De Normaalman

Het was zeker het jaar van de Grieken. En ook Berlusconi had een stevige présence in 2011. Maar aangezien hij noch de Grieken in Nederland wonen, konden ze niet meedingen naar de titel ‘Nederlander van het jaar’ die wij te vergeven hadden. Na een aantal stevige nominatierondes, een paar amper bijgelegde kloppartijen en een ondemocratische slotconclusie van de hoofdredactie presenteren wij hier met trots HP/De Tijd’s ranglijst van de 43 Nederlanders die het stevigst hun stempel drukten op het jaar 2011.


1. Emile Roemer
De SP-voorman heeft een hoofd dat alleen in Nederland voorkomt. Iets te groot en te vlezig ten opzichte van het lijf en met uitstaande oren die extra aandacht trekken doordat het haar eromheen netjes is weggeschoren met de tondeuse. Roemer lijkt me een man van de stationskapper, bij wie hij al jaren komt en tegen wie hij, eenmaal op de stoel en onder het laken, steevast dezelfde opmerking maakt die ooit als grap is begonnen: “Haal er maar voor een tientje van af, Toon.”
Met hem, zo stellen we ons voor, bespreekt hij onder het knippen de actuele politiek. ‘Toon’ is Roemers vooruitgeschoven post in de samenleving. Weliswaar leest hij De Telegraaf en sympathiseert hij met Wilders, stemmen doet Toon van oudsher op de SP. Dat is voor hem toch de moderne voortzetting van de SDAP, de partij van Drees, op wie Toons vader en opa al stemden. De SP is geen doctorandussenpartij, zoals de PvdA, maar een partij van normale mensen die hard werken voor hun geld en best bereid zijn te betalen voor een ander, als iedereen dat maar doet en als het vooral eerlijk gebeurt. Aan graaiers, profiteurs en praatjesmakers hebben de normaalmannen – en -vrouwen – een pesthekel.
Aldus weer fris geknipt en gewassen, reist Emile Roemer dan naar de residentie. Per trein uiteraard, of zoals Emile zou zeggen: “Ik heb een wagen, zo’n hele grote, lange, gele.” Humor om te lachen, meneer. Hij heeft zich de rituelen in de Tweede Kamer dit jaar ongekend snel eigen gemaakt. Altijd in het pak, zoals alle fractieleiders, al is het geen Italiaans design en oogt het eerder als een C&A’tje waarvan moeder-de-vrouw er ooit meteen maar een paar tegelijk heeft aangeschaft.
In de laatste peilingen schommelt de SP rond de 27 zetels en is daarmee groter dan D66, PvdA en GroenLinks. En dus mag Roemer zich de onbetwiste leider van de oppositie noemen. Hoe dat kan, is een klein raadsel. Roemer is geen scherpe of sterke debater. In Alexander Pechtold moet hij inhoudelijk zijn meerdere erkennen, maar Emile weet ook dat de D66-leider zelfgenoegzaam overkomt en daar hebben de mensen in het land een hekel aan. Cohen is vooralsnog geen partij voor hem of iemand anders geweest, maar de PvdA-man is niet dom en kan op termijn alsnog een geduchte concurrent worden.

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

de redactie