Artikel 12 als weinig succesvolle stok achter de deur van Bénédicte Ficq

Op basis van het verleden lijkt advocate weinig kans van slagen te hebben

Advocate Bénédicte Ficq maakte afgelopen week in de rechtszaak tegen de vier grootste tabaksfabrikanten van ons land verschillende emoties mee. Eerst was er te teleurstelling nadat het Openbaar Ministerie besloot de zaak niet op zich te nemen, maar die kater spoelde ze snel weg. “Onbegrijpelijk,” vindt ze het besluit. Ficq heeft echter een stok achter de deur om het OM te dwingen de zaak op zich te nemen, maar of deze zogenoemde artikel 12-procedure kans van slagen heeft, is een ander verhaal, blijkt uit onderzoek. 

“Het artikel is een correctie op het vervolgingsmonopolie van het OM en is ingevoerd om die macht te beperken,” legt Miranda Boone uit, hoogleraar Criminologie aan de Universiteit Leiden.

In 1984 wordt deze wet uitgebreid naar de vorm die we nu kennen. Door inspanningen van toenmalig minister van Justitie Dries van Agt wordt de procedure uitgebouwd om ‘de klager het gevoel te geven dat hem recht wordt aangedaan’. Artikel 12 bestaat dus om de burger meer recht te geven.

Wilders

Eén van de bekendste artikel 12-procedures van de afgelopen jaren is die tegen Geert Wilders. Advocaat Gerard Spong doet in 2008 in samenwerking met dertig studenten aangifte tegen de PVV-leider van groepsbelediging, haatzaaien en aanzetten tot discriminatie. Toch besluit het OM om niet tot vervolging van het Tweede Kamerlid over te gaan, waarna Spong en de studenten een artikel 12-procedure aanspannen. Met gematigd succes: in 2010 start de zaak tegen Wilders, maar hij wordt uiteindelijk vrijgesproken.

Voor het OM zijn er twee redenen om niet tot vervolging over te gaan: er is niet voldoende rechtmatig bewijs of de zaak wordt niet vervolgd op grond van het algemeen belang. De vervolging van de tabaksproducenten van Ficq is afgewezen door het OM, omdat er niet genoeg rechtmatig bewijs is dat zij zich schuldig maken aan moord, doodslag en zware mishandeling.

Toename

De laatste jaren neemt het aantal aanvragen van de artikel 12-procedure toe. Tussen 2005 en 2012 stijgt het aantal verzoeken van 2252 aangevraagde procedures in 2005 tot 2880 in 2016, een stijging van bijna 30 procent. Volgens Boone komt dit onder meer door de overbelasting van het OM. “Er is minder capaciteit door reorganisatie bij het OM,” stelt ze vast. “Een andere, en de belangrijkste, reden voor de toename is dat de burger vroeger meer vertrouwen had dat de juiste afweging gemaakt werd.”

Toch zijn de meeste artikel 12-procedures niet succesvol. Uiteindelijk is volgens de Raad voor de Rechtspraak in 2016 maar 12,5 procent van de aanvragen gegrond bevonden. “Als mensen aangifte doen van een strafbaar feit, verwachten ze ook dat daar wat mee gedaan wordt,” stelt de hoogleraar. “Als het OM besluit niet te vervolgen, moet deze keuze duidelijk uitgelegd worden, maar dat is nu niet het geval.”

Brief

Het OM stuurt slachtoffers nu vaak alleen een brief waarin een kruisje staat bij de reden waarom niet vervolgd gaat worden, zonder verdere uitleg. Dat is niet voldoende volgens Boone. “Dit zijn afwijzingsgronden als eigen schuld van het slachtoffer. Dan begrijp ik wel dat mensen een klacht gaan indienen.”

Boone ondervraagt in 2016 met een team onderzoekers zeventien medewerkers van het OM naar hun ervaringen met deze procedure.

Volgens de respondenten fungeert het artikel als stok achter de deur om te voorkomen dat zaken al te gemakkelijk worden afgedaan. Ook is het belangrijk dat de klager wordt erkend, stellen de respondenten. Zo stelt een OM-medewerker: “Het is niet aan anderen om te bepalen hoeveel impact een zaak op een klager heeft en om iemand als zeurpiet te benoemen.”