Zo komt Sjoerd van Keulen van Jelle Brandt Corstius af

Eerlijk waar: tot een paar dagen terug had ik nog nooit van Sjoerd van Keulen gehoord. De financiële bijlage verdwijnt hier ongelezen in de papiermand, de herhaling van Seinfeld begint gelijktijdig met Pauw & Witteman, en, belangrijker: de vergoeding die ik voor deze stukjes ontvang is zo karig dat het simpelweg de moeite niet loont om me druk te maken over de vraag welk deel daarvan bij welke bank terechtkomt.

Van Jelle Brandt Corstius had ik wel gehoord. Een sympathieke, wat dromerige jongen, die na enkele jaren Rusland het landerige fatalisme van zijn gastland leek te hebben overgenomen. Daarna maakte hij een fraai programma over India. Een tijdje terug hoorde ik hem op televisie verklaren dat hij maandenlang door dat land was getrokken zonder diarree te krijgen.

Dompteur van de volkswil
Zoiets dwingt respect af. Maar dat Russische raakte hij nooit kwijt. Een man van ingemaakte knollen, niet van hete curry. Geen type dat schuimbekkend een bankfiliaal binnenloopt om zijn belastinggeld terug te eisen. En toch groeide Brandt Corstius uit tot een dompteur van de volkswil, en deed een oproep die Sjoerd van Keulen ertoe bracht om onder te duiken. Hij spoorde op zijn weblog lezers aan om een boze brief naar de gevallen bankier te sturen met het verzoek om zijn bonus terug te storen. Cruciale zin: Maak geen enge dreigementen, dat werkt alleen maar averechts.

Ik heb Jelle Brandt Corstius hoog zitten. De ervaring leert dat vroeg kalende mannen vrijwel altijd intelligenter zijn dan ik, behalve misschien de hele domme exemplaren. Wellicht dat ik daarom zo verbijsterd was over zijn naïviteit. Het is alsof je een stel bronstige tieners op een vakantie naar Salou trakteert, en terwijl de bus al wegrijdt roept: ‘En maak het niet te laat, jongens!’

Boerenbraadlul
Het venijn van het stukje van Brandt Corstius zit hem niet in de oprechte woede waaruit het geschreven is, noch in het gebruik van de term boerenbraadlul, het zit hem in de expliciete oproep om een brief te sturen.

Alle bekende Nederlanders en publieke figuren krijgen vroeg of laat te maken met online haatmail en bedreigingen. De verwensingen aan het adres van de bankier zijn dan ook eerder gevolg van zijn toegenomen bekendheid dan van zijn wanbeleid bij SNS. De onderbuik rommelt, de onderbuik gromt, maar de onderbuik bijt zelden. Zeker niet online. Digitale lynchpartijen beperken zich tot enen en nullen – vooral het tweede. Fakkels en hooivorken blijven achterwege, behalve wanneer er een potje Farmville op het programma staat. Zolang de heksenjacht zich tot het internet beperkt, heeft Sjoerd van Keulen niets te vrezen.

Sjoerd, maak een twitter-account
Zelf heb ik geen twitter, vooral omdat ik een volwassen man ben en me daar ook naar probeer te gedragen. Toch zie ik grote voordelen in dit eigentijdse medium. Het grote probleem is dat de digitale meute zich geen beeld kan vormen van de mens Sjoerd van Keulen. Mocht hij af en toe een foto van zijn kat online zetten, en het volk op gezette tijden van zijn dieet op de hoogte brengen, dan zou de hysterie aanzienlijk minder zijn. De mensen zijn niet alleen boos over het feit dat Van Keulen een bank om zeep heeft geholpen, maar bovenal omdat hij geen twitteraccount heeft. Ze worden beroofd van de mogelijkheid om op een beschaafde manier hun woede te koelen. Honderdveertig tekens is genoeg voor een paar krachttermen, niet voor een serieus dreigement.

Maar zolang Sjoerd van Keulen op de sociale media schittert door afwezigheid, neemt de razernij exponentieel toe. De woede zit vast als een rat onder een warme emmer. Die vreet zich naar buiten, desnoods analoog. Honderdveertig tekens worden er zo tweehonderdtachtig, tweehonderdtachtig worden er vijfhonderdzestig, en voor je het weet beslaat de onvrede een half kantje.

Daarom, voor ieders bestwil: het volk eist @SjoerdvanKeulen. Of ik weet je te vinden, vriend.

Meer leuke content? Like ons op Facebook