Kijk naar Frenkie de Jong. Kijk, kijk dan!

Ik heb het filmpje nou een keer of honderdvijftig gezien. De laatste dertig keer heb ik me geconcentreerd op Aaron Meijers, de linksback van ADO Den Haag. Hoe hij ziet wat er aan het gebeuren is, hoe hij uit alle macht achteruit begint te lopen, hoe de bal over zijn hoofd scheert, als een Boeing over de A4.

Ik identificeer me met Meijers. Althans: meer met hem dan met de afzender van de pass. Soms hoor je iemand zingen of je leest een mooi boek. Dan kun je — in een vlaag van aandoenlijke zelfoverschatting — denken: wie weet kan ik dat ook. Ooit. Als ik heel goed mijn best doe. Misschien ben ik een laatbloeier. Dat je Joël Veltman ziet en denkt: het is dat ik andere keuzes heb gemaakt, en dat mijn linkerknie wat wiebelig is, maar anders… Zo zijn er ook zangers en boeken waarbij je alleen maar kunt denken: godallemachtig. Dat het überhaupt bestaat.

Dat laatste dacht ik gisteren bij Frenkie de Jong.

Ik wist dat ik rap moest zijn met een stukkie over Frenkie. Wat goed is, komt snel, dat geldt voor alle columnonderwerpen. Voor je het weet is alles al geschreven. Alles al gezegd, alle metaforen afgekloven, alle liefde betuigd. Een goed moment afwachten om een nieuwe wereldspeler te signaleren, is funest. Als je even niet oplet, staat zo’n jongen reserve bij Sevilla of Arsenal en komt-ie over twee jaar een paar kilo zwaarder (“allemaal spieren”) terug naar de Eredivisie, om op huurbasis voor Vitesse te gaan spelen.

Maar: Frenkie dus. Je ziet hem over dat middenveld en je denkt: zo moet het. Waarom doen ze het niet allemaal zo? Iniesta heeft dat ook, dat al het abnormale doodgewoon lijkt als hij het voor je uitspreidt als een kleurloos, zijden dekbedovertrek. Frenkie de Jong maakt gehakt van alles wat er altijd over modern voetbal wordt gezegd.

Je hoeft geen twee meter twintig te zijn om je op het middenveld te mogen vertonen, je hoeft de scheidsrechter niet uit te kafferen alsof hij een huis vol corpsballen is en jij de slapeloze buurman. Het is niet nodig om de achillespees van je tegenstander in tweeën te bijten als hij je omspeelt, om als een verwarde motormaaier over het kunstgras te glijden, om suffende medespelers vocaal te vernederen of om een hoge bal al maaiend met je bijgeslepen ellebogen zonder te kijken naar voren te koppen.

In De Telegraaf werd Frenkie vandaag een postbode genoemd die te vaak de moeilijke oplossing zoekt. Iemand die zakelijker moet gaan spelen om stappen te maken. Ook bij De Telegraaf woekert het misverstand dat voetbal een spel is dat is bedacht zodat een van de twee ploegen kan winnen. Dat is niet zo: voetbal is er voor het voetbal, niet voor de fans of de trainers of voor De Telegraaf.

Tegen Frenkie de Jong zeggen dat hij zakelijker moet gaan spelen in de ‘speeltuin die de Eredivisie is’, is vergelijkbaar met in een chic restaurant gaan eten en dan na het voorgerecht de ober bij je roepen.
“Wat was dat allemaal, daar op dat bord? Pastinaakcrème?! Wat is er tegen een eerlijke pastinaak? En aardpeermousse? Denk je dat ik niet goed snik ben? En dat bruine nat? Zeewierextract? WAT?”
Of tegen een schrijver: “Wat ik hier lees, mevrouwtje. ‘Haar ogen blonken als dauwdruppels op een alpenwei.’ Kan dat niet zakelijker?”
Of desnoods tegen een bakker: “Brood? Wat is er tegen gewoon meel? Gewoon, meel met pindakaas? Als jij de top wil halen, zul je echt zakelijker moeten worden, amigo.”

Frenkie de Jong
Frenkie de Jong in actie tegen zijn oude club Willem II. Beeld: ANP/Vincent Jannink

Voetbalinstructievideo

Kijk naar Frenkie de Jong.

Kijk naar Frenkie de Jong en zie een voetbalinstructievideo. Frenkie is de eeuwig glimlachende tv-kok, de overige spelers de knullige kijkers die eens een receptje proberen na te maken.

Kijk naar Frenkie de Jong. Kijk naar hem, naar zijn strakke balletjes over vijf, zes meter, balletjes die op het eerste gezicht sprekend lijken op de passjes van talloze anderen, tot je beter kijkt en de verschillen je opvallen. Frenkies passjes zijn strakker, preciezer, meer naar voren gericht. Je zou hem kunnen verwijten dat hij de moeilijke oplossing zoekt, ware het niet dat voor Frenkie ‘moeilijk’ iets anders betekent dan voor ons.

Kijk naar Frenkie de Jong en je weet weer hoe je hoopte dat je zelf speelde, tot een van de vaders een keer videocamera meenam naar een wedstrijd.

Kijk naar Frenkie de Jong. Kijk naar die steekbal van gisteren, over het verbijsterde hoofd van Aaron Meijers. Kijk ernaar en weet dat zakelijk voetbal bedacht is om mensen zoals ik en de man van De Telegraaf en Aaron Meijers een eerlijke kans te geven ook iets te bereiken.

Kijk ernaar en realiseer je voortdurend dat de Frenkie de Jongs in een andere league spelen. Het soort speler om in dankbaarheid naar te kijken.

Meer leuke content? Like ons op Facebook