Generatie Grenzeloos: jongeren van nu zijn onzekere prinsenkinderen

Jongeren groeien op met het gevoel dat ze uniek zijn en hun mogelijkheden onbegrensd. Prinsenkinderen zijn het, maar wel onzekere prinsenkinderen. ‘Je ziet ze onafgebroken studieswitchen, jobhoppen en lovehoppen.’ Komt dat nog wel goed? Een fragment uit het essay van Renate van der Zee uit de nieuwe HP/De Tijd. Wilt u het hele artikel lezen? Koop het tijdschrift in de winkel, of hier direct online. Hier vindt u een overzicht van alle onderwerpen.

De resultaten waren verrassend toen het onderzoeksbureau Motivaction de nieuwe generatie jongeren vroeg hoe zij in het leven staan. 68 procent bleek zichzelf een ‘heel bijzonder persoon’ te vinden. 63 procent zag zichzelf als een goede leider, 76 procent beschouwde zichzelf als ambitieus. En 87 procent van deze jonge mensen, geboren in de periode 1986-2000, wist zeker dat ze op een dag hun dromen gingen waarmaken.

Welkom bij de Grenzeloze Generatie. Ook wel bekend als de Generatie Einstein, de Screenagers, de Achterbankgeneratie, de Peter Pan-Generatie of de Generatie Y. Maar Grenzeloze Generatie is de meest rake benaming.

Opgegroeid in de veilige jaren negentig, in een maatschappij die overstroomde van de mogelijkheden, bewegen deze multitaskende digital natives zich moeiteloos door een wereld die dankzij internet geen grenzen meer kent. En hun ambities zijn ook grenzeloos.

Stage lopen? Prima, maar dan wel in New York. Vrijwilligerswerk? Dat kan, maar dan wel iets dat prachtig staat op het cv en bij voorkeur op de Galapagoseilanden. Werken? Heel graag, maar dan wel meteen een droombaan. En de grenzeloze generatie heeft zelfvertrouwen genoeg om te geloven dat ze die droombaan tot een succes kan maken. “Ik zou minister kunnen worden, maar ik weet niet of ik daar wel écht gelukkig van word,” zou je een representant van de grenzeloze generatie zomaar kunnen horen zeggen.

“Het woord zelfoverschatting is niet misplaatst,” zegt Frits Spangenberg (66), die voor Motivaction onderzoek deed naar deze jongeren en samen met Martijn Lampert het boek De grenzeloze generatie en de onstuitbare opmars van de B.V. IK schreef. “Een grote groep jongeren heeft tegenwoordig een nogal hoge dunk van zichzelf. Ze beschouwen het als doodnormaal om op jonge leeftijd én een goede baan én een koophuis én een lease-auto te hebben. Ze gaan ervan uit dat alles bereikbaar is. Ze zijn sterk gericht op genieten ze willen intens leven en veel leuke dingen meemaken. Ze willen sterke prikkels en kicks.’’

Het profiel dat hier wordt geschetst gaat natuurlijk niet voor alle jongeren op, maar uit Spangenbergs onderzoek blijkt toch dat een substantieel gedeelte van de nieuwe generatie – bijna de helft – de grenzeloze mentaliteit bezit. Deze jongeren hebben een onrealistisch, om niet te zeggen narcistisch, zelfbeeld en ze zijn extravert en assertief. Ze gaan graag mee in de nieuwste trends van de consumptiecultuur en willen vooral hun ‘eigen ding’ doen. Ze vinden het belangrijk om origineel te zijn en ‘uit het leven te halen wat erin zit’. En wel nu. De wereld is hun speeltuin en in die speeltuin draait het vooral om hen. In wat er misgaat in de maatschappij is de grenzeloze generatie niet zo geïnteresseerd. Deze jongeren zijn opvallend minder milieubewust en bezitten minder gemeenschapszin dan vorige generaties. Idealisme is uit.

Klik hier om HP/De Tijd direct online te kopen en het hele artikel te lezen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook