De sheriff van de rafelrand

Ex-Wallenmanager Freek Salm (62) verjaagt nu witteboordencriminelen voor de overheid. Zijn belangrijkste wapen: de omstreden Wet Bibob, waarvan hij een geharnast voorstander is. Over bedreigd worden door Big Willem, de kilte van de PvdA en de ongeneeslijk domme overheid. ‘Ik zou dolgraag aan de slag willen in de Bijlmer.’

Ook een crimefighter moet ergens wonen. Dat valt niet altijd mee, heeft Freek Salm ondervonden. “Ik vraag altijd dóór als ik naar een huurhuis ga kijken: van wie is dit pand? Vaak ben ik op pandjes van Willem Endstra of Jan-Dirk Paarlberg gestuit. Daar wil ik met mijn achtergrond absoluut niet in zitten.”

Een tijdje geleden kreeg hij iets aangeboden in de chique Amsterdamse wijk Oud-Zuid, een vijfkamerwoning voor achthonderd euro per maand. “Dat klonk heel aantrekkelijk. Bleek een voormalige rechterhand van Endstra erachter te zitten. Dat doe ik dus niet, want in die wereld is het: voor wat hoort wat. En jawel hoor, hoewel ik voor zijn huis had bedankt, kwam die meneer een maand later langs voor een adviesje.”

Bij niemand in Nederland komen de problemen van de grote stad zo samen als bij Freek Salm. De geboren Texelaar was PvdA-gemeenteraadslid in Amsterdam (1987-1990), voorzitter van het probleemstadsdeel De Baarsjes (1990-1995) en Wallenmanager (1997-2001). Tegenwoordig coacht hij gemeenten bij het wegjagen van maffiose kroegbazen, pooiers en ander gespuis.

Zijn voornaamste wapen: de Wet Bibob (Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur), die het voor de overheid veel makkelijker maakt om malafide ondernemers cruciale vergunningen te weigeren. De 62-jarige Salm is medevormgever van die wet en geldt als dé expert op dit terrein. Zijn bijnaam is ‘Mr. Bibob’.

Maar Salm is ook politicus en bestuurder – hoewel buiten dienst. Hij is een geestverwant van Paul Scheffer, in Jan Schaefer-verpakking. Salm draagt altijd dezelfde ietwat sjofele kleren, lust graag een borrel en spreekt in uitroeptekens. Bijvoorbeeld over zijn motivatie om decennialang slechteriken op te jagen. “Dat doe ik uit een basisgevoel van rechtvaardigheid: blijf met je rotpoten en je kwaaie geld van mijn mooie samenleving af! Waar niet gehandhaafd wordt, nemen de mensen met de grootste mond en het meeste geld de meeste ruimte in beslag. Ten koste van de gewone man. En daar waren we als PvdA toch van?”


Aan politiek correct gezever heeft hij altijd een hekel gehad. Begin jaren negentig waagde hij het begrip te tonen voor een vrouw die in de pers racistische taal had gebezigd over het te grote overlast gevende Turkse gezin boven en de dealer onder haar. Gevolg: hij werd prompt zélf voor racist uitgemaakt. Oók door zijn eigen partij.

De domineeszoon – hij studeerde theologie – heeft een bewogen carrière achter de rug. Hij duelleerde met Willem Holleeder, de Hells Angels, Turkse vrouwenhandelaren en enge moskeebestuurders, maar ook met marchanderende bestuurders. Al die jaren in publieke dienst hebben hem tot de volgende conclusie gebracht: “Het lerend vermogen van de overheid is nihil, het collectief geheugen is min 1, opportunisme, naïviteit en autisme strijden om de voorrang.”

Een schrijnend voorbeeld van dat gebrek aan lerend vermogen: de horecavergunning die allerlei dubieuze figuren hebben gekregen van de gemeente Zandvoort. En dat terwijl hij zes jaar geleden net de grote schoonmaak van Zandvoort heeft begeleid, foetert Salm.

Volgt een mini-cursus Bibob. “Als wij informatie hebben dat een ondernemer of zijn financier niet deugt, krijgt de ondernemer geen vergunning. Bij twijfel laten we hem een Bibob-vragenlijst invullen. Mag hij vertellen of hij antecedenten heeft en wie zijn financiers zijn. Wil-ie dat niet zeggen? Best, maar dan krijgt hij geen vergunning.”

Burgerlijke stand, fiscus, Bouw- en Woningtoezicht, woningbouwcorpora-ties, politie, justitie, Kadaster: al die partijen laat Salm samen optrekken, om in kaart te brengen welke ondernemers waar zitten en wat hun activiteiten zijn. “Vervolgens checken we of dat overeenkomt met onze gegevens. Het antwoord is heel vaak nee.” Zo’n samenwerking tot stand brengen, is een hels karwei. “Het zijn allemaal eilandjes. In Zandvoort lukte het, omdat er een goeie burgemeester, een goeie gemeentesecretaris en goeie ambtenaren zaten. Zo hebben we tientallen foute horecazaken kunnen sluiten. Zandvoort was een paar jaar een voorbeeldgemeente; die ambtenaren werden overal uitgenodigd voor symposia. Maar ja, dan moet je het vervolgens wel bijhouden. Het grote probleem is dat veel gemeenten dat niet doen. In Zandvoort vertrokken drie sleutelfiguren, waarna de zaak weer verslofte. Zelfs een strandtent die werd gefinancierd door Thomas van der Bijl (in 2006 geliquideerd; BG) kreeg gewoon een vergunning. Terwijl Van der Bijl ervan werd verdacht een van de grootste hasjhandelaren van de regio Hoofddorp te zijn!”


Uit onderzoek van Trouw en het blad Binnenlands Bestuur bleek onlangs dat tweederde van de gemeenten de op 1 juni 2003 ingevoerde Wet Bibob niet of nauwelijks toepast. Malafide ondernemers hebben in die plaatsen vaak vrij spel. Vooral kleinere gemeenten vinden het toepassen van de Wet Bibob ‘te tijdrovend’, ‘te ingewikkeld’ of gewoonweg ‘onnodig’.

Salm: “Er zijn gemeenten die de Wet Bibob ondernemertje pesten vinden. Een burgemeester – ik noem geen namen – zei: ‘Ik huur je niet in, want dan kan ik mijn halve college en gemeenteraad naar huis sturen.’ Vooral in Limburg komen zakelijke dwarsverbanden vaak voor. Daar is het: ‘Zelfs de lantaarnpalen zijn hier katholiek, dus we hebben wat met mekaar.’ Ik verafschuw die zuidelijke ritselcultuur. In het noorden kunnen ze er ook wat van, maar daar doen ze het een stuk slimmer, want minder openlijk.”

Veel juristen hebben om een andere reden een afkeer van de Wet Bibob, en wel omdat de bewijslast wordt omgekeerd. Het vermoeden van een risico dat een vergunning misbruikt kan worden voor bijvoorbeeld witwassen, is voldoende om iemand een vergunning te onthouden. Bovendien hebben de ‘fundi’s’, zoals Salm hen noemt, er grote moeite mee dat er ook ‘zachte’, anonieme informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid wordt gebruikt, iets wat in een strafproces niet is toegestaan. Dat kan, zeggen voornoemde fundi’s, leiden tot kafkaëske toestanden waarbij een ondernemer zich niet tegen aantijgingen kan verweren omdat hij niet weet hoe die aantijgingen precies luiden en uit welke hoek ze afkomstig zijn.

Salm kent de kritiek en haalt zijn schouders op. “De ‘gedupeerden’ zijn doorgaans geen mensen met wie je medelijden hoeft te hebben. Trouwens, als ik iemand een vergunning weiger, zeg ik niet dat hij een boef is. Ik zeg alleen: begin met je niet-transparante geld vooral een bloemenstal, maar effe geen bordeel of café.”


Afgelopen juni gaf de Raad van State het pro-Bibob-kamp een belangrijke steun in de rug. De Raad oordeelde dat de gemeente Amsterdam twee horecazaken op het Thorbeckeplein terecht heeft gesloten. Volgens de gemeente waren het dekmantels voor het witwassen van met drugshandel verdiend geld. De rechter had echter gemeend dat daar onvoldoende bewijs voor was.

Salm, tevreden: “In de Raad van State zitten mensen als Wim Deetman en Aad Kosto, die juridisch geschoold zijn, maar ook bestuurder zijn geweest. Zij bekijken zo’n zaak niet alleen sec juridisch, ze snappen ook waarom een gemeente naar zo’n ultiem middel grijpt. Zonder Bibob had Amsterdam die twee zaken nooit dicht gekregen. Kortom: eindelijk hebben we een middel dat werkt!”

Staatsraden bevinden zich op grote – en daarmee veilige – afstand van de zich gedupeerd voelende ondernemers. Dat geldt niet voor gemeentebestuurders en ambtenaren. Die worden dan ook veelvuldig bedreigd, weet Salm. “Dan is het: ‘Hoezo trut?’ – vaak zijn het dames bij de afdeling Vergunningen – ‘Jij mij dat papiertje weigeren? Nou, ik weet je wel te vinden!’ Ik heb meegemaakt dat een ambtenaar weigerde om iemand te vertellen dat het Bibob-advies negatief was uitgevallen. Ze riep: ‘Doei, mijn kinderen zitten bij de zijne op de crèche.’ Soms monden bedreigingen uit in regelrechte intimidatie. De gemiddelde ambtenaar wordt knap zenuwachtig als hij door een crimineel wordt gevolgd naar de supermarkt.”

Zelf kreeg hij begin jaren negentig, toen hij als stadsdeelvoorzitter stevig de bezem door De Baarsjes haalde, een pistool tegen zijn hoofd – de dader bleek illegaal en werd het land uit gezet. In diezelfde tijd moesten Salm en zijn gezin een tijdje worden beveiligd na een alarmerende telefoontap.


In 1999 greep Hells Angels-baas ‘Big Willem’ van Boxtel Salm bij zijn revers nadat die met gemeentegeld een begeerlijk pand op de Wallen voor zijn neus had weggekocht. “Ik ben helemaal niet blij met je, Salm!” gromde hij. Het gemeentelijke hoofd Veiligheid Ine van Brenk voorkwam erger. “Toe nou Willem, Freek doet alleen maar zijn werk.”

En in café Lexington ontspon zich in 2005 de volgende conversatie tussen Salm en Willem Holleeder, voor wiens vastgoedbelangen ‘Mr. Bibob’ een warme belangstelling had.

Holleeder, ijzig: “Aha, meneer Salm. Wil je wat van me drinken?”

Salm: “Nee, jij krijgt er een van mij, want ik kan het aftrekken van de belasting. En volgens mij betaal jij geen belasting.”

Holleeder: “Jij kost me veel te veel geld.”

Salm: “Ik doe niks, hoor. Ik heb geen enkele bevoegdheid.”

De Heineken-ontvoerder hield zijn handen thuis, maar de spanning in het café was om te snijden.

Zulke incidenten zijn all in the game, zegt Salm. “Als ik me laat intimideren, moet ik ander werk gaan zoeken. Criminelen zijn calculerende ondernemers. Ze weten dat er gezeik van komt als ze mij te grazen nemen. Doorgedraaide eenpitters zijn wél gevaarlijk.”

Dat bleek vorig jaar in Almelo, waar een Turkse restauranteigenaar een wethouder gijzelde – deze woensdag doet de rechtbank uitspraak. Salm: “Dat had weinig met Bibob te maken. De gemeente was al veel langer bezig die vent weg te krijgen. Hij kreeg bijvoorbeeld geen terrasvergunning.”

Salm geeft graag een rondleiding over de Wallen, waar hij tot 2001 vier jaar rondliep als Wallenmanager. Hij komt net terug uit Amsterdam-West. Daar moet hij acht Turkse horecazaken aanpakken. “Een vrouwenhandelnetwerk zet er prostituees neer. Dan kun je de burgemeester vragen om zo’n tent te sluiten wegens prostitutie. Omdat het een lopend project is, mag ik helaas niet in detail treden. Inmiddels zijn er drie zaken dicht; nog vijf te gaan dus.”


De Wallen-tocht begint bij café ‘t Stoofje. “Een van de 69 panden die we in mijn tijd hebben teruggegeven aan de stad,” vertelt Salm trots. “Vroeger was het een bordeel. Vlak voor het op de veiling kwam, hebben wij het via via gekocht, voor tweeënhalve à drie ton in guldens per raam. Dat was toen de marktprijs.”

In de Barndesteeg wijst hij op een ‘Thaise massagesalon’. “We zijn al jaren bezig om uit te zoeken of hier seksuele handelingen worden verricht. Daar is een aparte vergunning voor nodig. Maar ja, een rechercheur ‘veldwerk’ laten doen, mag niet. Dat heet uitlokking.” Hier blijkt dat de Nederlandse wetgeving doorpakken nog altijd lastig maakt. Seksuele handelingen? You bet. Volgens de website Hookers.nl houdt de kwaliteit van het binnen geleverde handwerk niet over. Een ‘recensent’ klaagt over een ‘mechanische rukbeurt’. Salm: ‘Het laatste jaar rijzen in Amsterdam de massagesalons als paddestoelen uit de grond. Nu zit er zelfs een onder het slaapkamerraam van Hare Majesteit, in de Paleisstraat. Nou, je moet héél wat ruggen masseren voor je de pacht van zo’n A-locatie hebt terugverdiend.”

Salm moet snel een stap opzij doen om niet omver te worden gereden door twee Marokkaanse rattenkoppies op een scooter. “Loverboys,” bromt hij. “Of jongens die werken voor een loverboy. Ze houden bij hoeveel klanten er bij ‘hun’ dames naar binnen gaan.” Hij schudt het hoofd. “Niet dat het hier dertig jaar geleden zo gezellig was, maar toen hadden de Wallen toch nog wel een zekere romantiek. Nu zie ik vooral slachtoffers van loverboys en vrouwenhandelaren. Bijna altijd zijn dat Turken, Albanezen en Bulgaren. Laat Turkije en Albanië alsjeblieft nóóit EU-lid worden; dat Bulgarije en Roemenië erbij zitten, is al erg genoeg. Onder- en bovenwereld lopen in die landen naadloos in elkaar over. Kijk, de meeste meisjes uit Oost-Europa en de Dominicaanse Republiek wisten donders goed dat ze hier in de prostitutie zouden belanden. Waar ze géén rekening mee hielden, was dat ze hier zouden worden mishandeld en afgeperst.”


Salm vindt dat politie en justitie veel meer moeten doen om vrouwenhandel te bestrijden. Zo kon de onlangs met de zegen van het Arnhemse gerechtshof gevluchte Turk Saban Baran hier jarenlang ongestoord zijn gang gaan.

Hoewel de gemeente er alles aan heeft gedaan om het sekstheater dicht te krijgen, mag ook Casa Rosso door. Financier is ‘Dikke Charles’ Geerts. De voormalige pornohandelaar en raamexploitant is verdacht geweest van alles wat God verboden heeft en was dikke maatjes met topmaffioso Klaas Bruinsma, maar tot een veroordeling kwam het nooit. Daarbij komt dat misdrijven volgens de Wet Bibob kunnen verjaren. Salm: “Zo kunnen types waar ruis omheen is uiteindelijk toch Bibob-proof blijken te zijn. Dat botst weleens met mijn rechtvaardigheidsgevoel, kan ik je zeggen.”

Aangekomen bij Casa Rosso houdt Salm stil. “Even kijken wie er achter de kassa zit. Aha, eigenaar Jan Otten himself.” Een vijftiger met lang sneeuwwit haar kijkt verrast op. “Meneer Salm! Kom verder!” Het deurtje van het kassahokje zwaait open. Salm steekt zijn grijze hoofd naar binnen en ziet dat Otten op een tv’tje naar een reportage over Ajax aan het kijken was. “Hoe gaat het nu?” bast de voormalige Wallenmanager. “Mag je door?”

“Ik denk het wel,” klinkt het. “Ze zijn nog wel met Bibob bezig, maar als je na drie jaar nóg niks tegen me hebt, vind je het nooit meer. D’r ís ook niks.”

Salm: “Ik zit er inmiddels ver vanaf, hoor. Draai je een beetje?”

Otten hoest en schudt mismoedig het hoofd. “In de hele stad is het minder. De mensen lopen langs en gaan weer weg.”

Salm knikt begripvol. “Kijke kijke en niet kope. Jan, ik moet door. Veel succes verder.”


Otten, eerbiedig: “Da’s prima, meneer Salm. Leuk u even gesproken te hebben.”

Gezien de aard van Salms werkzaamheden in heden en verleden zou je verwachten dat iemand als Otten hem het liefst naar de strot zou vliegen. Nee dus. Salm, met een grijns: “Jan vindt me een klootzak, maar wel een fáire klootzak.” Navraag bij Otten leert later dat die analyse juist is. “Met het gemeentebeleid ben ik het vaak niet eens, maar Salm en ik zijn altijd volkomen open en eerlijk tegen elkaar geweest. Hij is een heel bijzondere man.”

Durft die bijzondere man ook naar binnen bij het Hells Angels-café Exca- libur? “Ja hoor,” zegt Salm in eerste instantie. Maar even later: “Dat moest ik maar niet doen. Je moet weten waar de grens ligt.”

De Hells Angels zijn een heikel onderwerp. “Ik was als Wallenmanager afpersingspraktijken op het spoor. Een Angel kwam elke zondag 150 gulden halen bij een sekshopeigenaar. Zei die man: ‘Kun je niet voor je geld gaan werken?’ Nou, toen was het mis. De politie raadde hem af om aangifte te doen. ‘Te gevaarlijk.’ Dus kwam die ondernemer naar mij. Ik beloofde de kwestie ter sprake te brengen in mijn overlegcircuit met de politie. Vervolgens kreeg de sekshopeigenaar twee maanden geen bezoek meer van de Angels. Ik dacht: Jezus, is dit allemaal doorgeluld?! Zijn de Angels gewaarschuwd om een tijdje uit de buurt te blijven?

“Dus ik naar het hoofd van de Amsterdamse Criminele Inlichtingen Dienst: ‘Help me alsjeblieft van dit rottige gevoel af en zoek low profile voor me uit hoe dit zit.’ Werd ik drie weken later bij Ad Smit geroepen, de chef Binnenstad van de politie. Hij snauwde: ‘Jij beschuldigt mijn collega’s van corruptie!’ Smit had een dossiertje van me, rapporten over met wie ik allemaal contact had. Verdomme, dacht ik, word ik nog afgeluisterd ook. Ik zei: ‘Ad, ik acht jouw personeel veel te slim om voor een lullig bedragje dit soort dingen door te lullen. Wel ben ik bang dat er een soort onuitgesproken deal met de Angels is: als jullie het niet doller maken dan zo, hebben jullie van ons geen last.'”


Smit ontkende in alle toonaarden, maar van het gevoel dat er zo’n deal was, is Salm nog steeds niet af. “Kijk, de Angels hadden zo hun nut. Ze zorgden voor een stukje rust op de Wallen, en waren volgens betrouwbare bronnen bij de politie de grootste drugsinformanten van de politie. Het gaat heel ver dat ik dit zeg, maar misschien is die impliciete deal ook wel een van de redenen waarom justitie er nooit in is geslaagd om de Angels een echte klap uit te delen. Ik denk dat er in de politieorganisatie veel méér over hen bekend was. De Angels waren ook wel verdomd goed op de hoogte van de aanstaande politieacties.”

Amsterdam en handhaving: het is niet altijd een vanzelfsprekende combinatie geweest. Salm heeft alle burgemeesters vanaf eind jaren zeventig meegemaakt. De eerste was Wim Polak. “Die zag het niet slecht. Hij zei een keer: ‘Freek, we hebben te lang te vaak een argument gevonden om niet te hoeven optreden, met als resultaat dat we een hele wijk moeten terugveroveren’. Dat ging over de Staatsliedenbuurt, waar toen de kraakbeweging de baas was. De opmerking van Polak is een leidraad geworden voor de rest van mijn carrière.”

Daarna kwam Ed van Thijn. “Als vent fantastisch, maar dat multicultigedoe van hem: walgelijk. Hij was een slappe burgemeester. Ik had problemen met criminele illegalen in De Baarsjes. ‘Sorry Freek,’ zei hij, ‘tegen illegalen treed ik niet op. Ik wil niet als illegalenjager de geschiedenis in.’

“Zijn opvolger Schelto Patijn paste op de winkel en deed dat prima. Amsterdam zit niet te wachten op een Jan Schaefer als burgemeester. Dan krijg je polarisatie, in een stad die al vol potentiële polarisa-tie zít.”


Daarom onderschrijft de hardliner Salm toch wel enigszins verrassend het uitgangspunt van de huidige burgervader Job Cohen. “Een burgemeester moet de boel een beetje bij mekaar houden. Alleen moet Job af en toe eens wat eerder een streep trekken: tot hier en niet verder. Amsterdam-West, de Diamantbuurt, de Westermoskee, gelazer op taxistandplaatsen: Cohen grijpt pas in als het volledig uit de hand is gelopen.”

Salm zou dolgraag aan de slag gaan in de door schietpartijen geteisterde Bijlmer. “Onder onze verantwoordelijkheid is daar een illegale onderklasse ontstaan. Veel mannen zitten in de criminaliteit, veel vrouwen in de prostitutie; de onderkant van de escortbranche. Ze kunnen nu eenmaal niet bij Randstad aan de slag, nietwaar? De kinderen hebben daardoor nul kansen. Die situatie is een belangrijke voedingsbodem voor het geweld. Cohen móet dus aan de bak. We weten dit nota bene al een jaar of vijftien.

“Mijn plan van aanpak? Eerst brengen we met alle instanties per blok in kaart wie er zou moeten wonen – in de gemiddelde wijk correspondeert dat in een kwart van de gevallen niet met de praktijk, in kwetsbare wijken zelfs in veertig à vijftig procent van de gevallen. Vervolgens gaan we de wijk rond met flyers en luidsprekerwagens: ‘Volgende week maandag gaan we flat voor flat controleren.’ Bij wat je dan tegenkomt aan illegalen, kijk je voor wie er een gedoogregeling in zit, de rest zet je het land uit. Criminele illegalen gooi je er natuurlijk sowiesó uit. Alles onder de zestien jaar wat maandag om 11.00 uur rondloopt op straat, vat je in de kraag: ‘Op welke school hoor jij?'”


Je mag het natuurlijk niet bij die ene controleronde laten, waarschuwt Salm. “Nee, je moet elk half jaar de thermometer in die wijk steken. Anders begint het gedonder gewoon weer opnieuw.”

Maar hij vreest het ergste. “Zoals ik al zei: het lerend vermogen van de overheid is nihil.”

Misschien wordt het beter als Eberhard van der Laan het voor het zeggen krijgt. Salm noemt de huidige minister van Wonen, Wijken en Integratie ‘de hoop van de PvdA’. “Nu zwabbert de partij in tal van dossiers alle kanten op. Wouter Bos moet zijn laatste kans pakken en weer in de Kamer gaan zitten. Eberhard is een razendsnelle denker die ook in gewonemensentaal kan praten. En hij is net als ik hard voor wie wel kan maar niet wil. Je moet gewoon kunnen zeggen: ‘Ik sloof me te pletter voor je uit, maar je doet niet mee. Er gaan elke dag vliegtuigen; is het niet beter dat je opkrast?’ Juist de PvdA moet daar als volkspartij heel helder in zijn.”

Volgt een persoonlijke ontboezeming: “Na mijn echtscheiding, in 2006, was ik zo blut dat ik al mijn lidmaatschappen heb wegbezuinigd, dat van de PvdA incluis. Inmiddels kan ik me de contributie weer permitteren. Toch wacht ik nog even. Ik ben PvdA’er in hart en nieren, maar ik zie tot dusver weinig reden om weer lid te worden. Niemand heeft me daar ook toe opgeroepen trouwens. Ziehier de betrokkenheid van ‘mijn’ PvdA.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Boudewijn Geels