Wat is erger dan een hond? Zijn baas!

Ik haat honden. Daarmee maak ik mezelf niet populair, dat weet ik. Hondenliefhebbers zijn prima mensen mits je niet aan hun hobby komt. Doe je dit toch, dan gedragen ze zich alsof ze drie jaar oud zijn en in de zandbak zitten terwijl hun zandtaartje wordt platgetrapt. Niets dan gejank, tis-niet-eerlijk en gepruil.

Vanmorgen liep ik door een speling van het lot ineens in een hondenuitlaatbos naast een hond. Voor de duidelijkheid: de hond werd uitgelaten door zijn baasje en ik liep mee. Ineens bungelde er een stuk leer voor mijn ogen. Ik begreep het niet. Was dit een kinky variant van koekhappen? Maar nee, of ik Joep even vast wilde houden. Het baasje keek me stralend aan alsof hij mij het grootste plezier van de wereld ging doen.

Gelijkgestemden
Het was druk in het bos. Ik wist niet dat er plekken zijn waar zich zoveel mensen en honden tegelijkertijd ophouden. Hiermee is voor mij bewezen dat hondenbezitters niet slechts aanbidders van domme slaafse dieren zijn. Ze zijn meer. Ze klonteren graag samen met gelijkgestemden. Sociaal, noemen ze dat geloof ik.

Kakbos
Hondenuitlaatbos klinkt heel chic, maar het is natuurlijk gewoon een kakbos. Dat brengt mij op het volgende: kak. Joep ging er eens goed voor zitten en het baasje stond er vertederd naast alsof Joep zijn eerste koppoter produceerde. De kak had dezelfde kleur als het net gevallen blad. Gelukkig liepen we daarna over een soort van bosgrindpad, welk een schurende en daardoor reinigende werking op onze schoenzolen had. Ik vroeg me af hoe hondenbezitters zouden reageren als iedereen zijn kinderen in de bossen van zich af zou laten kakken. Zouden ze daar ook zo vertederd bij staan te kijken?

Lege ruimte
Toen kwamen twee hondenbazen met elkaar in gesprek en raakte alles in een stroomversnelling. Voor ik het wist waren de dierenvrienden in een discussie beland die ik enkel kan omschrijven als ‘lege ruimte’. Zo voelde het. De lucht om me heen zoog vacuüm en de wereld trok zich in een razendsnelle rewind terug. Alles gonsde en zoemde als een dronken bij in een wespenval. Ik probeerde me ergens aan vast te houden, maar vond niets. Er was slechts een gapende leegte die me bezitterig aangrijnsde. Onderwijl ging het gesprek tussen de hondenbezitters door:

Bezitter 1: Heee, wat een leuke hond heb jij!
Bezitter 2: Jáááá, jij ook, hoe heet-ie?
Bezitter 1: Joep!
Bezitter 2: Nee, niet waar, die van mij ook!!!
Bezitter 1: Echt?
Bezitter 2 : Ja! Echt, man!
Bezitter 1: Jemig heej, das ook toevallig!
Bezitter 2: Echt wel!

Toevallig
Nou, nou, toevallig, dacht ik. Weet je wat pas toevallig is: als jullie vanochtend allebei tegelijkertijd een roze fluorescerende drol in de vorm van de letter J zouden hebben gedraaid. Dát is pas toevallig! Maar dat zei ik niet natuurlijk. Want er is maar één ding erger, primitiever en kleinzieliger dan een hond. En dat is zijn baasje.

Dichter Johanna Geels beschrijft de absurdistische en poëtische kant van de dagelijkse dingen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook