Help, onze privacy gaat eraan

Sleepwet is sneller van kracht dan we denken

De Sleepwet. Wat? Ja, dat is een ander woord voor de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, de wet die er al vanaf 1 januari 2018 voor zorgt dat een sleepnet mag worden ingezet om massaal online communicatie af te luisteren. De overheid mag dus ook gesprekken van niet-verdachte burgers meeslepen in de surveillance. Intussen heeft een groep studenten een aanvraag voor een referendum ingediend.

We spreken Paul Abels, hoogleraar Governance of intelligence and security services aan de Universiteit Leiden en Nine de Vries van Amnesty International, een van de organisaties die het referendum steunt. Ook Abels staat deels positief tegenover een referendum, omdat het een discussie aanwakkert in de maatschappij. Wel vindt hij dat er een groter debat had moeten zijn hierover, omdat een referendum volgens hem te kleinschalig is.

Privacy en vrije meningsuiting

Mensen die in de ogen van de AIVD en MIVD interessant zijn kunnen op dit moment in de gaten gehouden worden. Dat zijn mensen die mogelijk een bedreiging kunnen vormen voor een democratische rechtsorde. Let op: mogelijk een bedreiging kunnen vormen. Vanaf 2018 kunnen onze inlichtingendiensten iedereen in de gaten houden. Moeten we op onze woorden gaan letten? Gaat onze vrije meningsuiting eraan?

Vooral de ongerichte interceptie van gesprekken is zorgelijk. Ook De Vries heeft daar moeite mee: “Het recht op privacy is nodig om andere mensenrechten te waarborgen. Met het recht op privacy kun je andere rechten verwezenlijken. Als er toezicht is op alles wat je bespreekt, leest, kijkt en doet dan gaat dat ten koste van vrijheid van meningsuiting of vrijheid van vergadering.”

Abels: “Het zou een heel vervelend effect zijn als je het idee hebt dat je niet meer kunt zeggen wat je wilt. Maar dat is ook het probleem van de campagne rond het referendum. Daardoor ontstaat een beeld en een sfeer dat je eigenlijk op je woorden zou moeten passen, maar het is bedoeld om de kwade pieten eruit te pikken. En dat verwacht de samenleving van ons.”

Notificatieplicht van de geheime dienst

Abels denkt dat we voor een veiligere samenleving moeten accepteren dat we soms onze privacy inleveren, in een goed gecontroleerde setting. Het is toch een eng idee dat we continu in de gaten gehouden kunnen worden.“Mijn ervaring is dat er heel zorgvuldig en ethisch wordt omgegaan met de middelen die er zijn en de controlemechanismen die zijn ingebouwd in de wet,” zegt hij.

De geheime dienst heeft notificatieplicht: na vijf jaar moet die melden dat je bent afgeluisterd, maar hoeft niet te zeggen in welk verband. “Dat lijkt me redelijk kafkaiaans, want je bent afgeluisterd maar je weet niet waarom.” Dus volgens Abels kan het beter niet gemeld worden. Volgens Amnesty International hoeft privacy niet afgenomen te worden om veiligheid te waarborgen.

Mocht de notificatieplicht er niet zijn, zou dat betekenen dat je wordt afgeluisterd en niet eens weet dat je meegenomen wordt in de sleepnet. Is dat dan wel goed voor het vertrouwen in de geheime dienst? Juist omdat diensten hun werk heimelijk doen, is deze plicht van belang.

De Vries: “Eventueel misbruik kan alleen maar aan de orde worden gesteld door de getroffene, als iemand op de hoogte is dat hij doelwit was een surveillance-operatie.” De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten heeft begin dit jaar een toezichtsrapport gepubliceerd over deze notificatieplicht en beschrijft daarin ook dat diensten op enkele punten op onrechtmatige wijze uitvoering hebben gegeven aan deze plicht.

Opeenstapeling van brokken informatie

Realiseren we ons wel wat privacy voor ons betekent? “Voor mijn persoonlijke gevoel weet je pas wat je mist als je het niet meer hebt. Elke keer als ik een stukje van mezelf bloot geef, doe ik dat op dat moment tegenover een bepaalde persoon, groep of instantie. Veel mensen denken niet na over de opeenstapeling van al die brokken informatie die je zelf deelt met verschillende mensen op verschillende momenten,” zegt De Vries. Als ze niet voldoende kunnen aantonen en kunnen overtuigen kan Amnesty International niet inzien waarom de privacy, en dus andere mensenrechten geschaad moeten worden.

Abels vindt het logisch: “De verwachtingen van de samenleving zijn torenhoog. Mensen willen koste wat het kost voorkomen dat er een aanslag komt en daar zijn middelen voor nodig. Dus geeft de maatschappij het vertrouwen en de middelen aan de diensten die nodig zijn, binnen alle strenge controles, toezicht en mechanismen binnen de wet. Willen we aanslagen zodat we onze privacy kunnen behouden? We gaan niet over op marteling, terwijl dat zou kunnen in het belang van veiligheid. Dat is een ethische grens waar we niet overheen willen. Dus in de Tweede Kamer hebben ze gekozen voor minder privacy voor meer veiligheid.”

Maar is dat zo? Hebben wij het vertrouwen gegeven? Als je onder de aandacht staat van de geheime dienst, mogen die gegevens drie jaar lang bewaard blijven. En vervolgens kun je zelfs nog te horen krijgen dat je in de gaten bent gehouden, na vijf jaar. Maar waarover weet je niet.

Niemand wil een aanslag, maar is daar een geheime databank voor nodig? Mogen daarvoor alle apparaten gehackt worden? Laten we daarover nadenken voor het 1 januari 2018 is.

De teller voor het referendumvoorstel staat nu op 100.000 handtekeningen. Op 12 oktober moeten het er 300.000 zijn. 

Meer leuke content? Like ons op Facebook