En weg was de vriendin, richting de zandbak

Frank Heinen 8 jan 2018 Sport

Het eten komt maar niet, lijkt het. Zero zoeteaardappelstamppot, niente groentecurry voor deze jongen. Normaal schrijf ik dit verslagje op zondagavond terwijl de kech beneden boven de pannen staat te schelden op het patriarchaat. En dan zo rond Tom Egbers-tijd, juist wanneer de maestro hongerig is geworden van wéér een scherp geformuleerd inkijkje in de wondere wereld van de sport, volgt een bescheiden, afgemeten klopje op de deur van de literaire werkplaats, het columnatelier, de stukjessterrenkeuken.

Dat klopje betekent: het eten is klaar, maar als je nog geen trek hebt, houd ik het met alle liefde nog even warm, wat jij het fijnste vindt. Soms, als ik even in between sentences ben, doe ik de deur dan even open en sta haar kort te woord. Dat vindt ze prettig. Ze komt nooit binnen, want zoals Tommy Wieringa tegenwoordig over Europese buitengrenzen denkt, zo denkt ondergetekende al jaren over huiselijke binnengrenzen.

Maar tijdens het schrijven van deze zinnen kwam er niks. Geen klopje, geen excuusmail waarin ze liet weten nog even naar de supermarkt te moeten voor een potje ansjovis. Niks – nog geen zweempje veganistische pad thai met kokosschaafsel dat zich door de planken van de vloer weet te wringen.
Ja, en dan ga ik dus twijfelen.
En twijfelen.
En twijfelen.
En dan ben je drie regels en nul steken verder.
Wacht hier, lezer, dan neem ik even poolshoogte beneden.

Zo, ben ik weer.
Slecht nieuws: in de keuken was het donker als in een inderhaast verlaten vrijgezellenflatje, en in de koel- of ijskast lag stonden alleen nog zeven verschillende soorten hummi (enkelvoud: hummus/ hummi / hummo / hummum / humme / hummo, meervoud: hummi / hummorum / hummis / hummos / hummi / hummis) en een herinnering aan een korte en inmiddels bevredigend beëindigde vriendschap met een krenterige buurtgenoot in de vorm van vier blikjes huismerkpils.

De vriendin is zo weg als, ja, als de A2. Veel Nederlandse thrillers beginnen zo: het ene moment is iemand er nog, en het volgende moment niet meer. En de politie doet niks en de protagonist maar paniekerig op zoek gaan, van hier tot Tokio en terug en dan aan het eind van het boek komt de lezer erachter dat die protagonist zijn vriendin op bladzijde 0 al in vijf keurige stukken onder de rododendron had begraven – dat was hij even vergeten te vertellen. Gouden Strop erom, niks meer aan doen.
Op tafel lag een briefje. Handschrift van de vriendin.

Nou ja, briefje… Meer een persbericht, eigenlijk. Ik schrijf het even voor u over:
De vriendin zet haar loopbaan voort in Qatar. De vriendin van columnist Frank Heinen vertrekt per direct naar Al-Thegek, een Traditionsverein uit de hoofdstad Doha. De vriendin zelf spreekt van een ‘super mooi avontuur. Super blij dat ik deze nieuwe uitdaging in dit mooie land kan aangaan zonder gezin. Ik proef waardering die ik elders miste.’

Nieuwe uitdaging, jaja. Vier ton per maand en een ventilator van de club. En mooi land? Bedoel je de linker-eindeloze zandvlakte of toch de rechter?
En: ‘elders’? Ben ik dat? Elders?

De zandbak dus. Toch weer die fucking zandbak. Je ziet het vaker, dat mensen die over hun hoogtepunt zijn nog even wat oliebitcoins gaan scheppen. Zelf ben ik er ook ooit een blauwe maandag geweest. Geen groot succes. Kwam ook omdat ik die maandag eigenlijk naar Veenendaal De Klomp moest, maar ik was in slaap gevallen.

Al-Thegek. Nooit van gehoord, maar dat zegt niks. Qua Qatar ben ik een nitwit (qua best veel landen trouwens, maar goed). Waarschijnlijk is Al-Thegek al vele jaren een vaste waarde in de Qatarese subtop. Vast een beetje het PEC Zwolle van de Emiraten, met twaalf Brazilianen in de selectie, vijftien kunstgrasvelden zonder kankerverwekkende korrels en met een marmeren borstbeeld van Ronald de Boer in de ontvangsthal. Er is vast een Nederlander trainer, eentje uit het Aad de Mos-segment, zo’n kermiscoach die als baby in een ketel aftershave is gevallen. Een voetbalgek, met nadruk op.. – precies.

Dit is Al-Thegek

Wat ze er gaat doen, wordt uit dat briefje op de keukentafel niet duidelijk. In afwachting van het diepte-interview in Voetbal International zet ik mijn geld voorlopig op het herstructureren van de jeugdopleiding. Daar krijgen ze in die contreien niet gauw genoeg van, van het herstructureren van dingen. Als ik een jeugdopleiding overwoog, zou ik ook als eerste de vriendin vragen. Wie weet zit ze er vanwege haar ervaring. De vriendin beschikt over bakken ervaring – die staan in een CityBox aan de rand van de city. En misschien staat ze er nu al wel in een smetteloze kantine haar fameuze couscoussalade uit te serveren aan de Familie Poen van Al-Thegek, wie zal het zeggen?

Ja, de vriendin, maar die is er dus niet. Die zit in de zandbak, waardering te proeven in een land waar je als vrouw nog niet eens mag niezen zonder mannelijke machtiging. Dikke kans dat ze het snel beu is, trouwens, de zandbak. Meestal is bij Ik vertrek het afscheidsfeest nog in volle gang als de vriendin al naar het scherm begint te gillen: “Weg daar! Ga terug! Keer om! Ooooohhhh neehee!”

“Ze zijn nog niet eens weg,” antwoord ik dan, want in de avonduren ben ik ook nog tv-recensent en dat soort dingen zie ik direct.
“Precies,” antwoordt de vriendin dan. “Dat bedoel ik.”

Reageer op artikel:
En weg was de vriendin, richting de zandbak
Sluiten