De tranen van Joaquin Rodriguez

De podiumceremonie bij het WK wielrennen van gistermiddag leek op een scène op de tribune van een ooit roemruchte topclub. Drie mannen staren in het niets, hun monden zijn streepjes. Hun team is zojuist gedegradeerd.

Er staan drie mannen op het podium. Een van hen staat op een schavotje, de andere twee nog niet. De toeschouwers joelen om de man met de bronzen medaille om zijn schouders. Zijn snel dunner wordende haar zit in de war, en zo kijkt hij ook: verward.
Wanneer de knauwende Amerikaanse speaker de naam van zijn landgenoot omroept, kijkt Alejandro Valverde Belmonte opzij, naar het mannetje met het boybandkapsel en het trillende bovenlipje.

De Overwinnelijke
Valverdes mond is een streep, zijn gezicht wasbleek. Even vermoed je dat hij begrijpt wat hij heeft gedaan, even denk je een geweten te ontwaren in die harde wielrennerskop van Alejandro Valverde. El Imbatido noemden ze hem vroeger, toen hij nog een Alejandrino was. De Onoverwinnelijke. Onoverwinnelijk is Alejandro Valverde al lang niet meer; net als iedere andere wielrenner verliest hij vaker dan hij wint. Over zijn broze imago van uniek en eerlijk talent is jaren geleden al eens een vrachtwagen met dopingmiddelen gereden.

Schuldbewust en plichtmatig volgt hij met zijn blik de benen van de miss. Denkt hij aan het verraad, aan hoe hij zijn landgenoot heeft geofferd om zijn ploeggenoot te laten winnen? Denkt hij aan de tijd dat in dit soort wedstrijden niemand beter was dan hij? Denkt hij aan de zonnepanelen die hij vorige week al heeft besteld maar waar hij nog steeds niets over gehoord heeft?
Daar staat hij, voor de vijfde keer op een WK-podium, maar nooit op het hoogste trapje. Alejandro, El Batido.

Rien
Dan klimt Purito op zijn treetje. Een creatie van Rien Poortvliet op klikschoentjes. Een reusachtige Florentijnse brengt hem zijn verlies op een schaaltje. Iemand – hij weet niet wie – hangt hem een medaille om. Zilver, kleur van verlies. Hij kijkt niet naar links, waar de twee mensen staan die zijn kans om ooit nog de beste van de wereld te zijn van twee kanten hebben vermorzeld, als een walnoot in een kraker.
Dan plant hij zijn handen in zijn zij, een kapitein die aan de wal staat te kijken hoe zijn schip door de zee verzwolgen wordt.
Hij zwaait, weet zelf niet naar wie.
En dan, tien minuten na zijn verloren sprint, breekt hij een tweede maal. Purito Rodriguez huilt. Een huilbui waar geen troostende schouder aan helpt.
(Flauw om te zeggen dat hij zich niet langer groot kan houden).

Tot slot krijgt een Portugese stengel van 26 zijn beloning voor altijd maar onvervaard doorfietsen. Rui Alberto Faria da Costa ziet eruit als een zittenblijver op de havo, een jongen nog, met een volwassenmannenlengte en de waterige ogen van een oude Franse chansonnier.

Daar staan ze, terwijl de sombere tonen van het Portugese volkslied blikkerig over het plein golven: Valverde, Rui Costa, Rodriguez. Het spel, de overmoed en het verdriet.

De tranen van Joaquin Rodriguez stromen. Hij hikt ervan. Je kunt het zout bijna door de televisie heen proeven.

Meer leuke content? Like ons op Facebook