden zou, hij ging een jaar naar een college in Amerika.
Tijdens de diploma-uitreiking huilden de meisjes uit je klas, omdat ze Lucas nooit meer zouden zien. Hij droeg een zwart pak en een rode stropdas, en hij blaakte als iemand die niet anders kan dan op de toppen van zijn kunnen zijn.
En jij, met je lijst vol inwisselbare zesjes en zevens, dacht aan dat ene uur per week waarin Lucas Piazon het tegen je aflegde: de gymles.

Hoe je soepeler in een touw klom, de honkbalknuppel makkelijker hanteerde, harder rende en de bal tijdens het voetballen zo vaak als mogelijk door zijn benen speelde.
Niet dat Lucas Piazon zich daar ook maar even druk om maakte: hij droeg zijn beperkingen als de man die jij nog niet geworden was – en zo legde je het toch weer tegen ‘m af.

Een kort leren jasje
Sinds dit jaar speelt er een Lucas Piazon bij Vitesse.
Zijn naam is Lucas Piazon.
Binnen enkele maanden is Lucas Piazon de Lucas Piazon van de Eredivisie geworden. Zie Lucas Piazon voetballen en weet: zo hoort het, eigenlijk. Je kunt heel hard rennen, schieten, moeilijk doen, in een sportschool gaan wonen, je kunt jaren oefenen om een bal dood te leggen op je oor, je kunt je armen laten volkalken met Bijbelteksten of elke vier uur je kapper bellen om het Nike-teken op je schedel te laten bijwerken.
Kun je doen, maar een Lucas Piazon ga je niet worden.
Gisteren zag ik de Lucas Piazon van Vitesse een irritant knap doelpunt maken.
Een eenvoudige kapbeweging, en daarna een korte knal in de vrije hoek.
Er zat een soort voorzichtige volmaaktheid in de bewegingen, alsof Lucas ons niet meer wil pijnigen dan nodig. Het was het soort doelpunt waarvan je weet: dat ga ik nooit maken. Zeker niet in combinatie met zo’n perfect kapsel.
Een kort leren jasje van een doelpunt was het.

Eindelijk rust
Nog een half jaar.
Nog een half jaar, dan vertrekt de Lucas Piazon van de Eredivisie naar de voetbalvariant van een Amerikaanse college.
Jammer, zullen we tegen elkaar zeggen. Zo’n mooie speler, zo’n keurige jongen.
Maar wat we zullen denken is: eindelijk rust.