Een standbeeld voor Ricardo Kishna en de verantwoordelijkheid van voormalige pizzabakkers uit Haarlem

Gisteren speelde Ricardo Kishna voor het eerst in de Eredivisie. Vroeger – ik spreek van de tijd dat Ajax nog wel eens opgewassen was tegen een ploeg uit pak ‘m beet Oostenrijk – doken debutanten gewoon opeens op, als koplampen op een mistige bosweg.

Ze stonden opgesteld, de commentator vertelde dat ze Heel Jong waren en dan scoorden ze een doelpunt, zodat je hun naam niet vergat.
Daarna vergat je hun naam, tot ze weer eens meededen.

Haarlemse pizzabakkers
Ricardo Kishna kende ik al. Op de NOS-site verscheen een uitgebreid artikel – waar halen ze de tijd vandaan, vraag je je af, naast al die bobsleeraces die geduid moesten worden – waarin de geschiedenis van Ricardo Kishna in detail aan de wereld werd toegelicht.
Had ik ook niet nodig. Ik had z’n naam al vaak gehoord, en vaker gelezen dan me lief was. Dat komt door z’n manager, Mino Raiola – ook een man wiens naam ik vaker tegenkom dan me lief is.

Mino Raiola, de Haarlemse pizzabakker (altijd foute boel, “Haarlemse pizzabakker.” De kans dat er nog iets opwekkends komt na “Haarlemse pizzabakker” is nul. Ook nu niet. En dat terwijl er voor zover ik weet niets mis is met Haarlemse pizzabakkers) die zich een paar jaar geleden toelegde op het uitpersen van stinkend rijke voetbalclubs in ruil voor de diensten van al dan niet getalenteerde voetballers. Een goeie business, zeker in vergelijking met de Haarlemse pizzamarkt.
Met het jaarlijks begeleiden van Zlatan en Balotelli alleen verdien je al meer dan veertig fulltime krachten in de gehandicaptenzorg in datzelfde jaar. En dan reken ik het verschepen van halffabricaten als Ouasim Bouy (het Ajax-talent dat hij het hoofd zodanig op hol bracht dat hij een contract bij Juventus tekende, waarna er weinig goeds meer van vernomen werd) nog niet eens mee. Da’s bonus.

Ook Ricardo Kishna was bijna als zo’n onaffe voetballer verdwaald in de betonnen krochten van de Serie A. Ik heb begrepen dat Raiola voor z’n client – 0 wedstrijden in Ajax 1 – een vrij absurd salaris eiste. Dat is behalve hondsbrutaal ook nogal dom, want de verantwoordelijke man bij Ajax werd vroeger door z’n ploeggenoten Marc Netto genoemd – en dat was niet omdat hij zo met geld smeet. Dan, zei Raiola, gaat mijn klant toch fijn in Italië spelen.
Z’n cliënt zelf wilde liever bij Ajax blijven, dat was lastig.
Henk Spaan gaf Raiola destijds een vier in zijn rapportrubriek in Het Parool.
Nog hoog, vond ik.

Uiteindelijk kwam alles goed: Kishna tekende voor Ajax en Raiola moest voor een keer met een tonnetje minder genoegen nemen. Vervolgens trapte Kishna in z’n competitiedebuut een bal in de kruising. (Toegegeven, tegen AZ, dat een geslaagde poging deed om een wedstrijd lang alles verkeerd te doen).
Wat is je eigen ambitie, vroeg de NOS-verslaggever na afloop.
Een van de beste spelers ter wereld worden, zei Ricardo Kishna.

Een buste in de Arena
Een dag eerder kreeg iemand die ooit zonder doelpunt bij Ajax debuteerde – maar vervolgens wel een van de beste spelers ter wereld werd – een standbeeld.
Er waren toespraken, er werd wat gezongen en de tovenaar in ruste keek een beetje verbaasd naar z’n bronzen evenbeeld, voor eeuwig hangend in de lucht.
Daarna tikte ik op Youtube ‘bergkamp’ in en was de rest van de avond zoet.

Ricardo Kishna legde gisteren een solide basis voor een Youtube-doelpuntencompilatie over een jaar of vijftien, misschien wel tot een buste in de gangen van de Arena, ooit.
Het talent is er, nu moet alles meehelpen. En met alles bedoel ik ook echt ALLES, dus ook alle voormalige pizzabakkers uit Haarlem en omstreken. Ik roep ze allemaal op Ricardo verder met rust te laten.

Meer leuke content? Like ons op Facebook