Klasbak Bobbie Traksel en het Geheim van de Koers

Donderdag stond er een fraai artikel over Bobbie Traksel in het AD.  Ik las het, herlas het en toen ik dat gedaan had, las ik het nog een derde keer.Bij de naam Bobbie Traksel staan mijn zintuigen nog altijd op scherp. Dat dateert uit de tijd dat Bobbie Traksel het zou gaan maken als profwielrenner. Hij was al prof op een leeftijd dat anderen net zonder zijwieltjes de straat uit slingeren, won meteen wedstrijden en iedereen zei dat het zo’n klasbak was, maar dat hij geduld moest hebben.

Ik las alles over Bobbie Traksel, ik zocht met behulp van Altavista de eerste websites – die destijds nog werden aangedreven door een man op een hometrainer – over Bobbie Traksel, ik dacht zorgelijk veel aan Bobbie Traksel.

Af en toe betrapte ik mezelf erop dat ik bijna niet kon wachten tot het drie jaar later zou zijn, Bobbie Traksel de Ronde van Vlaanderen zou winnen en de glorie van zijn successen ook op mij, landgenoot en fan van het eerste uur, zou afstralen.

Zover kwam het nooit. De Pech versperde Bobbie Traksel de weg naar eeuwige roem als een uitsmijter bij een jochie van veertien op gymschoenen. De Pech ging pontificaal voor de ingang staan en hoezeer Bobbie ook probeerde hem te omzeilen – door ieder jaar van ploeg te veranderen bijvoorbeeld – iedere keer haalde de Pech hem in en stak een stok tussen zijn spaken. Bobbie Traksel viel vaker dan goed is voor een mens. Zijn botte waren beschuiten, zijn huid het spul dat je op krasloten aantreft. Met iedere val bleef er een beetje talent aan het plaveisel kleven, tot er van de klasbak niet meer over was dan een behoorlijke knecht met prachtig rood haar en een naam als een Vlaams stripfiguurtje.

Een keer nog ontworstelde Bobbie Traksel zich met ferme slagen aan zijn lot als voormalig klasbak en won hij Kuurne-Brussel-Kuurne. Geen grote koers, misschien, maar wel een wedstrijd die de geschiedenis in zal gaan als een van de zwaarste uit de geschiedenis van de mensheid. Over 2000 jaar, als al die steriele Touretappes en uitgevlakte klassiekertjes door de tijd zijn uitgegumd, zal de zege van Bobbie Traksel in het beestenweer van Kuurne de wereld nog heugen. Met dank aan schrijvers als Jan van Mersbergen, die in wielertijdschrift De Muur de helletocht van Bobbie en de overige 25 die de eindstreep haalden, beschreef in de enige stijl die zich leent voor een dergelijke: de lyriek.

Na tweehonderd ijzige kilometers door regen, storm en andere meteorologische tegenvallers, steeg Bobbie Traksel nog een laatste maal boven zichzelf uit.
Op het overwinningspodium kreeg hij een ezel.
Dat is traditie in Kuurne, een ezel.
Twee dagen later zat hij in De Laatste Show, een Vlaamse talkshow.
‘Wat dacht je toen je die ezel kreeg?’ vroeg presentator Michiel Devlieger.
‘Goh, wat een ezel,’ zei Bobbie.

Tegenwoordig fietst Bobbie Traksel voor het Chinese Champion Systems. Daar leert hij onwetende Aziaten de stiel van de koers.
“Fietsen kunnen ze allemaal, maar ze kunnen niet koersen,” zegt Bobbie in het AD, met de terloopsheid van de ware filosoof. Hij leert zijn Koreaanse collega’s niet te remmen als er iemand op hun schouder tikt en hij leert ze in waaiers te rijden tot ze groen zien.
Hij wil ze alles leren, behalve in maart en april. Dan rijdt Bobbie Traksel voor zijn eigen kans.
Nog twee weken tot Kuurne. Wees niet verbaasd als u daar, in beestenweer, plotseling een Chinees en een roodharige klasbak voorop ziet rijden.

——
 Download de gratis app van Tablisto om ons maandblad op uw tablet te lezen

  Volg HP/ De Tijd.

 Volg HP/ De Tijd op Facebook

Meer leuke content? Like ons op Facebook