Spring naar de content

Eco in het land

Natuurlijk waren wij zonder meer bereid om twee tientjes te betalen om Umberto Eco te horen spreken met Michaël Zeeman in de Rode Hoed.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Jan Zandbergen

Twee van dergelijke zwaargewichten op één avond, dat is toch waarachtig te geef. Meteen nadat op zaterdag de advertentie was verschenen, hadden we de reserveringslijn gebeld. Of er nog kaartjes waren? Het antwoord ging verloren in oorverdovend vaatgerinkel. De logistieke operatie om al die Eco-liefhebbers van één enkel kopje koffie te voorzien was al begonnen, zoveel was zeker. Op de avond zelf werd ons na overhandiging van de twee tientjes een Eco-keurmerk op de hand gestempeld. Het was tot onze teleurstelling nauwelijks druk in de Rode Hoed. We kozen voor een plaatsje op het balkon, waarbij we de keus hadden uit praktisch alle stoelen. Hier, vlak boven de tafel die nu nog leeg was, hadden we uitzicht op sprekers en publiek. Duidelijk was dat de elite het nogal had laten afweten. Rij na rij ontwaarden we gewone lezers, de ruggengraat van het Nederlandse culturele leven, maar niet echt bruikbaar voor een societyrubriek. Pas op de achterste rij herkenden we de grijze krullenbol van Paul Scheffer. 

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Word met één click op de doneerknop donateur en steun daarmee de onafhankelijke journalistiek van HP/De Tijd.

Doneren

Inmiddels hadden Eco en Zeeman plaats genomen en wachtte ons een tweede teleurstelling. Professor Eco sprak een lastig verstaanbaar soort Engels, en bovendien werd al snel duidelijk dat zijn woordenschat in deze taal bijzonder klein was. Zijn gesprekspartner beheerste het Engels beter. Een en ander had tot gevolg dat de inleidende vragen van Zeeman een factor langer waren dan de antwoorden van de hooggeleerde gast. Zo wilde Zeeman graag weten of Eco zelf niet graag een middeleeuwer had willen zijn, en deed daarbij uitvoerig uit de doeken dat zijn gesprekspartner niet één, maar liefst twee werken over deze buitengewoon interessante periode had vervaardigd. Eco antwoordde: “Ik houd van varkensvlees. Wil ik daarom een zwijn zijn? Natuurlijk niet.” 

Toen was het weer de beurt aan Zeeman, die een lange opzet maakte over Eco’s geboortestad Alessandria, waarna hij publiek wees op het bestaan van het Lied van die stad om vervolgens in een moeite door te vertellen hoe de bisschop van Alessandria in gesprek met Eco door de mand viel omdat deze, afkomstig van elders, dit Lied niet kende. De vraag van Zeeman kwam toch nog zeer onverwacht: “Zou u, meneer Eco, dit lied voor ons willen zingen?” Eco keek zijn gesprekspartner met afgrijzen aan en bitste met moeite: “Alleen als u betaalt.”