Zelfs Sepp Blatter maakt pure voetballiefde niet kapot

Ik las in de krant over de politie-inval die in het kader van het onderzoek naar Sepp Blatter had plaatsgevonden bij de Franse voetbalbond, toen een vader, moeder en hun twee zoons (geschatte leeftijd: 11 en 7) gingen zitten op de rondom mij beschikbare plekken in de treincoupé.

De oudste zoon zakte onderuit, tuurde naar het scherm van zijn telefoon en propte de oordopjes die eraan vast zaten in zijn oren. Zijn vader vroeg hem, in al zijn onschuld, nog even iets op te zoeken.

“Wat wil je nu weer weten, pap?”
“Nou, even kijken waar we naar toe gaan.”
“Nee, ik ga niets opzoeken over NEMO. Dat is kapotsaai.”

En daarmee was wat hem betreft de kous af. Ik dacht iets met ‘jeugd van tegenwoordig’ en ‘verrot’, wat dan weer vrij bejaard is voor iemand van nog geen dertig, en probeerde me weer op het bericht over Sepp Blatter te concentreren. Ik kwam niet verder dan de eerste zin. “Moet je zien,” zei de als door een bliksem van enthousiasme getroffen pre-puber tegen zijn vader terwijl hij het schermpje van zijn telefoon diens richting op draaide.

“Zo hé, van wie is die?”
“Van Roberto Carlos.”
“Roberto Carlos?”
“Ja. Je kent Roberto Carlos toch wel, pap?”
“Natuurlijk, maar die voetbalt toch niet meer?”
“Nou en? Trouwens, die oude Ronaldo, die was ook niet van de bal te krijgen.”

Tijdens het college ‘Voetballers die op hun best waren toen ik nog niet geboren was, maar van wie je alles kunt zien op YouTube’ van zijn broer, sloop de jongste zoon van de plek naast zijn moeder in de richting zijn vader en trok hem gedecideerd aan zijn mouw.

“Papa? Pelé, dat is toch de Messi van vroeger?”
“Mja. Maar Pelé is drie keer wereldkampioen geworden, dat is Messi nog niet gelukt.”
“O ja, Pelé is drie keer wereldkampioen geworden. En pap, Neuer dat is toch net een hek?”
“Ja, dat is een hele goede keeper.”
“Hij komt wel altijd heel ver uit, hè?
“Hij komt altijd heel ver uit.”

Voldaan over de bevestiging van zijn kennis keerde de jongste terug naar zijn zitplaats. “Hoe laat moet jij zaterdag eigenlijk voetballen?” vroeg de vader aan de oudste. “Kwart over zeven verzamelen,” klonk het uit de hoek van de moeder, die zich ver van het voetbalgesprek had gehouden, maar als beheerder van de familieagenda nu diende op te treden. “Zo vroeg?” kreunde vader. Zijn zoon haalde zijn schouders op en liet zijn blik weer naar het telefoonscherm zakken: nieuwe trucjes leren voor de vroege zaterdagochtend.

Ik vouwde mijn krant op, zakte onderuit, pakte mijn telefoon, propte de oordopjes in mijn oren en tikte ‘Dennis Bergkamp’ in op YouTube. Sepp Blatter en al het andere wat voetbal minder mooi maakt dan het is, kwam later wel weer.