Spring naar de content
bron: Shutterstock

Maakt leven in een tiny house gelukkiger dan een rijtjeshuis?

Leven in een tiny house, een klein, (veelal) zelfvoorzienend huisje, maakt gelukkiger dan in een doorsneewoning, claimen onderzoekers en bewoners. Redacteur Jan Smit – 1,95 meter, 105 kilo – nam de proef op de som. “Een goudvis in een kom heeft een beter leven.”

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Jan Smit

‘Dus er is een kans dat ik vrijdagochtend al om zeven uur uit het huisje word gedrild?!”

“Die kans bestaat. Volgens de informatie die ik heb gekregen staat er niets op het programma, maar de vrouw die afgelopen nacht in het huisje sliep, werd wel degelijk vroeg gewekt. Ze wilde er niet over klagen, want ze vond dat het erbij hoort, maar ik vond het goed om je even te waarschuwen. Ze maakte het volgende filmpje, waarbij ze de bouwgeluiden verving door fluitende vogeltjes. En ze schreef een positief stukje in ons gastenboek.”

Dat begint goed. Boek ik op advies van capo di tutti capi Tom Kellerhuis voor één nacht het Waterlandhuisje, een tiny house dat onder meer wordt verhuurd als bed and breakfast, krijg ik per e-mail deze onheilsboodschap.

De volgende ochtend belt Reinoud Boland, de afzender van het slechte nieuws, tevens de ontwerper en een van de drie eigenaren. “Gaat de reservering nog wel door?” vraagt hij. “Absoluut,” zeg ik. “Maar ik heb wel even geaarzeld.”

[blendlebutton]

Het Waterlandhuisje, een schattig houten huisje geïnspireerd op de traditionele bouwkunst van de Zaanstreek en vernoemd naar Waterland, het gebied vlak boven Amsterdam, staat op Strijp-S, een voormalig Philips-terrein in de Eindhoven- se wijk Strijp dat in korte tijd is uitgegroeid tot het creatieve en culturele hart van de stad.

Strijp-S wordt momenteel herontwikkeld. De crisis gooide indertijd roet in het eten. Zo kregen andere initiatieven tijdelijk een kans. Inmiddels wordt er weer druk gebouwd. En een bouwput is nu niet direct de biotoop die ik met tiny houses associeer. Reinoud: “Een klein huisje te midden van al dat industrieel erfgoed: die tegenstelling vonden wij juist wel geinig. Zo’n urban jungle is net zo prachtig als de echte natuur. Als je er tenminste oog voor hebt.”

Best mogelijk. Maar de oren willen ook wat. En die krijgen het daar op Strijp-S zwaar te verduren, vrees ik. Vlak naast het huisje staat een skatehal. Die wordt momenteel gerenoveerd. Bovendien wordt er tijdens de verbouwing gewoon doorgeskate. Ook ’s avonds laat, binnen én buiten. Als het antwoord op mijn vraag of wonen in een tiny house een mens gelukkig maakt – gelukkiger dan in een doorsneehuis – maar niet al bij voorbaat te veel kleurt...

Tiny houses, kleine, veelal houten huisjes met een woonoppervlak van maximaal vijftig vierkante meter, zijn in zwang. Vooral in de Verenigde Staten. Onder meer door de orkaan Katrina (2005), die de federale overheid deed besluiten tot het bouwen van noodwoningen, zogenoemde Katrina Cottages. Deze huisjes werden razend populair, ook buiten het rampgebied. Maar de tiny house-beweging kreeg pas echt de wind in de zeilen door de (hypotheek)crisis. Die zorgde voor grote behoefte aan flexibele, betaalbare woningen. Inmiddels is de populariteit van de huisjes in de VS enorm. Er zijn honderden boeken en blogs, en er is een heuse televisieserie (Tiny House Nation). De eerste Tiny House Jamboree trok maar liefst 40.000 bezoekers.

Sinds een paar jaar is ook Nederland ervan in de ban. Omdat starterswoningen tegenwoordig bijna niet te betalen zijn en tiny houses wel – de prijs schommelt gemiddeld zo tussen de 35.000 en 70.000 euro –, maar vooral uit de behoefte aan een eenvoudiger leven, minder gericht op consumeren, dichter bij de natuur en met een kleinere ecologische voetafdruk.

De huisjes zijn er in allerlei vormen. Ze zijn vaak door de bewoners mede ontworpen en gebouwd, (deels) zelfvoorzienend (offgrid), van goede kwaliteit en bedoeld voor permanente bewoning.

Vooral millennials tonen grote interesse. Omdat ze niet, zoals hun ouders, hun hele leven krom willen liggen voor een dure hypotheek, maar hun geld en tijd liever gebruiken voor dingen waar ze ‘blij van worden’: cultuur, sporten, reizen, mensen ontmoeten en de wereld verbeteren. Wonen in een minihuis is voor hen een manier van leven. Minimalistisch, dat wil zeggen met alleen de hoogst noodzakelijke spullen. Laptops, e-readers, streaming muziek- en videoservices als Spotify en Netflix, een slimme indeling en multifunctionele meubels als een trapkast en slaapbank helpen daarbij. Het is ook een bewustere manier van leven: water en elektriciteit zijn niet meer onbeperkt voorradig. Dat dwingt tot keuzes: welke apparatuur is echt noodzakelijk? Wanneer kan ik het beste douchen?

Het ultieme doel: gelukkiger worden. De pioniers lijken op de goede weg. Buitenleven maakt gelukkiger, leert onderzoek van Wageningen University & Research uit 2012. Datzelfde geldt voor het zogeheten ‘ontspullen’. Het fysiek afstand doen van bezittingen, kleiner wonen – minder hypotheek en onderhoud –, minder werken en snoeien in (eenzijdige) relaties leidt tot een zorgelozer bestaan, blijkt uit recent onderzoek van de Katholieke Universiteit Leuven onder vijfhonderd vrijwillige ‘eenvoudzoekers’ uit dertig verschillende landen.

Desondanks is het aantal gelukzoekers dat daadwerkelijk in een tiny house woont in Nederland nog bescheiden – een tiental, waarvan de meesten tijdelijk, op campings en braakliggende gebieden. Dat heeft deels te maken met het bouwbesluit. De huisjes zijn te klein om voor de wet als reguliere woning te worden gekwalificeerd. Gevolg: het huisje mag niet zomaar ergens staan en niet permanent worden bewoond. Daarnaast vormt de financiering een probleem. Tiny house-bewoners willen liever grond huren dan kopen. Grond verhuren, dat zijn gemeentes niet gewend. Bovendien is er bijna geen bank die er een hypotheek voor verstrekt.

Maar de animo voor het wonen in een klein huisje is groot. Er zijn tientallen van deze minihuizen in de maak, in allerlei vormen en maten; van handige doe-het-zelvers, maar ook van gespecialiseerde aanbieders als Mill Home, Heijmans en Wikkelhouse.

Verscheidene gemeentes (Alkmaar, Den Helder, Leeuwarden, Groningen, Almere, Arnhem) komen met geschikte locaties.

Al was het maar om starters tegemoet te komen voor wie een eigen huis met (moes-) tuin onbetaalbaar is. Zo krijgt het Friese Hardegarijp deze zomer als eerste een straat met een rijtje van vijf identieke mini-huizen. Bij Almere verrijst binnenkort zelfs een heus tiny house-park, met een gemeenschappelijke wasserette, een mediatheek voor het delen van boeken, muziek en beeld, een leestafel en een gym met professionele fitnesstoestellen.

Die groeiende belangstelling: Marjolein Jonkers (41) weet er alles van. Zij heeft sinds mei vorig jaar haar eigen droomhuisje in Alkmaar op een braakliggend stuk grond naast een oude gasfabriek en was daarmee de eerste officiële tiny house- bewoner in Nederland. De media stortten zich erbovenop. De TV Show, Hart van Nederland, De Telegraaf, Libelle: allemaal besteedden ze aandacht aan deze noviteit. Om de aanloop enigszins te kanaliseren, besloot Marjolein open huis te houden. Maar liefst vijfhonderd nieuwsgierigen, onder wie veel buurtbewoners, namen een kijkje.

Marjolein werd daarmee in één klap het boegbeeld van de tiny house movement in Nederland. Ze werd uitgenodigd voor lezingen en congressen, tal van aspirantbewoners wilden van haar weten hoe ze dit allemaal voor elkaar had gekregen.

De belangstelling was zelfs zo groot dat ze besloot haar baan als projectmedewerker bij een farmaceutisch bedrijf op te zeggen en hier haar beroep van te maken. Een vetpot is het niet, maar ze kan ervan leven. Ook is ze een van de oprichters van Tiny Houses Nederland, een stichting die deze woonvorm promoot en bevordert. Marjolein, een opgewekte, eigenzinnige blondine, woonde eerst in een rijtjeshuis met drie slaapkamers. Ze wilde graag kleiner wonen, het liefst vrijstaand en meer in en in evenwicht met de natuur. Met haar budget van maximaal 170.000 euro was zo’n woning kopen voor haar een illusie. “Dan kom je al snel terecht in een uitgewoond voormalig huurhuis van een woningbouwvereniging. Daar werd ik niet blij van.”

Mooie plaatjes en positieve verhalen op internet zetten haar op het spoor van een tiny house. Van die keuze heeft ze geen spijt. Wat betreft comfort heeft ze wel een stap terug gedaan. Haar huisje staat off-grid. De was doet ze met de hand of in een wasserette. Afgelopen winter zat ze soms zonder stroom. En water om te douchen heeft ze ook niet altijd. Maar van het huis- je, de plek, de bomen en de vogels geniet ze volop. “Ik volg mijn hart. Dit is mijn manier om de wereld iets beter te maken. Dat maakt me blij en gelukkiger.”

Eindhoven, Strijp-S, donderdagmiddag 14.00 uur. Het Waterlandhuisje is niet te missen. Met zijn witte veranda, net groot genoeg voor twee stoelen, gepotdekselde zijkanten in het olijke Monet-blauw, bordeauxrode dak en witte ramen en boeien lacht het stulpje ons al vanaf de parkeer- plaats tegemoet. Een fremdkörper in deze urban jungle, maar tegelijkertijd een lust voor het oog.

Het huisje staat in de zogeheten Plug-In-City: een in 2014 geopende, inmiddels vervallen gemeenschap met onder meer oude zeecontainers waarin creatieven ruimte konden huren en duurzaamheid de verbindende factor vormde. Het initiatief trok veel bekijks. Vooral tijdens de Dutch Design Week, het grootschalige internationale evenement dat jaarlijks honderdduizenden bezoekers trekt en mede plaatsvindt op Strijp-S.

Reinoud Boland en Teun de Bok, een van de twee andere bedenkers van het mobiele stulpje, vormen samen het ontvangstcomité. Ze gaan vanmiddag een kijkje nemen bij een mogelijke nieuwe locatie. Reinoud, een aardige veertiger die met zijn lange haar en ingetogen timbre wel wat doet denken aan Neil uit de Britse studentensitcom The Young Ones, geeft een korte rondleiding. Het interieur is sober: witte wanden met een houten vloer, een idem dito hoogslaper, een keukentje, een toilet en een dou- che. Een Nespresso-ko ezetapparaat, een comfortabele (slaap)bank, een schaaktafel met drie stoelen (van Reinouds opa), een Eames-schommelstoel, mens-erger-je-niet, pimpampet, een wandtegeltje (‘Home is where you park it’): in alles is voorzien. Tot in detail: het olifantje waaraan de sleutel hangt, past precies in een minuscuul wit tiny ‘huisje’, een omhulsel dat vastzit aan de wand naast de deur. Er is zelfs een Jan Rothuizen-achtige omgevingsschets waarop staat wat er in de omgeving zoal te doen is.

En – hurray, hurray! – het huisje is on-grid. Stroom, (warm) water, wifi: alles is in ruime mate aanwezig. Omdat het minder belastend is voor het milieu, meent Rein- oud. “Wie bijvoorbeeld zonnepanelen en windmolens neemt en het hele jaar door over elektriciteit wil kunnen beschikken, heeft flink wat accu’s nodig. Dan ben je per saldo minder duurzaam bezig dan met een gewone aansluiting op het net.”

Als de heren op hun stalen rossen zijn verdwenen, nestel ik me met het gastenboek in de schommelstoel op de veranda. Dat bevat merendeels positieve reacties. “Een rustpuntje in deze industriële drukte,” schrijven Ghislayne en Guy. “Vallende sterren boven een blauw huisje in een Fellini-achtige setting. Onze fantasie is geprikkeld. Ontbijten aan de schaaktafel. Tik-tak-tik-tak. Anton doet het licht uit. Veel dank,” mijmeren Rox en Ed. Roland & Eline: “De vrije natuur is zo bedacht.” Slechts een enkeling plaatst een kanttekening. Nick & Christine: “We voelden ons net poppen in een poppenkast.” Hilde & Floyd: “Het slapen was voor mij geen onverdeeld genoegen, omdat ik claustrofobisch ben.”

Ik besluit een eindje te gaan joggen, richting Woensel en kom langs landgoed De Wielewaal. Met daarop de gelijknamige villa van wijlen Frits Philips. Volledig on- grid en met zijn acht badkamers, garage voor zes auto’s en woonoppervlakte van 2582 vierkante meter bepaald geen tiny house.

Wonen in zo’n pompeus landhuis: Gijsbert Schutten (39) en Karin Prins (34) moeten er niet aan denken. Samen met de kinderen Juliette (3) en Berend (0) en hond Bono (11) trekken ze binnenkort in hun door Gijsbert zelf gebouwde tiny house van slechts 24 vierkante meter – 30 als de slaapzolder wordt meegerekend. Vooralsnog op een vakantiepark in Bilthoven, maar ze hopen weldra een vaste plek te krijgen in Zeist of Nieuwegein.

Met twee volwassenen, twee kinderen en een hond in zo’n beperkte ruimte leven: zien ze daar niet tegenop?

“We zijn wel wat gewend,” zegt Gijsbert. “We krijgen ook nog een veranda. Dan ko- men we in totaal op vijftig vierkante meter. Ons huidige appartement beslaat zestig vierkante meter. En we gaan van twee naar drie slaapkamers. Zo bezien gaan we er dus op vooruit.”

Om toch niet te worden verrast, is het gezin, toen Gijsbert met de bouw begon, wel even wezen kijken in een tiny house met ongeveer dezelfde afmetingen. Dat viel ze reuze mee. “Als de kinderen groter zijn, zien we wel weer. Misschien zetten we er dan nog wel een huisje naast of een tipi-tent of iets dergelijks.”

De behoefte om meer buiten te kunnen zijn, vooral voor de kinderen, grotere financiële en praktische armslag en enthousiasme over het ontspullen en het minimalisme hebben Gijsbert en Karin doen besluiten te gaan wonen in een tiny house. Daar komt bij dat Gijsbert een eigen timmerbedrijf heeft. “Zo’n huisje zelfvoorzienend maken, vind ik interessant, een uitdaging. We willen bewuster leven, wat niet betekent dat we gaan kamperen."

"We krijgen bijvoorbeeld een koel-vriescombinatie en een wasmachine – met twee van die kleintjes is dat geen luxe. Daarmee kun je wassen met water dat bijna koud is. Maar dit betekent wel dat we geen koffiezetapparaat krijgen, maar een percolator. En voor de zekerheid hebben we een stroomgenerator als back-up. Want de kans bestaat dat onze accu’s in de wintermaanden leeg raken. We zouden wel meer accu’s kunnen plaatsen, maar die zijn erg duur.”

Met een website, een blog en een eigen Facebook-pagina hebben Gijsbert en Karin de buitenwacht de afgelopen anderhalf jaar geïnformeerd over de vorderingen van de bouw van hun stulpje. Veel mensen reageerden enthousiast, zozeer zelfs dat Gijsbert inmiddels is begonnen met de bouw van een tweede tiny house. En er zitten er nog drie in de pijplijn.

Een leuke bijkomstigheid, die goed gevulde orderportefeuille. Al was het Karin en hem daar niet om begonnen. “Het is een soort oergevoel: je eigen huis, je nest bouwen,” vertelt hij. “Een huis dat je helemaal zelf hebt ontworpen, dat van jou is en niet van de bank.”

Voor Gijsbert en Karin draagt dit avontuur zeker bij aan hun geluk. “Kijk, als je niet gelukkig bent, is een tiny house geen medicijn. Maar onze dochter van drie is graag buiten. In ons nieuwe huisje krijgt ze daarvoor alle ruimte. Daar zie ik wel een vorm van geluk in.”

Klop, klop, klop. Waterlandhuisje, vrijdagochtend half negen. Bezoek! Zo snel als mijn slaapdronken toestand toestaat, roetsj ik vanuit de hoogslaper de smalle houten ladder naar beneden en open de deur. Niemand te zien, alleen wat jongeren, met rugzak en koptelefoon op weg naar school. Gebbetje, zullen we maar zeggen.

Anyway, ik ben blij dat de bouwvakkers me niet in alle vroegte uit bed hebben gebikt. Er is wel wat lawaai, maar dat komt uit de verte, gelukkig niet uit de naastgelegen skatehal of van het aanpalende plein, dat skaters de avond daarvoor tot rond middernacht inspireerde tot de vreemdste – klik, klak, klik, klak – capriolen.

Het verblijf in een tiny house van dit formaat is geen onverdeeld genoegen. Het Waterlandhuisje zelf ziet er kek uit, maar privacy is in deze entourage ver te zoeken. Tieners sjokken in rotten van drie over het aangrenzende voetpad, dat de verbinding vormt tussen hun school en de bushalte. Zo’n beetje om het kwartier banjert een gids met zijn gevolg rondom het huis. Nieuwsgierigen die graag een blik naar binnen werpen. Het liefst dwars door de tijdelijke bewoner heen.

Toegegeven, dit oordeel is niet helemaal fair. Dat de locatie – Strijp-S – niet mijn droomlocatie is, kan dit huisje niet worden aangerekend. Anderzijds: die locatie is van groot belang, sowieso bij een huis en bij een tiny house helemaal. Bewoners van dit slag huisjes zijn veelal buitenmensen. Ze leven graag in en met de natuur. Dat is een belangrijk motief om erin te gaan wonen. Dicht dan maar, die deur. Daar wordt het niet veel beter van. De vier witte raampjes ten spijt: wie nog niet claustrofobisch was, wordt het wel op deze tien vierkante meter. Ook de hoogte laat te wensen over. Ik kan maar net door de deur en onder het houten plafond lopen waarop het bed ligt. Onder de douche moet ik bukken. Nu ben ik met mijn 1,95 meter en 105 kilogram niet een van de kleinsten, maar ook voor wie iets minder lebensraum in beslag neemt, is dit behelpen. Een goudvis in een kom heeft een beter leven. Ter vergelijking: een gedetineerde heeft in Nederland recht op ten minste tien vierkante meter!

Ik leg Reinoud mijn bevindingen voor. Hij is het deels met mij eens. Reinoud zou ook niet permanent in dit Waterlandhuisje kunnen wonen, zeker niet met zijn vrouw en kind. Maar daarvoor is het ook niet gebouwd, legt hij uit. “Ik raakte geïnspireerd door een artikel over tiny houses op Lowtech Magazine, een eigenzinnige website met nieuws over milieu, energie en technologie. Ik heb Teun en Peer, een bevriende architect, gevraagd of ze mee wilden doen. Ons plan: een zo groot mogelijk huisje bouwen waarmee we toch de weg op konden. (Het huisje is gebouwd op een trailer – JS.) Toen we hoorden van Plug-In-City, dachten we: dit is onze kans. We wilden weten hoe het ruimtelijk zou werken en of er überhaupt interesse voor was. Op basis van die ervaringen wilden we verder met een geheel of gedeeltelijk zelfvoorzienende woning.”

Ook Strijp-S, de creatieve, maar drukke meltingpot waar het Waterlandhuisje nu staat, is niet ideaal, geeft hij toe. “Mensen gaan hier naar een concert of het theater, zoeken een plek om te overnachten, stuiten op dit huisje en denken: leuk en lekker dichtbij. Kunnen we na afloop zo het bed in rollen. Dat is wat anders dan er permanent in wonen. Wat dat betreft zijn de reacties in het gastenboek misschien al te enthousiast.”

Misschien moeten we ons geluk over een jaar nog eens komen beproeven. Reinoud en zijn kompanen zijn gisteren wezen kijken bij een nieuwe locatie in het bos bij de Philips Fruittuin, een twaalf hectare grote boomgaard net buiten Eindhoven. Een mooie plek, vindt hij. Met een septic tank en de mogelijkheid water en stroom af te tappen bij een naastgelegen huis. Mogelijk gaat het huidige Waterlandhuisje daarheen verhuizen, mogelijk komt er een nieuw exemplaar.

Eerst maar eens even terug naar de eigen 150 vierkante meter. Volledig on-grid, met vierduizend vierkante meter grond en 270 graden uitzicht over het Sallandse coulissenlandschap.

Home is where the heart is.

[/blendlebutton]

Onderwerpen