Zó erg is een beetje buikvet niet

Kijkt u eens naar de collega tegenover u. Een prima mens? Een fijne vakbroeder? Dat is allemaal leuk en aardig, maar de kans is wél groot dat hij een te hoog vet percentage heeft. Hij óf uzelf eigenlijk; volgens de statistieken is een van u beiden namelijk te dik.
De massale verontwaardiging daarover die zich de afgelopen dagen van ons meester maakte, mag wel wat gerelativeerd worden.
Allereerst is het namelijk oud nieuws. En, ten tweede: waar wilt u anders aan doodgaan?

Al eeuwenlang zijn we geprogrammeerd om zoveel mogelijk voedsel te verzamelen, legt hoogleraar Jaap Seidell vandaag uit in het AD. Nu voedsel zich in overvloed aan ons opdringt, blijkt het lastig om die overlevingsdrang in te perken. Voor mensen die verleidingen niet kunnen weerstaan is de consequentie: overgewicht.

Is dat nieuws? Nee. Dat het aantal zwaarlijvigen in ons land tussen 1988 en 2008 verdubbeld is, lazen we vorig jaar al bij het CBS. Bovendien: wat is té dik? Als mijn prima geproportioneerde collega zegt dat hij volgens de Body Mass Index te dik is, ga ik ernstig twijfelen aan dit meetinstrument: moet dat niet eens herijkt worden? 
Daarnaast kun je net zo makkelijk en op evengoede feiten gebaseerd zeggen: ‘slechts’ twaalf procent van de Nederlanders heeft ernstig overgewicht. Het gemiddelde in de OESO-landen ligt op zeventien procent. Zo slecht doen we het dan nog niet.

Om hier niet de verkeerde indruk te wekken, benadruk ik graag dat ik natúúrlijk vind dat burgers, met al die wildgroei in reclameland, geïnformeerd moeten worden over wat gezond voor hen is. En natúúrlijk ben ik van mening dat we verder moeten evolueren naar een toestand waarin we weten dat we echt dat frietje van Jan Patat op de hoek niet nodig hebben om te overleven. Ik zou zelfs, en vooral in het belang van kinderen, een vettaks niet schuwen om dat mogelijk te maken.

Toch is enige relativering over die vijftig procent te dikke Nederlanders wel op zijn plaats. Want hoe erg is een beetje buikvet nou? We worden met z’n allen almaar ouder, welvarender en slimmer. Er zijn weinig oorlogen die onze bevolking uitdunnen en ziektes zijn steeds beter te bestrijden. U kunt het ook zo bekijken: nog even en er blijft helemaal niks meer over om aan dood te gaan…

Meer leuke content? Like ons op Facebook

karen geurtsen