Interview Wim Brands: over het bestaan van God en de zelfmoord van zijn vader

Dichter en presentator van het programma VPRO Boeken, Wim Brands (Brummen, 1959), is overleden op 57-jarige leeftijd. In 2007 verscheen hij HP/De Tijd in de interviewrubriek het Zelfportret. ‘Ik huilde voor het laatst in 2002, toen mijn vader zelfmoord pleegde.’

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
De rust zelve. Maar dat kan elk moment weer omslaan.

Wie zijn uw helden?
Nadezjda Mandelsjtam, de weduwe van de dichter Osip Mandelsjtam, die door Stalin was afgevoerd. Zij leerde al zijn gedichten uit haar hoofd, om ze te bewaren. En Guy Debord, de Franse radicaal die in de jaren zestig al de idiote spektakelmaatschappij van nu voorzag.

Aan wie ergert u zich?
Aan Jan Marijnissen, Rita Verdonk en Geert Wilders. Populisten die elke ingewikkelde kwestie tot een soundbite terugbrengen.

Lijkt u op uw vader?
Mijn vader was een sombere, eenzelvige man, en het heeft me heel wat moeite gekost die genen op non-actief te stellen.

Wat is uw grootste angst?
Ik ben ’s avonds laat soms op overstapstation Weesp. Als het dan stormt en ik het idee krijg dat er geen treinen en taxi’s meer rijden, word ik panisch: dat ik Weesp niet uit kan.

Wat zijn uw dagdromen?
Zinedine Zidane zijn.

Bidt u weleens?
Als kind had ik een zelfgemaakt gebed, een soort bezweringsritueel. Maar dat was na mijn twaalfde afgelopen.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Ik heb weleens iemand gezien die niet meer leefde. Maar dat kwam door vermoeidheid.

Bent u aantrekkelijk?
Ik denk dat ik aantrekkelijker ben dan ik mezelf vind.

Wat is uw definitie van geluk?
Geluk is geen geboorterecht.

Waar schaamt u zich voor?
Voor mijn leugentjes.

Bent u monogaam?
Ja, sinds ik getrouwd ben, kost me dat geen enkele moeite.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Vijf jaar geleden, toen mijn vader zelfmoord pleegde.

Wie is uw grote liefde?
Monique, mijn vrouw, met wie ik Briefgeheimen heb samengesteld.

Hoe moedig bent u?
Wisselend. Van de week in de supermarkt verschool ik mezelf toen een man heel onaangenaam deed. Maar tegen een van de levensgevaarlijkste gekken van Nederland heb ik ooit gezegd: jij moet op je tellen passen.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Vak: Wim Noordhoek; hij leerde me spelenderwijs hoe ik een verhaal op de radio moest vertellen. Leven: mijn grootvader; blijf altijd een doel voor ogen houden.

Wat is uw grootste ondeugd?
Ik stop voortdurend met roken.

Wanneer was u het gelukkigst?
Tijdens de geboorte van mijn kinderen. Ik heb me nooit zo onverslaanbaar gevoeld als toen.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Dezelfde als in een vrouw: relativeringsvermogen, openstaan voor kritiek en humor.

Hoe ontspant u zich?
Door naar de sportschool te gaan.

Wat is uw grootste mislukking?
Mijn hele leven is een aaneenschakeling van allerlei mislukkingen. Ik dacht ooit snel Chinees te leren, maar dat bleek toch tegen te vallen.

Gelooft u in God?
Ook als God zou bestaan, dan is het nog nergens voor nodig dat we zo aan zijn kop zeuren. (Vrij naar Saul Bellow.) En zo is het.

Wat is de beste plek om te wonen?
Als het maar een grote stad is waarin ik kan verdwijnen.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Een jonge architect die vroeger in ons dorp kwam wonen en die er alles aan gelegen was om voortdurend te laten merken dat hij ons domme boeren vond; een nare corpsbal was het, met, zoals veel corpsballen, fascistische trekjes.

Wat is uw devies?
Sta je ervoor, dan moet je erdoor. (Vrij naar Gerard Reve.)/

Dit artikel verscheen in het 39e nummer van HP/De Tijd uit 2007.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Martin Bons